De puurheid en onbevangenheid zijn verdwenen

Amateurisme staat hoog in het vaandel bij de NCAA, de Amerikaanse sportbond voor universiteiten. Buiten de lijnen van het veld wordt daarentegen commercieel gescoord, want dollars bepalen het universitair prestige....

REGEL 2.9, de moeder aller regels: Student-atleten zijn amateurs, en hun deelneming aan universiteitssport moet primair gemotiveerd zijn door onderwijs en het fysieke, mentale en sociale profijt. (...) Zij moeten beschermd worden tegen exploitatie door professionele en commerciële ondernemingen.

Welgeteld 579 pagina's telt het handboek, dat de National Collegiate Athletic Association (NCAA) jaarlijks verspreidt onder de driehonderdduizend jongens en meisjes die aan 902 colleges en universiteiten (top)sport met studie combineren. De talloze regeltjes zijn samen te vatten in één woord: amateurstatus.

Cindy Blodgett, basketbalster aan Maine University, werd met het lijvige werk om de oren geslagen toen ze in 1996 een schakel zou vormen in de, door een frisdrank gesponsorde, estafettetocht van de olympische vlam naar Atlanta. Ze zou daarmee een product aanprijzen. Overtreding! En Blodgett liep geen meter.

Nog maar enkele weken geleden een soortgelijk incident. De sweethearts van Nagano, het Amerikaans vrouwenteam ijshockey, hadden goud veroverd en deze stunt is goed voor de traditionele beloning: een foto op de verpakking van een bekend ontbijtvoedsel.

Vijf van de twintig meisjes ontbraken omdat zij aan een college studeren. Zij zouden derhalve de Regels schenden. De NCAA was onvermurwbaar. Ook de toezegging om een bijbehorend stipendium te laten schieten hielp niets. Het opgesplitste collectief treurde, en ontbijtend Amerika huilde over zoveel onrecht met hen mee.

Zelfs Avery Brundage, het vroegere IOC-hoofd en bezeten verdediger van het olympisch amateurisme, zou zijn hoofd hebben geschud bij de waanzin van sommige bepalingen. Wat te denken van het nuttigen van maaltijden op andermans kosten? Of het plegen van een telefoontje naar huis in het kantoor van de coach? Beide acties zijn in de ogen van de NCAA een versluierde betaling, en dus ontoelaatbaar.

Hypocriet, zeggen criticasters, en zij wijzen op de ware identiteit van de NCAA, zoals die komend weekeinde zichtbaar zal zijn. In San Antonio vindt de Final Four plaats, de eindstrijd om het kampioenschap college-basketbal. Het is de apotheose van het NCAA-toernooi, ook wel March Madness genoemd, waarbij de 64 beste ploegen uit het land een afvalcompetitie afwerken.

Het slotweekeinde geldt als de evenknie van Super Bowl, de commercieel bejubelde eindstrijd om het American football-kampioenschap. Het televisiestation CBS betaalde in 1994 liefst 1,7 miljard dollar aan de regenten van de collegesport, waarmee voor zeven jaar de exclusieve uitzendrechten werden verworven.

De allure van college-basketbal ontstijgt in dat finale-weekeinde moeiteloos de populariteit van de NBA. Uit dit jeugdig arsenaal plukt de profleague immers de Michael Jordans en Shaquille O'Neals van de toekomst. Steeds vaker komt het voor dat basketballers voortijdig de opleiding verlaten en bezwijken voor het grote geld.

Juist door de gigantische televisiecontracten wordt het verkrampt vasthouden aan de amateurstatus steeds ongeloofwaardiger. Universiteiten voelen zich bijna gedwongen de regels te ontduiken om het walhalla van de steenrijke NCAA te kunnen bereiken. Spelers worden gepaaid met heimelijke betalingen, en met de regelmaat van de klok vallen malversanten door de mand.

Neem UCLA-basketbalcoach Jim Furick. Hij vervalste eind november 1996 een onkostendeclaratie, aangezien twee potentiële spelers op zijn kosten hadden gegeten, en moest na een diepgaand onderzoek door de NCAA het veld ruimen. Furicks jaarsalaris bedroeg vierhonderdduizend dollar. De feitelijke overtreding betrof vier tientjes.

De reclame die een universiteit aan sport kan ontlenen, is onbetaalbaar. Wie zich eenmaal aan de top heeft genesteld, kan het zich financieel niet permitteren om sportief veren te laten. UCLA (University of California Los Angeles) heeft een naam hoog te houden, nadat onder leiding van coach John Wooden tussen 1964 en '75 tien NCAA-titels werden gewonnen. Desnoods tegen elke prijs.

Voor het American football-team van de University of Michigan geldt hetzelfde. Onlangs besloot het bestuur tot een opknapbeurt van het stadion, dat bij elke thuiswedstrijd van de Wolverines met ruim honderdduizend supporters zit volgepakt. De totale kosten bedragen een slordige 150 miljoen dollar, maar de investering is het meer dan waard. Geld is bovendien geen enkel probleem.

De televisierechten leveren jaarlijks 2,1 miljoen dollar op, de radiorechten één miljoen. Zes thuiswedstrijden zijn goed voor 13,5 miljoen dollar aan toegangsgelden, exclusief de kleine driekwart miljoen dollar aan bestedingen in het stadion. Aan het eind van het seizoen wacht een league-bonus van 950 duizend dollar, ongeacht de geleverde prestaties.

De netto-winst in Michigan bedraagt ruim tien miljoen dollar, waarmee de overige sporten op de campus worden bekostigd. Wettelijke voorschriften verlangen van elk college dat voor vrouwelijke studenten gelijke sportfaciliteiten worden gecreëerd, en die kosten in Amerika alleen maar geld. Slechts een enkele universiteit sluist de opbrengst door naar een educatief doel.

Princeton University, qua onderwijs een onbetwiste topper, vormt een uitzondering. De basketballers krijgen niet eens een studiebeurs, hetgeen de enige toegestane compensatie is voor atleten. De Princeton Tigers kwalificeerden zich voor het NCAA-toernooi, en werden prompt tot het Cinderella Team uitgeroepen. De ploeg werd in de tweede ronde uitgeschakeld, dat wel.

Dat de Tigers de afgelopen weken zo werden gekoesterd door media en publiek, zegt veel over de commercialisering die college-sport door de jaren heen heeft ondergaan. De puurheid en onbevangenheid van het spel verdween toen de televisie eind jaren zeventig steeds meer het reilen en zeilen op campus-velden begon te bepalen.

Daarmee steeg het financiële belang voor universiteiten tot ongehoorde hoogte. Een gemiste basket, ooit de charme van college-basketbal, kan in concreto honderdduizenden dollars aan inkomsten schelen. En de atleet? Hij ploegde voort. Voor de eer.

Tim Overdiek

Dit is het eerste deel van een serie over sport en commercie in de Verenigde Staten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden