De lat ligt voor Schröder een millimeter te hoog

Wat zal het nou helemaal hebben gescheeld? Een, twee, hooguit drie millimeter, schatte Gerco Schröder. Had zijn naar de naam Milano luisterende merrie haar achterbenen boven de laatste hindernis van de finale een ietsjepietsje hoger opgetild, dan zou de zege in de voor de wereldbeker meetellende Grote Prijs van Den...

Het legioen in de Brabanthallen veerde overeind om Schröder alvast te belonen met een staande ovatie. Er moest weliswaar nog een obstakel worden overwonnen, maar dat oxertje pal voor de finishlijn was een bouwwerkje van niks. Dat mocht toch geen probleem zijn voor een ruiter van zijn kaliber.

Dat was het ook niet. Zo leek het althans. Zwierig en met verve slingerde Schröder zijn springveertje over het obstakel, en hij was ook nog eens snel genoeg om onder de tijd van Michaels, de snelste van de tien finalisten tot dan toe, te duiken.

Het applaus in de loges zwelde aan, maar juist op het moment dat de zweefsprong voltooid leek, besloot een balk, daartoe aangezet misschien door een zuchtje wind, zijn ophanging plagerig langzaam te verlaten. Het gejubel in de hal veranderde op slag in luid misbaar.

Gerco Schröder, de jongste van drie springende broers, leek er minder onder te lijden, terwijl de gevolgen toch behoorlijk schrijnend waren. Niet eerste maar vijfde, geen dertig mille aan prijzengeld maar slechts acht mille, geen twintig punten voor de wereldbeker maar slechts veertien. Het leek hem nauwelijks te deren.

Pech is, zo legde hij maar weer eens uit, nu eenmaal nauw verweven met de sport die hij beoefent. Paarden hebben een eigen wil, kunnen behoorlijk eigengereid zijn en zijn lang niet altijd bereid te doen wat ze moeten doen. ‘Een foutje in onze sport is gauw gemaakt.’

Die foutjes blijven intussen zo beperkt in aantal dat Schöder in eigen land – en vaak ook daarbuiten – met kop en schouders boven de rest uitsteekt.

Hij behoedde de nationale ploeg vorig seizoen voor een blamerende degradatie uit de Super League, legde de basis voor de derde plaats van de oranjebrigade bij de Europese titelstrijd in San Patrignano en grossierde in het wereldbekercircuit in zo veel topklasseringen dat hij als enige pupil van bondscoach Ehrens zeker is van een plaats in de finale, over ruim een maand in Kuala Lumpur.

Welk paard Schröder in de hoofdstad van Maleisië zal zadelen, is nog even de vraag. Hij heeft zo veel toppers op stal staan dat hij ze voor het uitzoeken heeft. Milano, vorig jaar zomer op de kop getikt bij de Amerikaanse amazone Laura Kraut, is zijn favoriet, op de voet gevolgd door Montreal, maar ook Berlin en Monaco zijn hem dierbaar.

Wim Schröder kon er niet meer mee overweg en vertrouwde het tweetal onlangs toe aan de zorgen van zijn jongste broer. Het is nu aan hem om Monaco, die tijdens de Olympische Spelen van Athene ineens de kolder in de kop kreeg en hardnekkig weigerde zijn benen van de grond te tillen, aan een grondige heropvoeding te onderwerpen en klaar te stomen voor een terugkeer aan de hippische top.

Talent en ambitie genoeg en ook aan paarden geen gebrek, maar Schröder is, zo bleek in het Bossche gevecht om wereldbekerpunten, niet de enige. Er is altijd wel een lid van de Duitse paardenfamilie Beerbaum die hem in de piste dwarsboomt. Is het niet Markus of Ludger, de tweevoudig Europees kampioen, dan is het wel Meredith Michaels, de Amerikaanse die sinds haar huwelijk met Markus Beerbaum de eer van de familie, en die van Duitsland, met enthousiasme verdedigt.

Vorig jaar won Michaels de wereldbekerwedstrijd in de Brabanthallen op haar sloffen. Nu moest ze het in de finale opnemen tegen de gebundelde kracht van negen mannen. Dat leek onbegonnen werk, maar Michaels trok zich weer eens niets aan van de reputatie van haar tegenstrevers.

Haar zwager Ludger Beerbaum, de nummer een van de wereldranglijst Marcus Ehning, Michael Whitaker, Europees kampioen Marcus Kutscher – toppers die ze allemaal al eens had verslagen. En waarom zou dat ook nu niet lukken?

Michaels rekende in de barrage eerst af met de twee Nederlandse debutanten Piet Raymakers junior en Jürgen Stenfert. Vervolgens klopte ze de Brit Ben Maher op snelheid en dook ze ruim onder de tijd, 37,03, die haar zwager Ludger Beerbaum op de klok had gebracht.

Van de negen mannenbroeders had ze er al zeven op de knieën gekregen. Alleen Whitaker, een erkend snelheidsmaniak, en Schröder konden haar dominantie nog bedreigen. Beiden faalden. Whitaker was een seconde te langzaam, Schröder had de pech dat de laatste lat een millimeter te hoog lag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden