PROFIEL

De Nederlandse top van marathon Rotterdam

Twee Nederlandse toplopers doen zondag mee aan de marathon van Rotterdam. Abdi Nageeye wil onder de 2.10 finishen. Michel Butter is na een blessure voorzichtig. Zijn trainer: 'Je kunt niet doen alsof je een Keniaan bent.'

Abdi Nageeye en Michel Butter.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Abdi Nageeye (26)

Slechts tien Nederlandse atleten hebben de marathon sneller gelopen dan Abdi Nageeye in zijn eerste poging, vorig voorjaar, in een door slagregens geteisterde wedstrijd in Enschede.

Toch spreekt Nageeye met een zuinig mondje over de 2.11.33. Het is een tijd waarvoor hij zich schaamt. In Nederland stelt het misschien wat voor, maar zijn referentiekader ligt in Ethiopië, waar hij sinds 2013 het grootste deel van het jaar woont. Op de rotsige hoogvlakten rondom Addis Abeba doet hij tijdens sommige trainingen niet onder voor topatleten met persoonlijke records van 2.04 of 2.05.

Voor de marathon van Rotterdam is zijn doel nauwkeurig omschreven: hij wil zondagochtend als eerste Nederlander onder de 2.10 uur duiken. Zijn ambities reiken verder. Hij durft voorbij het Nederlandse record van Kamiel Maase te kijken: 2.08.21. Zijn 'droomdoel' is, op termijn, een tijd rond de 2.06 uur. Het Europese record is 2.06.36.

'Two-zero-six'

'Two-zero-six': dat maakt ook in Ethiopië indruk. Als hij zo hard loopt, durft hij zijn kameraden misschien zelfs in Nederland op visite te vragen. In 2012 deed hij expres alsof hij niet thuis was om een bezoek af te wenden. Uit gêne. De Ethiopiërs verwachtten een luxe huis, geen Nijmeegs flatje. In Addis Abeba heeft hij vaak gelogeerd in hun kapitale villa's. Het voelde als de omgekeerde wereld.

Met de complexiteit van het bestaan maakte de 26-jarige atleet al vroeg kennis. Hij is geboren in Somalië, maar werd als 5-jarig jochie door zijn ouders naar een oom in Den Helder gestuurd. Daar ging hij naar de basisschool. Na zes jaar werd hij met een smoes en een zwembroek weggestuurd, op 'vakantie'. Via een langdurig verblijf in Syrië keerde hij terug naar het door oorlog verscheurde land in de hoorn van Afrika.

In Somalië kwam hij al snel tot het inzicht dat hij zijn heil elders moest zoeken. Hij vluchtte als jonge puber, tegen de zin van zijn vader, naar buurland Ethiopië. Met behulp van een flinke dosis geluk, een Nederlandse zendeling en documenten van zijn school in Den Helder, wist hij de Nederlandse ambassade met veel moeite te overtuigen van zijn recht om in Nederland te wonen.

In NRC Handelsblad vertelde hij in 2010 hoe hij via de zendeling terechtkwam bij een pleeggezin in de Gelderse gemeente Oldebroek, waar hij de tweede helft van zijn tienertijd sleet.

De beste Nederlandse atleet Abdi Nageeye komt over de finish van de PWN Egmond Halve Marathon in januari. Nageeye werd met 1.03,59 vierdeBeeld anp

Voetballen

Voetballen deed Nageeye lange tijd liever dan hardlopen, totdat hij doorkreeg dat hij met rennen beroemd kon worden. Hij is kleiner en lichter gebouwd dan veel Keniaanse toppers. 'Mensen zeiden steeds tegen mij: het kan niet dat je zo hard loopt, het is ongelooflijk. Dat vond ik zo mooi.'

Via Google vond hij op zijn 18de zijn eerste atletiektrainer, Johan Voogd. Korte tijd later won hij zijn eerste wedstrijd. Het bleek de opmaat voor diverse Nederlandse titels. Voogd herkende het bijzondere talent meteen. Destijds zei hij: 'Hij pikt alles ongelooflijk makkelijk op. En hij heeft in zijn leven steeds moeten vechten. Daar word je niet zwakker van.'

Nageeye paart overlevingsdrang aan ongeduld. Voor een marathonloper is hij ongedurig, op het onstuimige af. Voordat hij zich in Addis Abeba vestigde, trainde hij vele malen in het Keniaanse Iten. Dat staat te boek als het epicentrum van het langeafstandslopen, maar in de beleving van de jonge Nederlander is het een saai 'rimboedorp'.

Ook het roemruchte Nike Oregon Project in de VS kon hem niet bekoren. Hij mocht op voorspraak van zijn vriend Mo Farah, de Somalische Brit die olympisch kampioen is op de 5.000 en 10.000 meter, in 2013 bijna acht weken meetrainen met de groep, die met geheimzinnigheid is omgeven. Nike begon het project in de hoop dat Amerikaanse atleten Afrikanen zouden verslaan.

In Oregon maakte hij kennis met moderne snufjes als onderwater- en anti-zwaartekrachthardloopbanden. Die stellen atleten in staat meer kilometers te maken zonder geblesseerd te raken. Ze zijn cruciaal geweest in het olympische succes van Farah.

Zomerspelen

Nadat de Brit bij de Zomerspelen van 2012 de Ethiopische titelhouder Kenenisa Bekele had onttroond, vatte atletenmanager Jos Hermens zijn gevoelens aldus samen: 'De wetenschap heeft de natuur verslagen.'


Farah vroeg Nageeye in Amerika te blijven, maar de eigenwijze Nederlander wees het zeldzame aanbod af. De grillige natuur van Ethiopië trok hem meer dan het laboratorium van Nike, al luistert hij wel naar adviezen van zijn beroemde vriend. Onlangs trainden ze nog samen in Addis Abeba.


Zijn toekomst ligt voorlopig in Ethiopië, weet Nageeye. Hij trouwde er vorig jaar met zijn Somalische geliefde. Hoewel zijn ouders in Somalië leven, mijdt hij dat turbulente land vanwege het gevaar voor ontvoering. Hij prijst zich gelukkig met het feit dat hij kan wonen waar hij zich als ambitieuze atleet het beste ontwikkelt. Als Nederlander heeft hij die keuzevrijheid.


In Addis Abeba laaft hij zich aan beroepsernst van de honderden lopers die zich al voor zonsopkomst op de weg begeven. Soms komt hij tijdens een vroege duurloop Haile Gebrselassie tegen, de voormalige wereldrecordhouder op de marathon. Zijn warme gevoelens voor het land zijn vervat in een herinnering aan zo'n ontmoeting. 'Eerst zag ik Haile. Een half uur later kwamen we tien hyena's tegen. Dat is zo mooi.'

De Nederlandse atleet Abdi Nageeye tijdens de Zevenheuvelenloop in 2012.Beeld anp

Michel Butter (29) is wijzer dankzij een scheurtje

Het leek alleen beter te kunnen gaan met Michel Butter, toen hij in 2012 als derde Nederlandse marathonloper de barrière van 2.10 slechtte: 2.09.58. Het Nederlandse record, een Europese medaille, in marathons als Boston of New York strijden om podiumplaatsen met Oost-Afrikanen: na zijn geslaagde vierde marathon durfde hij onbegrensd te denken.

Die comfortabele geestestoestand is hij kwijt. Zijn aanval op het Nederlandse record van Kamiel Maase (2.08.21) mislukte in het voorjaar van 2013. Bij de WK atletiek, later dat jaar, moest hij opgeven. Bij de kop van zijn rechterdijbeen, nabij het heupgewricht, bleek een scheur te zitten. Hij kon bijna twee jaar zijn vak niet uitoefenen. Zondag maakt hij in Rotterdam voorzichtig zijn rentree.

Fysieke tegenslag kende de 29-jarige atleet uit Beverwijk, die als energieke tiener soms drie voetbalwedstrijden op rij speelde, in zijn atletiekcarrière nauwelijks. Hij ziet zichzelf als een welvaartskind. Hij koos bewust en goedgemutst voor een sober bestaan als marathonloper. Hij hoefde zelden af te wijken van het vijftienjarenplan dat hij zelf opstelde.

Teleurstelling

Zijn enige teleurstelling was het mislopen van de EK in 2010, waar hij wilde uitkomen op de 10.000 meter. Het scheurtje belette ook deelname aan de EK atletiek van 2014, een veel grotere tegenvaller. Die marathon gold al jaren als zijn carrièredoel. Hij zou, als een van de weinige Europese 2.09-lopers, titelkansen hebben. Bij mondiale titeltoernooien zijn Oost-Afrikanen doorgaans te sterk.

Voor neerslachtigheid heeft Butter geen aanleg. Dat is zijn redding geweest, denkt Guido Hartensveld, de coach die hem al begeleidt sinds hij zich als '16-jarig bravouremannetje op een scooter' meldde bij het Noord-Hollandse Team Distance Runners.

Na de mislukte EK-kwalificatie van 2010 ontdekte Butter dat hij topsport ten onrechte zag als een uitruil: wie genoeg investeert, zal worden beloond. Hij besefte dat hij zich niet moest concentreren op de klassering of de eindtijd, maar op het trainingsproces. Niet de bestemming moest centraal staan, maar de reis. Die mentaliteit hield hij, aldus Hartensveld, ook in de donkerste dagen van zijn loopbaan. Vanwege de kapotte heup mocht hij soms maanden niet rennen.

Hoe kon zijn skelet het begeven? Butter spreekt er niet graag over, maar die vraag kwam tijdens de revalidatie centraal te staan. Als detectives plozen de atleet, zijn coach en experts als de sportartsen John IJzerman en Petra Groenenboom zijn verleden uit: de trainingsschema's, de voedingsgewoonten en de hoogtestages

Michel Butter won in 2010 de 30e editie van de Sylvestercross.Beeld anp

Patroon

Er bleek een patroon te ontwaren in wat onschuldige verkoudheidjes leken of andersoortige kwakkelklachten. De geneeskunde wist zijn probleem te benoemen: Relative Energy Deficiency Syndrome.

In de klare taal van Hartensveld komt die diagnose hierop neer: 'Het lichaam komt in afbraaktoestand door een combinatie van armoedige voeding en intensief trainen op hoogte, waar het herstel van trainingen langer duurt. Dat kan zich uiten in ziekten, problemen met het immuunsysteem of in skeletafbraak.'

De fout lag in Kenia, waar de leergierige Butter meermaals de kunst afkeek bij kampioenen. Hij leefde met ze in een spartaans kamp, buiten het gehucht Kaptagat. Het toilet was een kuil in de grond. De douche een teiltje water. De gezelschapdieren? Kakkerlakken. Het voedsel? Veel wit brood, maïspap (ugali) en thee met melk en suiker. Hij ging zo op in de cultuur dat hij de meegebrachte ketchup liet staan.

Inspiratie

Butter ervoer de Keniaanse maanden altijd als inspirerend. Hij ontdekte dat rusten rond de trainingen meer is dan exact anderhalf uur slapen: het is een gemoedstoestand. Hij leerde eenvoud nastreven en ruis uitbannen. Hij zag een topper als Emmanuel Mutai kotsen van vermoeidheid. Zijn respect voor het Keniaanse arbeidsethos groeide, ideeën over mogelijke genetisch voordeel verwaterden.

De scheur in zijn heup bleek de hoge prijs van die waardevolle lessen. Hartensveld: 'Kenia blijft zijn lievelingsplek, maar als je zo tegen de lamp loopt, ben je gedwongen het goed uit te zoeken. Wat blijkt: je kan niet doen alsof je een Keniaan bent.'

In de aanloop naar Rotterdam heeft Butter opnieuw Kenia opgezocht. Met dit verschil: hij trainde zes weken lang met Nederlandse lopers, hij volgde de schema's van Hartensveld en hij at de voedzame maaltijden in het comfortabele trainingscentrum van voormalig wereldkampioene Lornah Kiplagat. Bij terugkeer in Nederland bleven de klachten uit. Zijn vorm groeide gestaag.

Michel Butter tijdens de City Pier City loop in 2013. Butter kwam als eerste Nederlander over de finish op het Malieveld.Beeld anp

Vergrootglas

'De marathon legt je persoonlijkheid onder een vergrootglas', zei Butter in 2012, aan de vooravond van zijn toptijd in Amsterdam. Volgens Hartensveld geniet zijn atleet van dat proces, ook als het pijnlijk is. 'Hij vindt het een uitdaging om met zijn blessure te dealen, ervan te leren, de confrontatie met zichzelf aan te gaan, kritisch en kwetsbaar. Ik zie hem nog heel wat jaren lopen.'

Voor Butter is Rotterdam een tussenstap. Zijn doel voor zondag is '2.14 of harder'. Nu hij weer zonder pijn kan rennen, is het belangrijkste dat hij zich weer marathonloper gaat voelen. In het najaar in Amsterdam, hoopt hij de strijd aan te binden met Abdi Nageeye. Dan zal blijken of hij nog steeds de onstuitbare atleet is die in zijn herinnering voortleeft.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden