'De meeste renners zien me al snel als vriend'

Gert-Jan Theunisse..

Van onze verslaggever Mark Misérus

amsterdam Eerst denken ze nog aan een goede grap. Dan worden ze onzeker, om vervolgens in woede uit te barsten.

Gert-Jan Theunisse, in 1989 winnaar van de Touretappe naar Alpe d’Huez, weet welke rituelen hij kan verwachten als hij als mental coach weer een groep wielrenners heeft opgehaald van het vliegveld in Palma de Mallorca. Maar pas als hij de deur van hun huis op het eiland voor ze heeft geopend, kan het observeren beginnen.

Het blijft een interessante bezigheid, vindt de oud-renner. Zet acht coureurs van een profploeg bij elkaar in een huis zonder eten, drinken of wc-papier en de paniek slaat toe.

Sinds hij twee maanden geleden de eerste groep renners van het Duitse Milram onderbracht, heeft hij zich vooral verbaasd over de manier waarop de huidige generatie wordt vertroeteld. Ze zijn verwend geworden, vindt Theunisse, en durven daardoor amper zelf nog iets te ondernemen.

Het verklaart de onrust die ontstaat als ze eens niet bij een hotel worden afgezet waar het personeel ze al het werk uit handen neemt. Theunisse: ‘Ze moeten ineens nadenken welke boodschappen ze moeten halen en wie ’s avonds koken. Dat hebben de meesten jaren niet gedaan.’

Gerrie van Gerwen, de manager van Milram, had hem er al voor gewaarschuwd. Je krijgt veel werk te verstouwen, zei die toen Theunisse vorig jaar op verzoek van zijn landgenoot de prestaties van de ploeg tegen het licht hield. Daaraan was ernstig behoefte. Veel renners hadden hun conditie in de winter laten versloffen. Afspraken werden niet nagekomen, de saamhorigheid was soms ver te zoeken. De resultaten waren navenant.

Het bleek zelfs nog erger dan de ex-topper, bekend om zijn onorthodoxe trainingsmethoden en doorzettingsvermogen, dacht. Zo weinig bezieling had hij nooit bij een ploeg gezien. ‘De Ronde van Vlaanderen betekende voor de renners hetzelfde als de Hel van het Mergelland. Ze waren het allebei als een dag op kantoor gaan zien.’

Hij had er wel een verklaring voor. Van de drie Duitse ploegen die de afgelopen jaren tot het profpeloton behoorden, is alleen Milram overgebleven. T-Mobile kwam in Amerikaanse handen, Gerolsteiner stopte. Theunisse: ‘Iedereen die vrij was, kreeg een contract bij Milram. Veel Duitse renners zijn daarom verwend.’

Er was nauwelijks nog onderlinge communicatie. Renners stapten van hun fiets af, liepen het hotel binnen en klapten hun laptop open. Ze werkten voor hun eigen bv’s, zag Theunisse. ‘Alleen als er een paar aan het einde van hun contract waren gekomen, ging de motivatie omhoog.’

Het is de overmatige beroepsernst die de renners volgens hem vaak belemmert te doen waarmee het is begonnen. Als Theunisse ergens op hamert, is het dat ze voor hun plezier zijn gaan fietsen. Het is de kern van zijn werk als mental coach, waarin hij zich verdiepte door de boeken van zijn huidige vrouw te lezen. Ze is psychologe.

In die rol is Theunisse in het wielrennen een vreemde eend in de bijt. Hij herkent de klacht van Steven de Jongh, die onlangs in de Volkskrant opmerkte dat renners nauwelijks wordt gevraagd naar hun interesses, ambities en persoonlijke voorkeuren. ‘Klein en bekrompen’, noemt Theunisse het wielrennen waarvoor hij na zijn afscheid als renner, vijftien jaar geleden, behouden bleef in alle denkbare functies.

De sport zou veel meer moeten openstaan voor invloeden van buitenaf, vindt hij. ‘Maar dat doen ze niet bij de ploegen, omdat ze de mensen graag dom houden en vastgeroest zitten aan hun eigen principes. Er wordt ook veel te weinig verjongd. Elk plan wordt er doorgedrukt van hogerhand, bijvoorbeeld door de internationale wielerunie. Maar je mag nergens over discussiëren.’

Van Gerwen heeft hem gelukkig de vrije hand gegeven de scherpte en de motivatie terug te brengen in de ploeg. Zolang Milram beter presteert dan vorig jaar, is veel toegestaan. Het is hard nodig, nu hoofdsponsor Nordmilch komend seizoen alleen met een tweede sponsor verder wil.

Theunisse trekt zich weinig aan van wat bij andere ploegen gangbaar is. Als hij de behoefte heeft meer van een renner te weten, stapt hij diens kamer binnen. Tijdens de kennismaking met de hele ploeg, kort voor de feestdagen, trok hij een uur per renner uit. De meesten vertelden hem dat ze nooit zo open hadden kunnen praten met iemand van hun team.

Het komt doordat hij de renners vooral als privépersonen behandelt, denkt hij. Theunisse maakt ook onderscheid tussen de fysieke sterkte en de mentale kracht van een renner. Dat iemand hard kan trappen, wil volgens hem nog niet zeggen dat hij ook geestelijk overal tegen bestand is. De een heeft volgens hem vaker een aai over zijn bol nodig dan een schop onder z’n kont. Maar Theunisse deelt ze allebei uit als het nodig is.

Om hun ziel te kunnen raken, probeert hij ook altijd mee te rijden in de trainingen die hij voor de renners uitzet. ‘Als ik in de auto achter ze ga rijden, zeggen ze: lekker makkelijk, met je dikke pens achter het stuur. Als ik op de fiets zit, praat ik vrijer en makkelijker met ze. Ik voel een hoop, zie een hoop. Al snel zien de meesten me als een vriend, als een van hen.’

Dat een renner een ploegmaat er op durfde aan te spreken dat die de wc niet goed had schoongemaakt, is volgens hem het beste bewijs dat zijn methode werkt. ‘Die renner zal het voortaan dan weinig moeite kosten in de koers op te merken dat zijn ploegmaat meer van voren moet rijden.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden