Baanwielrennen Nieuwe fiets

De nieuwe baanfiets is een tikje wulps en toch spartaans

Met de nieuwe baanfiets is een winst van 0,4 seconde mogelijk in de teamsprint. Hij is een tikje wulps en toch stevig genoeg om de krachten op te vangen die de renners erop los laten. Komende week wordt hij op de proef gesteld tijdens de EK in Apeldoorn.

Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

Hij is weer zwart, glanzend zwart, net als zijn voorganger. Dat is niet zomaar. De carbonvezels waaruit hij is opgetrokken zijn al donkerkleurig. Voor het lakken volstaan dan enkele lagen. Als hij wit zou worden, moeten er veel meer op. Dat scheelt weer wat grammen en die wegen zwaar in de wereld van het baanwielrennen.

In weerwil van de beeldvorming draait het daarin niet alleen om turbodijen en brede torso’s. Het is ook een mechanische sport. In het café van Omnisport in Apeldoorn verwijdert brandmanager Harald Troost van fietsfabrikant Koga met voorzichtige hand de hoes om het jongste wapen van de Nederlandse selectie: de nieuwe baanfiets. Die wordt komende week op de proef gesteld tijdens de Europese Kampioenschappen op de ovale piste in Apeldoorn. De sprintkanonnen Jeffrey Hoogland en Harry Lavreysen rijden ermee. Matthijs Büchli ook,  de regerend wereldkampioen op de keirin. Op de WK in Berlijn in februari moet iedereen er de beschikking over hebben.

Daar staat hij dan, losjes met het achterwiel in een standaard. Ontwikkelingskosten ‘ergens tussen de half en een miljoen euro’, schat projectleider Mark Dorlandt van Koga. Dan heb je ook wat: de fiets is 35 procent stijver, 15 procent lichter en 24 procent aerodynamischer dan de Kimera, het model waarmee de selectie de afgelopen jaren toch al een karrenvracht aan wereldtitels bijeen fietste. Het huidige hoge niveau en de sterkte in de breedte rechtvaardigde volgens Dorlandt de investering.

Woeste wervelingen

Het resultaat van wat in de ontwerpfase Project Tokyo is gedoopt, oogt zowel een tikje wulps, hier en daar juist wat hoekig als spartaans. De buizen van het frame zijn druppelvormig – breed aan de voorkant en dan verderop taps toelopend, om dan uit te monden in een punt. Het leidt tot minder woeste wervelingen rondom de fiets, de luchtstromen worden netjes langs de constructie geleid. Om die aan de achterkant nog wat meer in het gareel te houden zijn de punten op het laatst weer recht afgevlakt.

Onzichtbaar maar wel van belang: de stijfheid van de constructie. Onder de vermogens die de renners erop loslaten – met pieken boven de 2.000 watt - dreigen de buizen te buigen, tot tienden van millimeters. Dat is zonde van de energie. Die dient vooral voorwaarts te zijn gericht. De meeste stijfheid zit in het stuur, de omgeving van de trapas en de zadelpen. Daar zijn soms 20 lagen carbon aangebracht. Elders zijn drie of vier lagen toereikend. De gebruikte composiet komt overeen met de koolstofvezel die in de Formule I wordt gebruikt.

Er valt meer op. De pen van het stuur vormt een doorlopende lijn met de bovenbuis, waarna naadloos de duik naar de beugels wordt ingezet – de ontwerpers spreken liever over een cockpit in plaats van een stuur. De voorvork is plat en breed. De aanhechting van de achtervork aan de staande buis is volledig gesloten. De meeste renners zullen vlakker liggen en dieper reiken dan voorheen. Het is voor het goede doel: goud op de Olympische Spelen in Japan. In theorie is er een winst van 0,4 seconde mogelijk over de drie ronden van 250 meter in de teamsprint.

Modernste materiaal 

Na de Spelen in Rio was de kiem voor het project al gelegd. Er diende zich een sterke generatie baanrenners aan. Die zou toch over het modernste materiaal moeten kunnen beschikken. Het ontwerp van de Kimera stamt uit 2006 en was vooral toegesneden op de maten van Theo Bos, die er twee jaar later mee moest gaan schitteren in Beijing. Het model is gaandeweg aangepast. Het frame wat stijver, het gewicht wat lager, de voorvork wat aerodynamischer. Ingrijpend was het niet.

Voor de nieuwe fiets zijn vier partijen ingeschakeld die er tweeënhalf jaar mee bezig zijn geweest: Koga, de TU Delft, specialist in aerodynamische constructies Actiflow en composietconstructeur Pontis Engineering. Wat volgens Mark Dorlandt van Koga het project uniek maakt is dat ook de renners in een vroeg stadium zijn betrokken bij het ontwerp. Met computermodellen, fietstesten en simulaties in de windtunnel is nagegaan welke houding de minste luchtweerstand oplevert, zonder dat dit ten koste gaat van de vermogens die ze wegtrappen. ‘We zijn voor iedere renner nagegaan wat het gunstigst is. De een heeft profijt van een iets breder stuur, de ander kan beter wat smaller gaan rijden.’

De ontwerpers hadden niet de vrije hand. Er is een boekwerk van de internationale wielerfederatie UCI met voorschriften. De buizen mogen niet hoger zijn dan 8 centimeter en breder dan 2,5 centimeter, het balhoofd niet langer dan 16 centimeter. De lengte van de fiets dient binnen de 185 centimeter te blijven.

Een minimumgewicht van 6,8 kilo geldt niet meer. Het materiaal moet wel voldoen aan allerlei standaarden, die vooral betrekking hebben op het waarborgen van de veiligheid, zoals de sterkte van het frame en de klemming van stuur en zadelpen. Toeval of niet: het gewicht is uitgekomen op 6,8 kilo. Dorlandt: ‘In principe kunnen we hem nog lichter maken. Maar dan stuit je op verzet van de renners. Die moeten ergens nog hun kracht in kwijt kunnen.’

Niet alles is kneedbaar

De fiets is langer geworden dan de Kimera, precies op de grens van wat UCI tolereert. Het scheelt ruim 2 centimeter. Daardoor zijn renners beter in staat hun onderarmen horizontaal te houden. Dat beperkt de luchtweerstand en het voorkomt dat de knieën de onderarmen raken. De suggestie dat de onderarmen zelf ook wel wat dunner mochten worden, stuitte op verzet van bondscoach Hugo Haak en de renners zelf. Niet alles is kneedbaar. Ze moeten natuurlijk wel hun fiets stabiel kunnen houden.

Vreest Koga niet dat andere landen met onvoorziene elementen op de proppen zullen komen of zelfs nog innovaties van deze fiets zullen overnemen? Brandmanager Troost: ‘We hebben er geen controle over wat anderen doen. Om nog iets van ons te kunnen kopiëren lijkt me krapjes. Ontwikkeling kost veel tijd. Je moet er ook al mee rijden tijdens de komende wereldbekerwedstrijden om ze op de Spelen in te mogen zetten.’ Maar een psychologische oorlogsvoering is al voorzien: de fiets blijft komende woensdag verstopt onder een doek, tot op het moment dat de teamsprinters er de baan mee opkomen.

Volgens Dorlandt is er al mentale winst geboekt. ‘De renners hebben meegepraat en meegedacht. Er is het maximale uitgehaald. Zij zijn ervan overtuigd dat ze nu rijden op het allerbeste materiaal. Dat gaat ook in het hoofd zitten.’

Voor de liefhebber: de fiets, waarvan de naam zaterdagavond in Omnisport officieel wordt bekendgemaakt, zal vanaf januari ook te koop zijn – nog zo’n UCI-voorwaarde. Verwachte prijs: 9.500 euro. Daar moet je nog de wielen, de aandrijving en het zadel bij kopen.

Wat vinden de profs van de nieuwe fiets?

Harrie Lavreysen:

‘Ik heb er al aardig wat op gereden tijdens het trainingskamp in Zwitserland. Dat heeft me extra motivatie opgeleverd. De fiets is groter, ik lig er platter op. Aerodynamischer, terwijl ik in staat ben dezelfde vermogens te leveren. Op de vorige zat ik gedrongener. Dat was niet verkeerd, ik ben er wereldkampioen op geworden. Maar deze nieuwe houding voelt voor mij natuurlijker aan.’

Matthijs Büchli:

‘Ik rij er nu twee drie weken op en ik denk dat het serieus gaat helpen. Ik heb lopen zoeken de afgelopen jaren, van alles gereden en geprobeerd. Dit ding is gewoon veel stijver. Ik merk het vooral als ik doorversnel bij de teamsprint. Na enkele testen zit ik juist een heel stuk hoger. Ik krom heel erg mijn rug, waardoor mijn hoofd laag zit. Dan raakt de wind alles aan, je hebt twee breekpunten. Nu glijdt de wind over mijn helm langs mijn rug. Ik ben de positie nog niet echt gewend, maar het gaat steeds beter.’

Jeffrey Hoogland:

‘Ik krijg gelijk een glimlach. Ik ben superenthousiast. Hij is langer, ik zit er zowel comfortabeler als aerodynamischer op. De Kimera was in de grootste framemaat voor lange mannen als Matthijs en ik eigenlijk te klein. Daar kwamen we pas achter toen we de nieuwe Koga gingen ontwikkelen. Ik zat er bijna als een propje op, mijn benen moesten wat naar buiten uitwijken, anders kon ik mijn armen niet binnenhouden. Dat is nu niet meer nodig. De fiets is ook stabieler. Als ik start op de teamsprint, hoef ik veel minder te corrigeren. Deze fiets wil echt rechtdoor.’

Kirsten Wild:

‘Ik heb er nog niet op gereden. Ik heb het wel nagevraagd: de fiets is nog niet klaar. De fabriek heeft te weinig tijd om genoeg exemplaren te maken. Of ik dat raar vind? Misschien een klein beetje. Maar goed, dan hebben we voor de WK en de Spelen volgend jaar nog winst te halen. Ik klaag niet over de oude fiets. Ik ben er heel tevreden over. Laten we niet te overhaast overstappen. Wat ik hoop is dat de nieuwe hetzelfde voelt en sneller gaat.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden