Analyse Schaatsen

De Nederlandse schaatsers lijken tegenwoordig te pieken op het belangrijkste toernooi: de Winterspelen

De resultaten van de Nederlandse schaatsploeg leren dat de trend is dat tijdens de Winterspelen wordt gepiekt.

Kjeld Nuis zit na afloop van de 1000 meter langs de baan. Nuis werd 3e. Beeld Klaas Jan van der Weij

Jac Orie moest geduld hebben bij de WK afstanden in Inzell. Bij de Winterspelen van 2018 kon de Haagse coach op de eerste twee dagen twee keer juichen voor een gouden pupil: Carlijn Achtereekte won de 3 kilometer in Pyeongchang, Sven Kramer de 5 kilometer. In Zuid-Duitsland moest hij wachten tot de vierde en laatste dag van het toernooi voordat Thomas Krol als eerste van zijn eliteploeg zegevierde, op de 1.500 meter.

Zijn olympisch kampioenen (Kjeld Nuis, Kramer en Achtereekte) beleefden een flets WK. Brons was het beste resultaat, door Kramer behaald op de 5 kilometer en door Nuis op de 1.000 meter, Achtereekte werd vierde. ‘Het ene jaar is het andere niet. We hebben veel zilver en gelukkig één gouden medaille’, stelde Orie zondagmiddag in de tunnel onder het ijs van de Max Aicher Arena vast. Zijn schaatsers behaalden viermaal zilver en tweemaal brons.

Dat de resultaten schril afstaken tegen het olympisch succes deerde Orie niet. ‘Ik heb altijd gezegd dat het verschil tussen winnen en verliezen heel klein is.’ Hij noemt het ‘de wet van de verminderde meeropbrengst’. Wie sterke concurrenten wil verslaan moet er heel veel tijd en energie in steken om dat kleine beetje voorsprong bij elkaar te sprokkelen.

Ook zag Orie dat een aantal tegenstanders beter waren dan in het olympisch seizoen. Dat gold bijvoorbeeld voor Martina Sablikova, die de zege op de 3 kilometer voor de neus van Antoinette de Jong wegkaapte. ‘Antoinette rijdt het ene na het andere persoonlijke record, maar Sablikova was gewoon net wat beter.’

Zo keek hij ook naar de prestaties van Patrick Roest, die zilver veroverde op de 5 en 10 kilometer. ‘Op de 5 kilometer is Patrick 8 seconden sneller geworden dit seizoen. Hij heeft zichzelf op de 10 kilometer met 30 seconden verbeterd. Dat betekent dat hij zichzelf een rondje heeft ingehaald. Hij had nog nooit een 10 kilometer op een WK gereden en als hij dan hier op 0,4 seconde het goud mist, dan mag je niet mopperen.’

Voor de complete Nederlandse ploeg waren de WK in Inzell de beste mondiale afstandskampioenschappen sinds de eerste editie in 1996. Tenminste, wie alleen naar de vertekenende, kale cijfers kijkt: 8 keer goud, 6 keer zilver en 2 keer brons. Met 16 medailles in totaal keerden de schaatsers terug naar huis. Dat was één medaille meer dan in 1999, tot dit jaar het toernooi dat het meeste eremetaal had opgeleverd.

Maar het is niet eerlijk om die cijfers zo naast elkaar te leggen. Het afgelopen anderhalve decennium zijn er steeds disciplines bij gekomen. In 1999 stonden alleen de tien klassieke afstanden op het programma en waren er dertig podiumplaatsen in het geding. Sinds de introductie van de ploegenachtervolging, massastart en de team sprint, die in Inzell voor het eerst verreden werd, zijn er op zestien disciplines 48 medailles te vergeven.

Relatief bezien waren de WK in Inzell dus lang niet het succesvolst voor de Nederlanders. In 1999 wonnen ze de helft van de medailles, nu eenderde. Ook de WK van 2003 was met 12 plakken (40 procent) beter.

Het is geen toeval dat die WK’s in de na-olympische seizoenen van 1999 en 2003 zoveel opleverden. In de winter na de Spelen lieten veel buitenlanders de teugels vieren en daar profiteerden de Nederlandse schaatsers van. In Nederland is het verschil tussen olympische en niet-olympische winters niet zo groot. Er is altijd belangstelling voor de sport en de onderlinge concurrentie tussen de commerciële ploegen zorgt voor een continu hoog niveau.

Hoe dichter de Winterspelen naderden, hoe meer de Nederlanders onder druk kwamen te staan. Vaak liep het medailletotaal terug om op de Spelen op het minimum van de vierjarige cyclus uit te komen.

Die historische trend is omgeslagen. Dat begon rond de Olympische Spelen van Sotsji in 2014. In Rusland haalden de schaatsers 21 medailles op de individuele nummers. Een jaar later op de WK afstanden in Heerenveen bleef het bij 12 podiumplaatsen. In Inzell was het Nederlandse optreden ook minder indrukwekkend dan de vorige winter op de Winterspelen. Op de klassieke onderdelen stond in Pyeongchang 12 keer een Nederlander op het podium, op de WK gebeurde dat 11 keer, maar er werd beduidend minder vaak goud veroverd: zeven keer om vier keer.

Afgaand op de afgelopen twee olympische cycli hoeven de Nederlandse schaatsliefhebbers zich dus geen zorgen te maken. De Nederlandse schaatsers lijken tegenwoordig te pieken op het belangrijkste toernooi: de Winterspelen. Al wordt het echte bewijs pas over drie jaar geleverd in Beijing.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden