De mythe is sterker dan de spuit

Dopingaffaires of niet, de Tour de France groeit gewoon door. Maar verslaggevers voelen zich 'belazerd' door 'die pretfabriek'...

DE tourkaravaan is langer dan ooit.

Meer camera's, meer uren televisie bij de NOS, meer radioflitsen vanaf woeste cols. De sponsordorpen zullen voller zijn, de rondemeisjes blonder, de televisierechten duurder betaald en de campings bij de aankomstplaatsen beter bezet.

De oplages van het organiserende Franse sportblad L'Equipe zullen hoger zijn. De kijkcijfers in Nederland beter (want 'onze' Michael Boogerd is favoriet). En de journalisten, vorig jaar nog de 'bloedzuigers' van de Ronde, zullen achthonderd man sterk door het Franse landschap jakkeren in wat zij zelf zien als 'de zwaarste klus' in het vak.

Samen genereren ze meer free publicity voor de horlogemakers, banken en frisdrankfabrieken die La Grande Boucle - die 'pretfabriek' van tourdirecteur Jean-Marie Leblanc - opgewekt blijven financieren, dopingschandalen of niet.

De Tour de France, constateren wielerverslaggevers cynisch, vlak voordat ze zelf in de auto stappen naar het proloogdorp Le Puy-du-Fou - die Tour kan wel tegen een stootje. Politie-invallen, dealende dokters, kofferbakken vol EPO en liegende wielerlegendes (Richard Virenque: 'Ik slik niks') lijken het grootste sportevenement na Olympische Spelen en WK Voetbal niet te deren.

Sterker nog. Vorig jaar keken 785 duizend Nederlanders op televisie naar een doorsnee etappe. Maar toen de renners stapvoets naar Aix-les-Bains koersten, woest over het ingrijpen van justitie, en vijf ploegen collectief het bijltje erbij neergooiden, keken nog eens honderdduizend mensen méér. Met sport had dat weinig te maken. Of renners 'clean' dan wel 'per spuit' door de Pyreneeën fietsen 'interesseert het publiek geen fuck', stelt Peter Ouwerkerk van het Rotterdams Dagblad vast. 'De belangstelling voor de bergritten wordt dit jaar alleen maar groter. De mensen wíllen bedrogen worden.'

Journalisten niet. Toch moeten ervaren verslaggevers toegeven dat ook zij grotelijks in de maling genomen zijn door ploegleiders als Cees Priem (TVM). En door renners als Pantani, Virenque, Zülle en al die andere min of meer gedrogeerde klasbakken over wie ze ooit lyrisch-bewonderende artikelen hebben geschreven.

'Ik weet niet hoe ik het als journalist moet verantwoorden dat ik me al die jaren heb laten belazeren waar ik bijstond', zegt Johan Woldendorp van Trouw. Hij begint 'een beetje ambivalent' aan zijn eenentwintigste Tour: 'Mijn toon zal wat minder lyrisch zijn. Ik zal van niemand meer beweren dat-ie clean gewonnen heeft. Dat die renners bij controles negatief zijn, zegt niets. Alleen de grootste sukkels lopen tegen de lamp.'

Ouwerkerk - hij begint aan zijn zevenentwintigste - geeft grif toe dat hij 'verhalen heeft geschreven waar ik nooit meer achter kan staan'. En Pol de Keyser (negende Tour), verslaggever voor de Vlaamse kranten De Standaard en het Nieuwsblad, draait er ook al niet omheen: 'Uiteraard heb je het gevoel dat je belazerd bent. En soms vraag je je af of je niet beter iets anders kunt gaan doen. Maar ach, het is niet de hele wielrennerij, het zijn excessen.'

Voor journalisten is de Tour niet meer wat-ie was. Toch zijn dopingverhalen zo oud als de wereld. In het bloed van de verongelukte Tom Simpson werden drugs gevonden. Eddy Merckx, vijfvoudig Tourwinnaar, werd uit de Giro gezet. En als het niet over anabolen gaat, dan wel over duistere combines, of over sponsors die hun 'stal' zwart uitbetalen. Het hoort bij de Tour als list en bedrog bij 'het gewone leven', relativeert Wiel Verheesen van het Limburgs Dagblad (negentien Rondes). En het verklaart de publieke belangstelling: de Tour is het leven zelf, een vlucht in het hooggebergte kan nog mythische proporties aannemen, en aan de meet wordt een timmerman miljonair.

Maar sinds de ronde van 1998 is alles anders. Justitie in Frankrijk begon de dingen te bewijzen waarover 'het circus' - organisatie, ploegen, sponsors en pers - tot dan toe vooral gezwegen had. Omdat ze het niet wílden weten, of niet konden bewíjzen. De Tourkaravaan was een rijdend dorp, en wie uit de school klapte, lag eruit. Maar ineens zagen verslaggevers - biertje bij een Bar Tabac - hoe de Festinaploeg uit de ronde werd gehaald. Stonden ze te posten bij de gendarmerie omdat Priem was aangehouden. En zagen ze Rudy Pevenage (assistent-ploegleider bij Telekom) 's nachts ergens in de Pyreneeën onduidelijke rommel in een vuilniszak verbergen. Zegt Fred Segaar (GPD en Haarlems Dagblad, derde Tour): 'Je stoot elkaar aan. Zijn wij nou paranoïde of gebeurt dit echt? Het was heel spannend, maar je was meer misdaadverslaggever dan iets anders.'

Ouwerkerk: 'Sportief wordt het minder interessant. Je blijft bij elke demarrage vreemde bijgedachten houden. Maar de Tour is ook romantiek en heldendom. Je ontkomt er niet aan over de winnaar te schrijven. De Giro was een testcase. Virenque wint toch weer een etappe. Bij tests was hij negatief. Als je dat kunt, na alles wat er gebeurd is, is dat een enorme atletische prestatie. Ik vraag me af waarom Virenque, als hij het in de Giro kan, die middelen nodig had. Daar kom je nooit helemaal uit.'

De weifelende houding van Ouwerkerk is die van veel wielerverslaggevers. Ze maken deel uit van de publiciteitsmolen, maar voelen zich niet schuldig aan de farce die de Tour in de ogen van critici geworden is. Zeker, ze zullen argwanender zijn dan tevoren. Maar als Michael Boogerd op Alpe d'Huez als eerste bovenkomt, daveren de superlatieven weer door de perstent. Dan leeft de mythe, krijgt de fantasie de ruimte, en schrijven alleen hardleerse piskijkers kolommen vol over EPO.

Voor verstokte wielerjournalisten is doping geen geliefd onderwerp. Ze weten er meer van dan menige buitenstaander, maar zijn - zegt De Keyser van De Standaard/het Nieuwsblad - 'tenslotte ook geen dokter of apotheker'. 'Wij hebben onze lezers gevraagd of de Tour maar een jaar moest overslaan. Zeker 80 procent wilde door. Brood en spelen. Spektakel. Ze tillen er niet zo zwaar aan.' Woldendorp: 'Per saldo zie je mooie sport. Als je Pantani ziet klimmen, ben je geneigd te vergeten dat dat op groeihormonen gaat.' En Ouwerkerk: 'Voor mij houdt de sport niet op waar de spuit erin gaat. Als je dat zegt, plaats je je buiten de maatschappij.'

Verslaggevers zien wel dat de Tour gevaar loopt. Als gendarmes opnieuw renners bij massagetafel en 'baxter' - het infuus - wegplukken, zouden die renners wel eens heel snel de ronde kunnen opblazen, denkt Ouwerkerk. 'Want zonder renners geen Tour.' Bovendien willen sponsors niet opnieuw wekenlang gezien worden als uithangbord voor een sektarisch en malafide wereldje waarbij achter elke vuilnisbak een agent moet staan.

Sponsors van Tour-ploegen geven samen 150 miljoen gulden uit. Tweederde van de publiciteit die ze daarvoor kopen, moet uit de Tour komen. Volgens Frank van de Wall Bake, adviseur van onder andere de Rabobank, blijkt uit onderzoek dat de dopingschandalen niet overslaan op de sponsor van een wielerploeg: 'De consument legt die verbinding niet, de perceptie is anders. Totdat het structureel wordt. Dan wil je er als sponsor niet meer mee worden geassocieerd.'

Voor Crédit Lyonnais is de maat zowat vol nu de Tour-directie toch heeft besloten Virenque toe te laten. De Franse bank overweegt, zij het nog niet dit jaar, te stoppen als sponsor. De Rabobank - sponsor van wat geldt als 'de schoonste ploeg van het peloton - houdt vol, maar na een inval in het Nederlandse rennershotel, zegt Ouwerkerk, 'zouden ze er ook in het hoofdkantoor in Utrecht wel eens een kruis door kunnen halen'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden