De motor van de stad, het cement van de samenleving

Paul Depla en Hans Spekman, beiden van de PvdA, zijn de sportwethouders in respectievelijk Nijmegen en Utrecht. Sport is volgens hen cruciaal voor de binding in de gemeenschap....

‘Een stad met een positieve sportbeleving is een gezonde, sociale en levendige stad. Als sport ontbreekt is de stad doods en muf.’ Paul Depla, sportwethouder (PvdA) in Nijmegen, weet waarover hij praat, zijn werk in de wijken heeft hem overtuigd: ‘Sport is de motor van de stad.’

In die opvatting wordt Depla gesteund door zijn Utrechtse collega Hans Spekman (eveneens PvdA). ‘Sport is sowieso leuk, maar sport is ook cruciaal voor de binding in de gemeenschap. Bovendien zit de politiek met sport voor een dubbeltje op de eerste rang, de vrijwilligers vormen immers de basis.’

Sport is steeds meer het cement van de versnipperde samenleving; in de net verschenen sportnota wordt de maatschappelijke waarde van sport tot uitdrukking gebracht in extra subsidies voor de strijd tegen bewegingsarmoede en de bevordering van de integratie. De problemen doen zich het sterkst voelen in de grote steden.

Sport is evenwel meer dan een wapen in het gevecht tegen het maatschappelijke verval, sport in the city wordt steeds vaker gebruikt als het wervende affiche van de dynamische stad.

De zegeningen en de glans van topsport moeten het zinderende karakter van de actieve stad uitdragen, tegelijkertijd wordt met de organisatie van topsportevenementen getracht de stad voor altijd op de kaart te zetten.

Depla (Nijmegen) en Spekman (Utrecht) leidden de omslag die nodig was om sport in eigen kring meer aanzien te geven. Spekman: ‘Lang was sport een ondergeschoven kindje in het gemeentebeleid, politiek en financieel. Sport was leuk, maar werd vooral gezien als een bezigheid die mensen maar in hun eigen tijd moesten doen.

‘Met sport mocht je de politiek niet lastig vallen. Utrechtse raadsleden met sport-affiniteit signaleerden twaalf jaar geleden dat de stad vooral profijt trok uit zijn culturele uitstraling. Er werden veel festivals georganiseerd en bovendien toonde de cultuur de bravoure om bij gemeentelijke commissies steun te vragen. Vanuit de sport gebeurde dat niet.’

‘Cultuur was veel hotter dan sport’, zegt ook Paul Depla tegen zijn Nijmeegse achtergrond. Hij bekleedde voordat hij in 2002 wethouder van sport werd, twee jaar dezelfde functie op cultuur. ‘Bij cultuur voegde men de daad bij het woord: wij willen wel, maar hoeveel geld is daarvoor beschikbaar? De sport vroeg meestal om eens langs te komen om te kunnen laten zien hoe leuk het allemaal was.

‘De zelfredzaamheid van de sport is veel groter dan elders. Sportverenigingen hebben door de jaren heen hun zaakjes altijd zelf opgeknapt. Daar ontstaat nu ook het probleem, want je mag niet verwachten dat de sport zichzelf kan blijven redden. Zeker niet omdat er steeds nieuwe vraagstukken opdoemen.

‘De toestroom van jonge allochtonen is op zich geen probleem, maar vraagt wel om nieuw beleid. Het aantal vrijwilligers neemt af en de druk op de regelgeving groeit. Dan kun je als stadsbestuur niet zeggen: met zo veel zelfredzaamheid redt de sport zichzelf wel.’

Spekman: ‘Mensen zeggen wel eens: individuele sporten hebben de toekomst, verenigingen zijn fenomenen uit de vorige eeuw. Waar maak je je eigenlijk nog druk om? Mijn stelling is: duurzaam sportbeleid is gebaseerd op de verenigingscultuur. Ik ken de cijfers, en als mensen tegen me zeggen dat de markt anders uitwijst, dan is mijn antwoord: ik zit in de politiek omdat ik een bepaald ideaal heb. Ik wil de clubs behouden, hun posities versterken en dat gaat niet vanzelf.’

Spekman vlooit er bijna wekelijks de cijfers in Voetbal International op na: hij wil weten hoeveel Utrechtse jongens in het betaald voetbal uitkomen. ‘We delen achter Rotterdam, Amsterdam en Den Haag de vierde plaats met Paramaribo. Wat Utrecht nu goed doet, is het succes van Ibrahim Afellay bij PSV, een jongen uit Overvecht, een deel van de stad waar weinig kinderen sporten. Afellay kan een belangrijke rol spelen bij wat we willen: groei van de sportbeleving.

‘Topsport is het vliegwiel van de breedtesport. Na Jochem Uytdehages olympische medaille was er een enorme toeloop van kinderen op de schaatsbaan. Daarom is het ook zo belangrijk dat de spelers van FC Utrecht zich inzetten voor de gemeenschap.’

In Nijmegen werkt de gemeente samen met topspelers van de clubs die aanzien genieten. ‘De voetballer Björn van der Doelen bereikt meer bij mensen dan ik. Datzelfde geldt voor het basketbal, dat in de nieuwbouwwijk Lindenholt een maatschappelijke impuls heeft. Nijmegen doet op hoog niveau mee in voetbal, basketbal, turnen en de vechtsporten. Die sporten bepalen de topsportinfrastructuur van de stad. Verenigingsmanagers creëren een profbasis en dat werkt.’

Nijmegen koestert de in de eigen stad ontwikkelde topsport. Daarom zal het zijn deuren nooit meer openzetten voor topsport-evenementen die geen binding met de stad hebben. In 2002 werd het NK wielrennen er gehouden. Depla stelt vast dat het vooral een parade van vips en bobo’s werd. Dat dus niet meer: evenementen oké, maar dan wel voor sporten die in de stad zijn geworteld.’

Ook Utrecht trekt vooral evenementen aan die aansluiten bij de sterke sporten in de stad, zoals voetbal en wielrennen. Spekman: ‘Evenementen zijn net als plaatselijke kampioenen met internationale uitstraling belangrijk voor de stad. Buitenlanders die hier bij een groot evenement zijn geweest, komen graag terug.

‘Dat relatief veel Japanse toeristen Utrecht aandoen, kan geen toeval zijn. Nog steeds associëren mensen in dat land Utrecht met de naam en faam van Anton Geesink. Zo heeft sport ook een toeristisch en dus een economisch belang.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden