Profiel Onvergetelijke sportmomenten van 2018

De meest onvergetelijke sportmomenten van 2018 door de ogen van onze verslaggevers

Olympische Winterspelen, Tour de France, Wimbledon: de sportverslaggevers van de Volkskrant waren afgelopen jaar bij tal van grote en kleine evenementen. Vijf van hen over een moment dat is bijgebleven.

Wesley Sneijder tijdens het oefenduel Nederland - Peru, zijn afscheidswedstrijd als international. 6 september 2018. Beeld OrangePictures

Ideale wereld: Wesley gaat, Frenkie komt

Willem Vissers over Wesley Sneijder en zijn afscheid

Bijna alles is gezegd en geschreven over Wesley Sneijder op 6 september 2018, voor het oefenduel Nederland – Peru. Het is zijn afscheidswedstrijd als international, onder de regie van Sneijder zelf. Hij, uitbollend in de woestijn van Qatar, mag van bondscoach Ronald Koeman zelfs in de basis staan.

Mooie verhalen zijn in de aanloop verschenen over de braniejongen die zoveel voetbalvreugde heeft geschonken. Voor dit soort types klopt het voetbalhart net even sneller. Alleen bij Lionel Messi vind ik het juist fijn dat hij vooral een bron van woordeloos voetbal is, omdat alleen de bal en hij al overweldigend zijn. Anderen mogen ook buiten de lijntjes kleuren.

Sneijder voetbalt een beetje roestig, maar het duel tegen de Peruanen is toch een eerbetoon aan zijn oeuvre. Het duel werpt me en passant terug naar het WK in Rusland, waar ik zo intens genoot, ook van Peru. Dat mooie shirt, wit met de diagonale rode baan. Ik heb zoveel vriendelijke Peruanen gezien in Moskou of waar dan ook, zelfs toen ze allang waren uitgeschakeld. Ze waren gepassioneerd. Mensen die een extra hypotheek hadden afgesloten om de eerste WK-deelname sinds 36 jaar te vieren, en daarmee het leven.

Hier in Amsterdam luistert de nationale ploeg het afscheid van Sneijder op, dat, om het symbolische gehalte nog wat op te voeren, samenvalt met het debuut van Frenkie de Jong. Zo hoort het te zijn in de ideale wereld. Dat de ene creatieveling vertrekt en de ander komt. Terwijl Sneijder probeert alles te brengen wat hij eens bracht, hetgeen onmogelijk is door het voortschrijden der jaren, geeft De Jong bijna achteloos de pass op de 1-1 van Memphis.

Na de wedstrijd loop ik naar de zogenaamde mixed zone, waar spelers en pers elkaar ontmoeten. Niet om wat te vragen aan Sneijder. Alles is immers gezegd en geschreven. Nee, gewoon om hem even in de ogen te kijken, om vijftien jaar af te sluiten. Ik heb rond de 100 van zijn 134 interlands gezien in het stadion en honderden stukken over hem geschreven. Geregeld liet hij vingers dansen over het toetsenbord.

Daar, ergens achter een woud van camera’s, staat Wesley Sneijder. Ik baan me een weg naar hem toe, grijp zijn hand en zeg: ‘Bedankt voor al die jaren.’ Jij ook bedankt, zegt hij, terwijl hij lacht op die typische manier van hem. Beetje spottend maar aardig. Dag braniejongen.

Federer, de oudste nummer 1 ooit

Robert Misset over Roger Federer in Ahoy Rotterdam

Op vrijdagavond 16 februari 2018 voel je de ‘buzz’ in Ahoy, zoals toernooidirecteur Richard Krajicek de ambiance in het Rotterdamse sportpaleis omschrijft. Een week eerder had manager Tony Godsick bevestigd dat Roger Federer met een speciale missie zou deelnemen aan het ABN Amro World Tennis Tournament. Hij kon de oudste nummer 1 van de wereld ooit worden en voor dat record vroeg de 36-jarige Zwitser een wildcard aan.

Het mocht wat kosten. Het WTT valt in de categorie tennistoernooien die topspelers met startgelden moeten zien te verleiden. De gage voor Federer ligt rond de miljoen euro of zelfs ruim daarboven. Hoofdsponsor ABN Amro en gastheer Ahoy beseften dat die investering zou worden terugverdiend. Krajicek had het verrassingsbezoek van Federer nog niet aangekondigd of de kaarten vlogen de deur uit.

En nu is het zover, Federer hoeft alleen nog zijn partij in de kwartfinales te winnen en uitgerekend Robin Haase mag de rode loper uitrollen. Na zijn twintigste grandslamtitel bij de Australian Open kan de 36-jarige Zwitser niet alleen Rafael Nadal verdrijven van de eerste plaats op de wereldranglijst. Federer is ruimschoots ouder dan André Agassi, die op zijn 33ste nog eens de beste was.

Deze avond wordt de bekroning van een ongekende comeback, sinds Federer in januari 2017 na een half jaar blessureleed de Australian Open won door in een sublieme finale zijn aartsrivaal Nadal te verslaan. De speaker in Ahoy hoeft maar vier woorden te zeggen om Federer welkom te heten. ‘Dames en heren, The Legend.’ Introductie overbodig. Ik heb mijn voorliefde voor het magische spel van Federer nooit verborgen gehouden, ook nu voel ik kippenvel.

Roger Federer tijdens het ABN Amro World Tennis Tournament in Ahoy Rotterdam. 16 februari 2018. Beeld Jiri Büller

De ruim 10 duizend toeschouwers zitten in een mentale spagaat als Haase voor het eerst een set wint van de speler met wie hij ook in Ahoy nog heeft getraind. Federer is overal ter wereld de publiekslieveling, dus ook in Rotterdam. Maar de grieperige Haase zal het feestje niet verpesten. Hij verliest in drie sets (4-6, 6-1, 6-1) en Federer is zichtbaar ontroerd.

Nog één keer is King Roger de nummer 1 van de sport, die hij al vijftien jaar regeert. De oude koning heeft een metamorfose ondergaan die leest als een recept voor de mensheid. Leeftijd is een getal, blijf dromen hoe oud je ook bent. In zijn 21ste jaar als prof en in zijn 1392ste partij ontsteeg Federer opnieuw zijn sport. En verbeeldde hij de eeuwige jeugd.

Bergsma die ineens de vinger wijst

John Volkers over Jorrit Bergsma en de rel in Pyeongchang

‘Dit klopt niet.’ Ik hoor mijn eigen stem luid en stevig klinken door de gangen van de Gangneung Oval, het olympisch schaatsstadion van Pyeongchang. Ik breek, hoogst ongebruikelijk, in bij het mixed-zone-interview dat Jorrit Bergsma, de onttroonde olympisch kampioen op de 10 kilometer, aan de collega’s van de Nederlandse pers geeft. Hij spreekt daar over het kamp van Sven Kramer dat ‘dit’ op zijn geweten zou hebben. ‘Dit’ is de door de Volkskrant op deze februaridag onthulde officiële waarschuwing van sportkoepel NOCNSF aan Bergsma’s coach Jillert Anema. Hij zou vier jaar eerder als coach van de Franse achtervolgingsploeg aan matchfixing hebben willen doen.

Dat voornemen, meer een akkoordje met de Nederlanders om de Fransen te beschermen dan een opzetje om dik geld dan wel een vette medaille mee te verdienen, was voortijdig beëindigd. Het was tegen de ‘olympische waarden’, waarna Maurits Hendriks, de chef de mission van Sotsji 2014, de Fries na de Spelen een brief met waarschuwing stuurde die Anema, thuis in Bontebok, ‘in de allesbrander’ zou hebben gegooid.

Toen de onontkoombare dag aanbrak dat de waarschuwing – een hoogst ongebruikelijke – op straat lag, was de wereld even te klein. De boodschappers, de verslaggevers van de Volkskrant, kregen er van langs. Coach Anema had in de Koreaanse nacht (de Nederlandse avond) publicatie willen voorkomen. De timing beviel hem niet. ‘Ik denk niet dat ik er baat bij heb. En Jorrit ook niet. (..) Ik ben tegen plaatsing’, appte hij.

Zuid-Korea, Pyeongchang. Jillert Anema duwt zijn pupil Jorrit Bergsma na zijn zilveren rit op de 1000 meter. 15 februari 2018. Beeld Klaas Jan van der Weij

Hij trok zijn woorden overigens niet in. Enkele maanden eerder had hij in extenso uitgelegd hoe het wel ongeveer zat met die ‘warning’, in zijn ogen een gele kaart voor een schouderduw, niet voor een kopstoot. En nu lag er de reactie van NOCNSF met als bijlage ‘DIR_021’, een brief waarin voorzitter Bolhuis en directeur Dielessen hun treurnis ventileren en afsluiten met: ‘NOCNSF gaat ervan uit dat dit in de toekomst niet meer zal voorkomen.’

In het grote spel rond de ijsbaan werd het vermoeden van een lek naar de Volkskrant in verband gebracht met het kamp van rivaal Kramer die baat zou kunnen hebben bij het uit balans brengen van Bergsma. Waarna Jorrit, de Joris Goedbloed die nog geen mug durft te pletten, met de vinger wees naar de dominante kopman van de concurrerende profploeg die nu eenmaal graag aan psychologische oorlogsvoering doet.

Anema moet dat woedegevoel van Bergsma hebben ingestoken. Het nieuws dat op straat lag, bleek opeens geen benadeling. Zijn pupil was tijdens de olympische 10 kilometer feller dan fel. Hij reed naar zilver, achter de Canado-Nederlander Bloemen. Kramer werd zesde, een meer dan pijnlijke nederlaag.

Toen Bergsma, blij met zijn zilver, de vinger richtte op Kramer – hij deed dat eerder voor de camera van de NOS, waar wij niet bij konden – was het genoeg. Ik drong naar voren en sprak de woorden: ‘Jorrit, zo zit het niet. Het zit anders. Maar ik kan je mijn bron niet geven.’ Waarna Bergsma ‘sorry’ zei tegen de Nederlandse journalisten en van zijn medaille ging genieten.

De hand op de bil van Sinkeldam

Rob Gollin over Mathieu van der Poel en het NK

Voordat hij die juli-ochtend vanaf een parkeerterrein in Nispen naar de start van het Nederlands kampioenschap wegwielrennen rijdt, plakt Mathieu van der Poel nog snel een sticker op zijn fietscomputer. Het plakkertje verbergt de cijfers van zijn hartslag. Hij heeft weinig met dat soort data. Gevoel is belangrijker.

Dus als zijn intuïtie hem uren later ingeeft dat hij er op 56 kilometer van de finish in Hoogerheide in zijn eentje vandoor moet gaan, doet hij dat, ook al zegt iedereen dat hij er niet in zijn eentje vandoor moet gaan. Later probeert hij het weer, maar dan met drie anderen. Verveelt hij zich soms? In het veldrijden is hij afwisseling gewend. Een uurtje heuvel op, heuvel af, glibberen door de modder, draven door het zand. Nu diept hij de kuil die hij voor zichzelf graaft alleen maar verder uit. Doe toch kalm, Mathieu!

Het is niet gering tegen wie hij het moet opnemen: Lotto-Jumbo met de sprinters Dylan Groenewegen en Danny van Poppel, Sunweb met Tom Dumoulin en Wilco Kelderman, Quick-Step met Niki Terpstra en Fabio Jakobsen. Van der Poel kan alleen rekenen op zijn oudere broer David. Die kan hem in het veld al niet bijbenen.

Mathieu van der Poel viert zijn overwinning tijdens de wegwedstrijd mannen van het NK wegwielrennen. Juli 2018. Beeld ANP

Bijna alles klontert tezamen voor de finish. Van der Poel kent de aankomst als zijn broekzak, de veldrit in Hoogerheide eindigt ook altijd op de Scheldeweg. Hij voelt dat er nog wat opzit. Hij lanceert zichzelf aan de binnenkant van de flauwe bocht omhoog, maar vindt de voluit sprintende Ramon Sinkeldam op zijn pad. Dan volgt een magistrale actie. Hij haalt de rechterhand van het stuur en geeft de titelverdediger een zetje. Niet hard, maar nadrukkelijk. Opgepast! Hier ben ik. Opzij! Met fietslengtes verschil wordt veldrijder Van der Poel Nederlands kampioen op de weg.

In de tent waar hij wacht op de huldiging volgt de uitleg. ‘Ik wilde laten weten dat ik er zat.’ Wat hij dan zegt, is nog veelzeggender. ‘Anders moest ik remmen.’ Huh? Zou hij niet weten dat op z’n minst even inhouden wel eens kan voorkomen in een sprint? Natuurlijk weet hij dat. Maar het komt gewoon niet in hem op, op zo’n moment. Het is niet minder dan vanzelfsprekend dat hij als aanstormend talent van 23 er langs moet.

Met de hand op de bil van Sinkeldam ontstijgt Mathieu van der Poel die julidag de modder en betreedt glorieus het asfalt. Hij gaat klassiekers rijden, dit voorjaar. Mijn intuïtie zegt dat hij niet veel in de remmen zal knijpen.

Tankink kan zonder podium

Iwan Tol over Bram Tankink en zijn laatste koers

En hup, daar ging hij in de aanval. Het was op 15 april van dit jaar dat Bram Tankink, in de 52ste editie van de Amstel Gold Race, naar de kopgroep sprong. Niet dat hij ook maar enige hoop koesterde dat hij de koers zou kunnen winnen. Daarvoor is hij simpelweg niet goed genoeg. Hij is zelf de eerste om dat toe te geven. Nee, Tankink reed zijn laatste Amstel Gold en daar, zo had hij zich voorgenomen, zou hij van genieten ook.

Een winnaar is hij nooit geweest. Hij was geen sprinter, geen tijdrijder en geen groot klimmer. Wat hij wél goed kon, was zich afbeulen voor de kopman. Stoempen, sterven. Hij bouwde er een carrière mee op, 18 jaar lang.

Een paar dagen voor zijn laatste Amstel Gold vertelde Tankink, thuis in het Belgische Lanaken, over zijn jeugd, die in het teken had gestaan van de zorg voor zijn lichamelijk gehandicapte zus. 24 uur per dag namen zijn ouders de zorg voor haar op zich. Zonder klagen en met 100 procent toewijding. ‘Dat heb ik later als wielrenner onbewust van ze overgenomen’, aldus Tankink.

Bram Tankink tijdens de 52ste editie van de Amstel Gold Race. 15 april 2018. Beeld Hollandse Hoogte / VI Images

Het resultaat was dat hij zich altijd maar had weggecijferd voor anderen en nooit aan zichzelf toekwam. Tot hij een paar jaar geleden in therapie ging en de therapeut aan hem vroeg of hij vond dat hij, Bram Tankink, er eigenlijk mocht zijn. ‘Een kutvraag’, vond hij. En het duurde lang voordat hij er volmondig ja op durfde te zeggen.

Die dag in Limburg, in de kopgroep, hoorde Tankink overal zijn naam schreeuwen langs de kant. Tegen zijn medevluchters grapte hij dat ze ’s nachts in hun dromen waarschijnlijk nog ‘Hup Bram, hup Bram’ zouden horen. Hij genóót, precies zoals hij zich had voorgenomen.

Tankink won niet, die 15de april. 36 kilometer voor het einde strandde de poging van de kopgroep. Maar maakte dat wat uit? Nee, helemaal niks. Als Tankink één ding heeft geleerd in zijn carrière, is het dat je niet per se als eerste hoeft te eindigen om een winnaar te zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.