De Nederlandse turners zijn eensgezinder dan ooit

De turners slaan de handen ineen en plaatsen zich voor de Olympische Spelen in Rio.

Casimir Schmidt tijdens zijn ringenoefening in Rio. Beeld epa

Uren na het bereiken van de Olympische Spelen in Rio werd de uitdagende omgeving van de Braziliaanse metropool verkend. De Nederlandse turners gingen onder leiding van hun coaches Bram van Bokhoven en Daniël Knibbeler de al dagen lonkende oceaan in. De maan stond op standje medium. Het gejoel van mannen in onderbroeken was een ontlading op zichzelf.

Het nachtzwemmen was een afspraak. Zoals het resultaat, derde in het olympisch kwalificatietoernooi, ook het gevolg was van een collectieve afspraak. De Nederlandse turners werkten de voorbije vier jaar samen zoals ze nog nooit samengewerkt hadden. Altijd waren zij in het verleden eenmansbedrijfjes geweest die voor de gelegenheid achter de vlag van het land gingen staan.

Er was een Brit voor nodig, Mitch Fenner, een man met voor Nederlandse begrippen ongewoon chauvinistische gevoelens, om de neuzen in de goede richting te krijgen: westwaarts over de Atlantische Oceaan. Hij noemde zijn plan One Team One Goal. Je kon op de boot springen of die laten wegvaren.

De Brit was zaterdagavond niet aanwezig. De gezondheidstoestand van de aan kanker lijdende chef-coach stond het niet toe dat hij naar Rio reisde. Hij, zelf een oude rocker, liet het 'rocken in Rio' over aan een samenstel van jong en oud, van energie en ervaring, van ontluikende klasse en bewezen kwaliteit.

Olympisch kampioen Epke Zonderland, tot zaterdag nog niet voorzien van een startbewijs om zijn rekstokgoud van Londen te dupliceren, en Jeffrey Wammes, de stijlvolste turner die Nederland ooit kende, stonden voor vlieguren. Vier aandringende jongeren, Bart Deurloo, Casimir Schmidt, Frank Rijken en Michel Bletterman, krikten het teamresultaat op met hun energie, hun lef en hun plezier in de sport.

Zonderland wist het na afloop van de geslaagde onderneming, definitief gemaakt door de Nederlandse topscore op rekstok, zeker. 'Die jonge gasten zijn zo gepassioneerd voor hun sport. Ze geven energie. Ze zetten ons op scherp. Wij ervaren sporters hebben daar wat aan', aldus de sinds zaterdag 30 jaar oude Fries, die na mislukkingen op de EK en WK van vorig jaar zijn gebruikelijke koelbloedigheid hervonden lijkt te hebben.

Fairplay

Wammes, net als Zonderland sinds 2005 internationaal actief, ging ook in op de bijzonderheid van de nieuwe samenwerking die hem zijn eerste olympische ticket gaat bezorgen. 'Vroeger zag ik op tegen de trainingskampen en stages. Nu is dat anders. Weet je, dit is een raar groepje mensen. Iedereen doet zijn dingen. Het is nooit saai. Maar de saamhorigheid is enorm. Ik heb nog nooit in mijn leven zoveel plezier gehad van mijn sport als de laatste jaren, in ons hechte teamverband.'

Dertig uur trainen per week, vereist in de internationale wedren om medailles, is met elkaar gemakkelijker dan alleen. Deelname aan een groot toernooi is solo ook niet gemakkelijk. Zonderland zocht in 2012 de Fransen op in hun trainingskamp te Parijs om maar in de olympische modus te komen. Hij had het graag anders gezien.

Zonderland: 'Al bij de Spelen in Peking in 2008 dacht ik: dit gevoel, deze ervaring zou ik moeten kunnen delen. Hoe het echt is op de Olympische Spelen, dat gun je anderen ook.'

In 2012 moest hij tot voor de rechter strijden met Jeffrey Wammes om het ene olympische ticket dat Nederland tot zijn beschikking had. Het was voor een sportman als Zonderland een verschrikking dat hij juridisch moest duelleren met een teamgenoot. Het olympische gevoel van fairplay werd bepaald door kantonrechter Dirk Vergunst.

Zaterdag stonden Zonderland en Wammes zij aan zij, schouder aan schouder, toen Casimir Schmidt, met een flonkerend voorstelling op vloer (14,833) de olympische kwalificatie definitief maakte. Zij wisten dat ze zich beiden optimaal kunnen voorbereiden op het vervolgoptreden in Rio van augustus. 'Ik vind dat ik het ticket verdien. Want ik heb er veel voor opgegeven', sprak Wammes uit zijn hart.

Wammes en Zonderland noemden ook alle twee in koor Yuri van Gelder, de ringenwereldkampioen van 2005, die op rij de Spelen van 2004, 2008 en 2012 miste. Van Gelder, de eerste Nederlander die in de wereldtop doordrong, zat thuis drie angstige uren uit. Hij moest zich conformeren aan het teambelang en zijn plaats afstaan aan de in topvorm verkerende Michel Bletterman. Omdat Mitch Fenner het zei, zijn woord op afstand is een dictaat waar niemand aan twijfelt, bleef Van Gelder in zijn hok. En thuis.

Vanaf deze week wordt turnen weer een individuele sport. Turners moeten knokken voor de vijf tickets in Rio. Eind juni en begin juli zijn twee wedstrijden gepland waar vorm getoond moet worden, waar medaillepotentie de doorslag geeft. Het zal wennen zijn voor de mannen die de olympische ringen van Rio zo graag op hun armen willen tatoeëren.

Epke Zonderland. Beeld anp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden