Het beeld van de Nederlandse strafcorner, vorig jaar bij het WK India.

Reportage Hockey

De Nederlandse hockeyers hebben een nieuwe aas in het pokerspel van de strafcorner: debutant Jip Janssen

Het beeld van de Nederlandse strafcorner, vorig jaar bij het WK India. Beeld Koen Suyk / ANP

Bij het EK hockey in Antwerpen is debutant Jip Janssen bij de strafcorner het ideale alternatief voor topscorer Mink van der Weerden. ‘We zijn minder voorspelbaar.’

Het was een vertrouwd beeld geworden bij de Nederlandse hockeyers. Voor de strafcorner werd topscorer Mink van der Weerden in stelling gebracht om de bal met zijn magische sleeppush in het dak van het doel te smijten. Maar zijn kunstje werd voorspelbaar, het rendement bij de corner was te laag. Bij het EK in Antwerpen heeft Nederland met Jip Janssen een alternatief. De 21-jarige verdediger van Kampong is de nieuwe aas in het pokerspel op de kop van de cirkel.

Taeke Taekema, voormalig strafcornerspecialist, omschreef de korte corner als ‘een pitstop van drie seconden’, waarin het aangeven, stoppen en ­pushen tot een vloeiende synergie leiden. ‘Het is de perfecte benaming, want het aangeven en stoppen van de bal is net zo belangrijk als het afronden’, zegt Janssen, die zich bij Kampong manifesteerde met een verwoestende sleeppush en bij het EK zijn debuut maakt in het Nederlandse team.

‘Een bal op de plank, daarvan kan ik toch meer genieten dan een bal in de kruising. Plok, je hoort dat heerlijke geluid. Uiteindelijk komt de goal op mijn naam te staan, maar het is teamwerk. Het ritme moet perfect zijn en uiteindelijk moet je die corner ook niet groter maken dan het is. Voor mij is het een balletje slingeren, daar komt het in essentie op neer.

‘Elke corner is uniek. Van der Weerden kan bepaalde ballen veel harder gooien dan ik, bijvoorbeeld hoog naar de handschoenkant van de keeper. Het heeft deels te maken met de afzet bij het slepen en de kracht die je daarbij ontwikkelt. Mink drukt in het krachthonk meer weg dan ik, die kant moet ik ook op. Ik zal fysiek sterker moeten worden, ook om te voorkomen dat ik alles scheef trek door die extreme beweging bij de sleeppush.

Bondscoach Max Caldas had zijn twijfels, toen hij Janssen in januari 2017 uitnodigde voor een trainingsstage in Kaapstad. Leuk die corner, maar kon die lange krachtpatser ook hockeyen? Janssen werd gepasseerd voor het EK in 2017 en het WK in 2018. Caldas: ‘Ik wilde dat Jip zijn spel zou ontwikkelen. Hij heeft ons aangenaam verrast, oogt ondanks zijn lengte comfortabel aan de bal.’

En die corner viel niet langer te negeren. Janssen: ‘Ik voer dat riedeltje zo’n honderd keer per week op, de corner is een automatisme geworden. Ik heb er jaren aan gewerkt, want bij de eerste strafcorner die ik mocht nemen struikelde ik nog over mijn benen. Ik kom van ver, er is veel voor nodig om die corner perfect te nemen. Daarom push ik na elke training ballen op doel, al moet je waken voor overbelasting. Ik probeer een goede mix te vinden.

Bij Kampong trad Janssen in de voetsporen van de legendarische Paul Litjens, topschutter in de jaren zeventig en tachtig. De oud-international gaf hem diverse tips. ‘Ik spreek hem geregeld op de club, Paul heeft prachtige verhalen en ik kan zeker van hem leren. Hij was een eigenzinnige hockeyer, ook in die zin is hij een voorbeeld.’

Nee, hij staat nog niet in een rijtje met illustere specialisten als Paul Litjens. Ties Kruize, Floris-Jan Bovelander en assistent-coach Taco van den Honert. ‘Het zou mooi zijn als ik in de buurt kom van die grote namen.’

Toon Siepman sleutelt tijdens het EK aan de Britse strafcorner. De 66-jarige coach geldt als de ‘cornerprofessor’ en trainde specialisten als Maartje Paumen, Caia van Maasakker en Mink van der Weerden. Hij leerde ook Janssen de kunst van het pushen. Siepman: ‘Jip brak zijn enkel op het kampioensfeest van Kampong in 2017, waarna hij zijn corner even kwijt was. Of dat nu door die breuk kwam of niet, we hebben de beelden geanalyseerd en nu is zijn sleeppush weer op orde. Jip toont weer de mooie techniek van voor die enkelkwetsuur.’

Van der Weerden, het kanon van Oranje Rood en Janssen zijn in technisch opzicht vergelijkbare ‘slepers’, al heeft hun corner een afwijkende signatuur. Siepman: ‘Wanneer je zo lang bent als Jip heb je een grotere reach en meer ‘momentum’ bij het slepen. Mink is kleiner en compact, explosiever dan Jip.’

Van der Weerden: ‘Jip kan vanwege zijn lengte meer snelheid maken, hij kan de bal langer meenemen op de stick. Het ritme is vergelijkbaar, evenals de manier waarop we hoeken maken.’

Eerste koppel

Siepman: ‘Het hangt ervan af op welke plaats Janssen en Van der Weerden staan. Wie vormt het eerste koppel op de kop van de cirkel en wie is nummer twee? De trend is dat de sterkste sleper tegenwoordig op de tweede positie staat om daarmee de uitlopers en het gedrag van de keepers te beïnvloeden.

‘Mink heeft het laatste anderhalf jaar gewerkt aan het slepen op de stickkant van de keeper. Hij wilde altijd scoren op de handkant van de doelman. Maar hij kreeg ze er niet meer in, omdat de uitlopers en de keepers ervoor zorgden dat die hoek dicht zat.’

Nederland verloor de WK-finale in december 2018 pas na shoot-outs van België, maar Van der Weerden kon als sleper het verschil niet maken. ‘Onze corner werd rete voorspelbaar. Je moest creatief zijn binnen een kleine marge. Ik verwachtte ook meer van mezelf, keek niet altijd even realistisch naar mezelf.

‘Ik heb inderdaad getwijfeld of ik nog maximaal rendement kon halen uit de corner. Het liep niet geweldig tijdens het WK in India, ook al wist ik dat ik vanwege een blessure een jaar lang nauwelijks had gespeeld. Ik was fit, maar misschien heb ik te licht gedacht over die ontbrekende 5 procent. Ik heb te weinig kunnen trainen en de strafcorner vergt meer dan een beetje onderhoud.

‘Het was een frustrerende gedachte, ik kon moeilijk een krachtprogramma opstarten tijdens het WK. Toch ging ik zoeken naar oorzaken. Waarom gaat die bal er niet in? Is er bij de corner geen ruimte meer om de lijnverdediging te kraken? Zijn er technische fouten ingeslopen of maak ik de verkeerde keuzes bij de uitvoering? De puzzel klopte niet, ik kon de oplossingen niet vinden.

‘Ik miste het bevrijdende gevoel van: alles klopt. Dat kwam pas weer terug aan het einde van de competitie en in de Pro League. Toen had ik wel het vermogen om langs die eerste uitloper te komen. Het kon niet ook helemaal weg zijn. Je kunt niet automatisch de jeugdige onbevangenheid oproepen.

‘Ik weet nog dat ik na de Spelen van 2012 dacht dat ik er bij mijn eerste competitiewedstrijd tegen SCHC ook wel 12 zou inschieten. Ik miste de eerste twee strafcorners en ik begreep er niks van. Op mijn dertigste moet ik baas zijn over de situatie en accepteren dat een sportcarrière ups en downs kent.’

Meer opties

De hockeyers hebben nu meer opties tijdens het EK. En voor de lijnverdediging van de tegenstanders is het een complexe afweging geworden. Ze kunnen niet er langer blind van uitgaan dat Van der Weerden zal pushen. ‘Ik oordeelde te hard als die bal er niet inging. Nu kunnen we zeggen: de ene schutter is de bliksemafleider voor de ander.

‘We maken elkaar sterker en er ontstaat simpelweg meer ruimte. De uitloper moet nu met twee man rekening houden. Ook als wij met twee koppels op de kop stonden, koos de uitloper toch vaak voor mij. Ik kon diverse trucs verzinnen om de bal langs de eerste uitloper te pushen, maar er stonden vaak twee man voor mijn neus. Dat kunnen de tegenstanders zich nu niet meer permitteren. Met Jip als extra cornerschutter zijn we zeker sterker geworden.

‘In de Pro League zagen we de percentages van de strafcorner al stijgen. De geschiedenis leert dat het individu kan floreren bij een bredere bezetting op de kop van de cirkel. Het beste voorbeeld is mijn samenwerking met Roderik Weusthof in 2012 tijdens de Spelen van Londen. We hadden allebei de ruimte om te scoren, dat is ook bij andere landen het ideale beeld.’

Bondscoach Caldas kan de druk op Van der Weerden verlichten. ‘Jeroen Hertzberger is een winnaar en weet ook hoe hij moet scoren uit de strafcorner. Ook Seve van Ass kan de corner nemen. Maar met Jip en Mink hebben we nu twee schutters met power. In vergelijking met de andere landen maakten we de laatste jaren meer fouten bij het aangeven en stoppen. De foutenlast is nu bijna nihil, het biedt onze beesten de kans om te pushen. We oefenen ook veel met varianten, zodat we niet alleen afhankelijk zijn van Van der Weerden.’

Siepman: ‘De strafcorner wordt steeds meer een psychologisch steekspel . Ik hoop dat we tijdens het EK meer varianten zullen zien, een strijd tussen acht aanvallers en vier verdedigers. Teams zullen vaak twee lijnstoppers laten uitlopen op de cornernemer. Dan moet er één vol in de remmen wanneer de aangever juist de andere stopper aanspeelt. In die zin kan Nederland profiteren met twee topschutters op de kop van de cirkel.’

Maar of Janssen werkelijk vrijuit zijn balletjes gaat ‘slingeren’ tijdens het EK? Siepman: ‘Wanneer de bondscoach bepaalt dat de eerste drie corners voor Mink zijn, zal Jip toch iets meer druk voelen wanneer hij de vierde corner mag nemen. Dan moet die bal er wel in. Ik probeer in de hoofden van de slepers te kijken, ze weten alle aandacht op zich gericht. En dat doet iets met je. Consistentie en efficiëntie, zijn de toverwoorden bij de strafcorner.’

Halve finale of finale tegen België, een strafcorner voor Nederland bij 0-0 in het laatste kwart. Janssen: ‘Heerlijk, kom maar op. Lijkt me geweldig als ik dan de kans krijg om te scoren. Je leeft als cornerschutter ook van die druk. De strafcorner is een aparte voorstelling binnen het hockey, een spel tussen keeper en lijnverdediging en de pusher en de andere spelers voor de rebound. Het is een minigame, waarbij de spanning wordt opgevoerd.’

De kracht van de corner bepaalt veelal de kleur van de medaille, ook tijdens het EK in België. Hoewel Janssen en Van der Weerden benadrukken dat ze elkaar beter maken, kunnen ze volgens Siepman ook rivalen worden. ‘Het wordt een probleem wanneer er twee grote ego’s op de kop van de cirkel staan. De interne concurrentie kan een factor worden, dat moet je goed managen. Jip en Mink benadrukken dat ze elkaar steunen, maar je mag naar de Spelen maar 16 spelers meenemen in plaats van 18 op een WK of EK. Wellicht wordt een van de slepers dan reserve.’

Van der Weerden: ‘We praten geregeld over de corner, opdat we samen kunnen anticiperen en snel kunnen overschakelen op plan B. De tactische keuzes dwingen je ook tot samenwerking. Vroeger kon je pushen en was het meestal een doelpunt. Nu bepaalt de keuze of je kunt scoren of niet. Uiteindelijk maakt het niet uit wie hem maakt.’

Janssen: ‘Mooi dat Mink me zo betrekt bij dat mentale gevecht. Die samenwerking is leerzaam voor mij. Daardoor voel ik me minder bezwaard om soms tegen Mink te zeggen: laat deze corner maar aan mij. Ik ben er klaar voor.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden