De oudgediende en de nieuwkomer

De één, Nico Verhoeven, maakte promotie na een carrière als renner. De ander, Marc Reef, kwam van buiten. Bij de opening van het wielerseizoen staan beide ploegleiders stil bij hun veranderde rol.

Nico Verhoeven, ploegleider van LottoNL-Jumbo, staat met de helmen in de hand in de buurt van Kluisberg, waar de renners beginnen aan hun parcours.Beeld Klaas Jan van der Weij

Een makkelijker woord dan ploegleider zal de maker van het Wielerwoordenboek, een uitgave van Van Dale, niet bij de hand hebben gehad. Zelfstandig naamwoord verandert gewoon in werkwoord. 'Leider van een wielerploeg die onder meer, in overleg met de kopman, de tactiek bepaalt en renners koopt en verkoopt, syn. sportdirecteur, directeur-sportief.'

Kijk, daar is-ie, de ploegleider van dienst. Nico Verhoeven leidt zaterdag de ploeg van Lotto-Jumbo in Omloop Het Nieuwsblad, waarmee in noordelijk Europa traditioneel het wielerseizoen begint. Straks gaat hij naar de ploegleidersvergadering die, ook vaste prik, een dag voor de wedstrijd plaatsvindt.

Het doel zijn de rug- en volgnummers, die ter plekke worden uitgereikt. Maar het gaat vooral om het handen schudden en het slaan op schouders. 'Beetje bij elkaar peilen hoe iedereen ervoor staat. Wie is er goed, wie niet? Wie heeft wat voor plannen in de koers? Zit er misschien een samenwerking in?'

Terug in het hotel zullen Verhoeven en collega Jan Boven de wielrenners bij elkaar roepen voor de tactische bespreking. 'Wij hebben een idee, de renners hebben een idee. Komen we er samen uit? We rijden hier met een ploeg van jongens die, met één uitzondering, al een paar jaar met elkaar rijden. Daar zullen we dus snel uit zijn.'

Uit de wind

Voorafgaand heeft de ploegleiding dan al om de tafel gezeten met Sepp Vanmarcke, de kopman op wie de koers wordt afgestemd. 'Met hem hebben we het vooral over de omstandigheden, over het weer en over het parcours. Sepp moet aangeven wanneer hij uit de wind wil worden gehouden.'

Dat komt al met al dicht in de buurt van de definitie uit het woordenboek. Marc Reef, collega-ploegleider bij Giant-Alpecin, komt met een reeks van aanvullende werkzaamheden. Die betreffen vooral de logistiek. Hij was begin deze maand met een afvaardiging van Giant-Alpecin naar het Midden-Oosten. Dat heet in ploegleiderskringen een 'vliegkoers' en vliegkoersen vergen heel wat van de ploegleider.

Het begint er al mee om iedereen uit alle windstreken op tijd ter plekke te krijgen. 'In principe nemen we alles zelf mee: fietsen, koelboxen, voeding, massagetafels. Het is dus jouw verantwoordelijkheid als ploegleider om dat allemaal op tijd ter plekke te hebben.'

Eenmaal aangekomen op de plek van bestemming moesten de drie auto's worden veiliggesteld waarmee hij en de andere stafleden de wedstrijd volgen, eerst de Ronde van Qatar en dan die van Oman. 'Alle ploegen kregen een plek toegewezen in een grote tent. Daar zijn de fietsen in elkaar gezet en de massagetafels uitgeklapt. Materiaal en renners worden klaargemaakt voor een eerste training en dan is het al vrij snel koers.'

Eerst bespreekt Reef die met de staf. De mecaniciens stellen de versnelling af op de verwachte omstandigheden. Met de verzorgers wordt afgesproken wie waar onderweg de bevoorrading doet en wie de wielrenners opvangt bij de eindstreep.

Tactiek

Pas dan komt de tactiek ter sprake. 'In een meeting van een uur praat ik met de coureurs over hoe we het aanpakken. Zeker in zo'n eerste koers na de winter komt het eropaan. De jongens hebben alleen nog maar getraind en de basis voor teamwork leg je nu eenmaal in de koers. Zeker met de nieuwe renners is zo'n eerste bijeenkomst belangrijk. Hoe trekken we de sprint aan en hoe zorgen we ervoor dat het een sprint wordt? In een waaierkoers, zoals het dit jaar was in Qatar en Oman, spreekt dat niet vanzelf.'

Reef lacht: 'Het is dus wel iets meer dan in een auto achter het peloton aanrijden.' Dat is namelijk het stereotype beeld in de buitenwereld van de ploegleider. Met de rechterhand de auto sturen, met de linkerhand bidons in de handen van zijn waterdragers drukken en ondertussen zoiets als 'hup' roepen.

Misschien is de pas 28-jarige Reef de levende definitie van een nieuw type ploegleider. Het overgrote deel van zijn collega's is gerekruteerd uit het profpeloton. Eenmaal uit het zadel stromen ze vaak in één keer door naar het stuur van een ploegleidersauto. Reef is een jonge, onbevangen buitenstaander, niet besmet door dubieuze bloedzakken of ander ongemak uit het verleden van het wielrennen. Reef: 'De ploegleiding zoekt bewust buiten de eigen kring.'

In historisch opzicht bestaat van de ploegleider een karikaturaal beeld. Hij (altijd man) is een boers type, iets te dik voor zijn eigen gezondheid en, om het beeld te vervolmaken, met een bolknak in de mond. Tactiek is een kwestie van een kopman aanwijzen. De anderen mogen het vuile werk opknappen.

De beroemde journalist Joris van den Bergh was tachtig jaar geleden de eerste Nederlander die in Tourverband aan de definitie van ploegleider voldeed. Vanaf 1936 formeerde hij een Nederlandse delegatie voor de Tour. Overigens leidde hij zijn ploeg de eerste jaren telefonisch vanuit zijn huiskamer, zo gering was zijn betrokkenheid.

Wielrennen op de weg was voor Van den Bergh werk voor 'domme spieren'. Zijn hart lag op de baan en dan met name bij Piet Moeskops, in wie hij het materiaal vond voor zijn bekendste schrijfwerk. Als ploegleider bakte Van den Bergh er dan ook weinig van.

Marc Reef.Beeld Cor Vos

Morsige slimmerik

De eerste successen kwamen in de jaren vijftig van de vorige eeuw met Kees Pellenaars aan het commando. Pellenaars beantwoordde volledig aan dat beeld van een norse en morsige slimmerik, inclusief bolknak. Hij had zelf gefietst, kende de verhoudingen in het peloton en wist dat een dienst een wederdienst waard was. 'Il manque un peu de finesse', schreef Tourdirecteur Jacques Goddet ooit over Pellenaars. Het ontbrak hem aan stijl.

Dat werd anders met Peter Post, die 35 jaar geleden tekende voor de grootste successen. De ploegleider was in die tijd zowel kapitein als reder. Hij loodste zijn ploeg door de koers. Maar er moest eerst een firma zijn die zich financieel aan zijn ploeg verbond. Anders viel er weinig te loodsen.

Post verrichtte daarin baanbrekend werk. De ploeg werd een uithangbord van de sponsor. Daarnaar dienden de renners zich te gedragen. Ook tactisch voegde Post een dimensie toe aan het wielrennen. Bij hem werd 'allen voor één, één voor allen' het adagium. De kopman maakte plaats voor een hecht collectief. In de beste jaren was dat een zelfwerkend mechanisme. Post beperkte zich tot de infrastructuur, opdat het de coureurs aan niets ontbrak.

Dat is een belangrijk verschil met tegenwoordig. Nu kan de ploegleider zich louter met de sportieve kant bezighouden. Boven hem staat een directeur of een manager die de zakelijke kant voor zijn rekening neemt. Vaak zijn dat ploegleiders die een bestuurslaag zijn doorgeschoven, zoals de Belg Patrick Lefevere en de Deen Bjarne Riis. Bij Lotto-Jumbo en Giant-Alpecin houden de relatieve buitenstaanders Richard Plugge en Iwan Spekenbrink de winkel draaiende.

Toen Nico Verhoeven het ene stuur voor het andere verruilde, was Jan Raas de manager. Vanaf het begin in 1996 was Verhoeven betrokken bij het initiatief van de Rabobank, waarvan de restanten nu fietsen onder de vlag van Lotto-Jumbo.

Tussenstap

De eerste jaren was de ontwikkeling van talenten zijn verantwoordelijkheid. Verhoeven denkt dat die tussenstap hem een voorsprong heeft gegeven op de collega's die meteen op het hoogste niveau aan de slag gingen. 'Met jonge renners ben je veel gerichter bezig om ze beter te maken. In de eerste plaats gaat het om de stappen die ze zetten. Een overwinning laat je natuurlijk niet lopen, maar is in wezen ondergeschikt.'

Vandaag de dag is de ploegleider ook op het hoogste niveau de coach, een rol die in andere sporten altijd al vanzelfsprekend was. Zowel Verhoeven als Reef zou zichzelf op dit moment ook eerder coach noemen dan ploegleider. Het eenrichtingsverkeer van vroeger is een kruispunt van opvattingen geworden. Kernwoorden zijn betrokkenheid en verantwoordelijkheidsgevoel.

Verhoeven: 'Het werk is zo enorm veranderd, zo veel gecompliceerder ook. Je werkt met een veel grotere staf. Die neemt je veel werk uit handen, maar je moet wel het overzicht houden. Vroeger zei een ploegleider tegen zijn renners hoeveel kilometers ze moesten trainen en dan zag-ie ze wel op de koers. Nu heeft elke ploeg een trainer die een wielrenner in de trainingen op de voet volgt. Qua belang is de trainer vergelijkbaar met die van de ploegleider.'

Marc Reef is min of meer bij toeval in het vak beland. Als lid van de wielerclub in Oldenzaal reed hij wel eens een trainingsrondje met Rudie Kemna, ploegleider van wat toen nog Skil heette. Toen er in 2011 een vacature was, vroeg Kemna of hij een geschikte kandidaat wist. Reef: 'Ik dacht aan Addy Engels. Rustige jongen, nooit met doping in aanraking gekomen.'

Op de vraag of het niets voor hem was, viel zijn mond open van verbazing. Zelf had hij altijd op bescheiden niveau gefietst. De ervaring van een bergrit was invoelbaar, maar ook niet meer dan dat. 'En bij de profs gelden toch heel andere wetten.'

Reef vond het idee zo aanlokkelijk dat zijn studie bedrijfskunde even op een zijspoor belandde. Na een stage in de Ronde van Oostenrijk was hij gewonnen en nu begint Reef, net als Addy Engels, al aan zijn vierde seizoen in de vijfkoppige ploegleiding van Giant-Alpecin. 'Ze waren op zoek naar een gemotiveerd iemand die nog kon groeien in het werk en die open zou staan voor de ideeën van de ploeg.'

Vertrouwen

Hij werd meteen in het diepe gegooid, een 'vliegkoers' in Colorado, met alle logistiek van dien. In tactisch opzicht stelde Reef zich aanvankelijk bescheiden op. Een oud-professional die doorschuift, heeft vanzelf gezag. Dat had hij dus niet. 'En dan moet je dus niet meteen zeggen: we gaan het zo en zo doen. Ik moest het vertrouwen van de renners winnen.'

Bewust heeft hij vooraf niet met wielrenners gesproken over zijn rol, maar naderhand heeft Reef ze wel gevraagd wat ze ervan hadden gevonden. 'Ze zeiden dat het snel was gegaan met me en zo voelde het ook.'

De afgelopen twee jaar hebben Reef en Verhoeven met hun beider collega's de opleiding management en coaching aan de Johan Cruyff University voltooid. Voor de eerste was dat het vanzelfsprekende opstapje . Voor de tweede moet het een herhalingsoefening zijn geweest van een vak leren dat hij al zolang uitoefent.

Verhoeven: 'En toch vond ik het verfrissend. Dingen die ik altijd intuïtief deed, werden daar in een context geplaatst. Je wordt je als het ware bewust van wat je doet. Een dergelijke opleiding zou standaard moeten zijn voor iedereen die dit werk gaat doen.'

Volgens Reef zetten hun beide ploegen daarmee de toon voor hoe het zou moeten in de ploegleiding van het wielrennen. 'Samen met Sky zijn we het verst in onze ontwikkeling. De rest is veel meer het oude wielrennen.'

Zover gaat Nico Verhoeven niet. Wel ziet hij in collega Reef een ontwikkeling weerspiegeld. 'Een ploegleider van buiten, dat had twintig jaar geleden echt niet gekund.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden