Reportage Ploegentijdridt

De ploegentijdrit kent geen genade, elk teken van zwakte wordt afgestraft

Bij geen ander onderdeel in het wegwielrennen gaan de renners harder dan bij een ploegentijdrit. Elk teken van zwakte wordt afgestraft. ‘Bij een individuele tijdrit kun je nog gas terugnemen’.

Team Sunweb tijdens de ploegentijdrit met Tom Dumoulin op kop. Foto Klaas Jan van der Weij/de Volkskrant

Of de ploegentijdrit het zwaarste onderdeel van het wielrennen is?’ Met moeite perst Laurens ten Dam er na afloop een glimlach uit. ‘Misschien voor Tom niet. Voor mij in elk geval wel.’

Laurens ten Dam is 37 jaar. ‘Dus ik lig niet zo heel snel meer ergens wakker van.’ Maar van zondag op maandag heeft hij toch wat moeilijker dan normaal de slaap kunnen vatten. De ploegentijdrit is sowieso niet zijn favoriete onderdeel, laat staan als vervanger van Wilco Kelderman, een van de beste tijdrijders van Nederland. En dan vertegenwoordigt hij ook nog eens de wereldkampioen. Ten Dam zucht. ‘Nee, van mij had dit allemaal niet gehoeven.’

Voor de fijnproever is de ploegentijdrit een lust voor oog, én oor. ‘Zóóeeef’, klinkt het maandagmiddag om de vijf minuten in de straten van Cholet, een stadje in de Vendée, als de ploegen als hogesnelheidstreinen voorbij vliegen. Bij geen enkel ander onderdeel in het wegwielrennen gaan de renners harder.

Beetje Formule 1

In de straat waar de teambussen staan geparkeerd, vergapen liefhebbers zich aan de aerodynamische tijdritfietsen. De ploegentijdrit is ook een beetje Formule 1. Veel ploegen hebben in windtunnels de ideale, meest aerodynamische, volgorde van renners getest. Overal bij de teambussen zijn mecaniciens druk met fietsen in de weer.

Ploegleiders zitten op uitklapbare stoeltjes voor de bus. Hun werk zit er op. ‘Welkom bij Campinglife’, lacht Arthur van Dongen van Sunweb. De renners die zichzelf straks tot het uiterste moeten dwingen, zitten nu nog verscholen achter de geblindeerde ramen van de bus. ‘We hebben het personeel op het hart gedrukt: als je niets in de bus te zoeken hebt, laat de renners dan met rust. Ze willen zich concentreren op wat komen gaat.’

Op weg naar Cholet merkte Van Dongen dat veel van de jongens stiller waren dan normaal. ‘Ja, je kunt het ook gewoon angstig noemen.’ Want óók dat maakt de ploegentijdrit bijzonder: elk teken van zwakte wordt afgestraft.

Het is precies de reden waarom Ten Dam zoveel beren op de weg ziet: de ploegentijdrit kent geen genade. ‘Bij een individuele tijdrit kun je tenminste nog gas terugnemen. Maar nu moet je volle bak blijven gaan, ook als je al lang in het rood zit. Anders moeten anderen langer op kop sleuren. Dat wil je niet.’

Om tien over vier spoedt Ten Dam zich naar het startpodium. Als minst bekwame tijdrijder heeft hij de opdracht gekregen om zichzelf helemaal leeg te rijden tot tien kilometer voor het einde. Daarna moeten erkende tijdrijders als Dumoulin, Michael Matthews en Soren Kragh Andersen het afmaken. De tijd van de vierde renner telt.

Geen bezwaar

Ten Dam werd op het laatste moment opgeroepen voor de Tour. Dat hij van tevoren niet in deze formatie heeft kunnen oefenen, is volgens hem geen bezwaar. ‘Die basisregels zijn er ingeslepen tijdens de trainingskampen aan het begin van dit seizoen. Hoe je van kop afgaat, hoe ver je uitwijkt, wat doe je als je een beurt overslaat; het zijn zaken die allemaal vastliggen.’

In het begin van zijn carrière kon hij nog goed meekomen in de ploegentijdrit. ‘Bij Rabobank, in de periode met Denis Mensjov en Oscar Freire, was ik zelfs één van de beteren.’ Maar in de loop der jaren zag hij het onderdeel veranderen, niet ten gunste van hemzelf. ‘Het is een echt specialisme geworden. Sommige mannen zijn zo één met hun fiets. Die vliegen door de bocht.’

Op de eerste klim van het parcours, na 16 kilometer, wordt zijn vrees bewaarheid: zijn benen ontploffen. Als eerste schakel van de menselijke Sunweb-ketting moet hij afhaken. Het resterende deel van de ploegentijdrit rijdt Ten Dam alleen over het parcours. Zijn grootste zorg is niet buiten de tijdslimiet te arriveren, maar hij komt ruim op tijd binnen.

Prima prestatie

Om tien over vijf stapt Ten Dam opnieuw op de fiets, dit keer op rollers bij de bus, om het melkzuur uit zijn benen te trappen. Zijn shirt is nog opengeritst. Sunweb is vijfde geworden, een prima prestatie. De sfeer is uitgelaten.

Hoe het was, wil een verslaggever van Ten Dam weten. Met een knipoog: ‘Wat denk je? Zwaar godverdomme.’ Even later, serieus: ‘Met Wilco erbij word je misschien eerste. Maar ik heb alles gegeven wat ik in me had.’

Tom Dumoulin is dan al naar hem toegekomen om hem te complimenteren voor zijn bijdrage. ‘Super gedaan’, zegt hij tegen Ten Dam. Voor het eerst deze dag breekt er weer een lach door op het gezicht van de routinier. ‘Als hij dat zegt, dan zal dat wel zo zijn, hè.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.