De opa van Mike Teunissen: als de duiven eenmaal binnen waren, laadde hij de racefiets in de auto

Beeld de Volkskrant

Zit hij er nog bij? Het was het eerste wat ik me afvroeg toen ik zondagmiddag eindelijk voor een televisietoestel terechtkwam. Een camerashot uit de helikopter, ik identificeerde twee Sunwebshirtjes. Ja, de kans was groot dat hij er nog bij zat. Even later werd het een volslagen zekerheid: zijn naam viel. Mike Teunissen ging gewoon de finale van de Ronde van Vlaanderen rijden. Zo’n koers is toch een stuk spannender met bloed uit de eigen streek voorin. Gek genoeg moest ik in ineens aan de postduiven van zijn opa denken.

We woonden naast de opa van Mike. Hij was duivenmelker. Op zondagochtenden lokte hij zijn wedstrijdvliegers het hok in door met een blikje duivenvoer te rammelen. Een bijna mystiek geluid voor een tienjarige. Ik had een enorme bewondering voor die duiven. Dat ze, weer of geen weer, zomaar de weg naar huis konden vinden nadat ze in ijzeren korven op een vrachtwagen helemaal naar Noord-Frankrijk of nog verder waren gebracht. Hun uithoudingsvermogen moest onbegrensd zijn.

De opa van Mike was trouwens ook wielrenner. Als de duiven eenmaal binnen waren laadde hij de racefiets in de auto om koersjes te gaan rijden bij de veteranen van de Wilde Bond. Mike stelde eens in een interview dat ondergetekende was gaan wielrennen dankzij zijn opa. Het speelde zeker een rol.

Mike beklaagde zich een paar jaar geleden bij me dat het koersen bij de professionals niet was wat hij ervan verwacht had. Het was zo beredeneerd allemaal; voor de kleinste on-koers werd een ploegstrategie opgesteld. Waar was de vrijheid? Hij vloog er liever in, en maar zien waar hij uit kwam. Dat ik toen dacht: die komt er wel.

Dus Mike zat er nog bij. Een paar dagen eerder was hij nog tweede in het hondenweer van de semiklassieker Dwars door Vlaanderen. Ik de krant repte hij ervan dat een semiklassieker geen wielermonument is. Boven de tweehonderd kilometer voelt hij zich nog geen topper. Dat is een kwestie van tijd, van een paar keer heel erg dood gaan. Wie daar talent voor heeft hardt vanzelf uit.

Zondag is Parijs-Roubaix, de koers waarin elke vermaledijde kassei een eiland van eenzaamheid is. Hij won er al eens als belofte, en weet dus hoe steen gekust wordt. Als Mike er nog bij zit in het niemandsland waar de postduiven van zijn opa gelost werden, is mijn zondag al goed. Winnen hoeft niet.    

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden