De laatste etappe van Fausto Coppi

Een onschuldige reis naar Afrika werd de Italiaanse wielrenner Fausto Coppi fataal. De vijfvoudig winnaar van de Ronde van Italië liep malaria op en overleed op 2 januari 1960....

door Mark van Driel

'COPPI FAUSTO!'

De gedrongen Afrikaanse man kraait van plezier. Natuurlijk kent hij, drievoudig nationaal kampioen van Opper-Volta, de legendarische Italiaanse renner. En uiteraard weet hij dat Coppi zijn laatste wedstrijd heeft gereden op de Champs Elysées van Ouagadougou, de enige asfaltweg die zijn land in 1959 kende. 'Monsieur', zegt hij op uitgelaten toon. 'Ik was erbij.'

'Antoine', roept hij naar een kwieke oude man die in de schaduw van een boom staat te praten met een uitgeputte Afrikaanse renner. 'Naké', schreeuwt hij naar de grijze chauffeur van een wielerequipe uit Burkina Faso. 'Kom hier!', klinkt het luid. De oude kampioen gebaart enthousiast met zijn opgerolde finishvlag. 'Het gaat over Coppi.'

'Fausto', verzucht Antoine Blaise even later. Zijn gedachten dwalen terug naar de warme decemberdag in 1959. Ook hij stond langs de weg toen Coppi in wielertenue passeerde. Zestien jaar oud, een ambitieuze jonge renner nog, vol bewondering kijkend naar de Franse en Italiaanse wielergoden. Anquetil was er, weet hij. 'Met zijn mooie kuif.' En Raphaël Geminiani. Roger Rivière, vult Naké Bassolé aan. 'En Roger Hassenforder en Henry Anglade. Ze waren met zijn zessen.'

De toeschouwers stonden met duizenden langs de Champs Elysées, vertelt Bassolé. De ambassadeurs uit Frankrijk en Italië waren aanwezig, zegt Blaise. Er waren ook renners uit andere West-Afrikaanse landen als Ivoorkust en Niger en Senegal, meldt oud-kampioen Joseph Zongo. En voort praten de drie zestigers; beelden uit hun jonge jaren borrelen op, herinneringen aan een lang verstreken dag buitelen over elkaar.

'Coppi stond wat gebogen, hij had een kromme rug.'

'Na twee kilometer ontsnapten een paar van onze renners. Coppi en Anquetil lieten hen gaan. Maar toen ze even later iets aanzetten, werden onze renners meteen teruggepakt. Ze hadden geen schijn van kans.'

'Bij het inrijden reed een renner uit Ivoorkust tegen een kabel die over de weg hing. Hij werd op slag onthoofd. Maar de koers ging toch door.'

'Na de wedstrijd gingen de renners op safari. Toen waren er nog volop leeuwen en olifanten in ons land.'

'Drie weken later was Fausto dood.'

'Er leven nog renners die met Coppi hebben gereden. Joseph Sawadogo en Sanou Moussa en Boukare Ouattara. En Sahyouba Campaoré. Ze behoren tot de eerste generatie Afrikaanse coureurs.'

Sahyouba Campaoré woont naast een luidruchtige bar in het hart van Ouagadougou, de hoofdstad van Burkina Faso (vroeger Opper-Volta). Op de krappe binnenplaats scharrelt een kip, de zoon van de oud-renner sleutelt aan zijn scooter, op het vuur staat een pot te pruttelen. 'Coppi', mompelt de zwaarlijvige Campaoré. Hij lijkt in niets op de ranke atleten die figureren in het zeldzame kleurenfilmpje over de reis van Coppi. 'Ik heb tegen hem gereden. Maar dat is lang, lang geleden.'

Campaoré denkt, mompelt wat in zijn eigen taal, fronst en verontschuldigt zich dan voor zijn geheugen. Het laat hem steeds vaker in de steek, zegt hij. Hij weet nog dat hij deelnam aan het criterium dat werd georganiseerd om het eerste jaar van zelfbestuur in Opper-Volta te vieren; een tussenstap naar volledige onafhankelijkheid.

Met ongeveer veertig andere renners reed hij rondjes over de Champs Elysées, vervolgt hij. 'We moesten zestig kilometer rijden.' Maar Campaoré herinnert zich weinig van Coppi, de renner die zijn grootste triomfen vierde in de Ronde van Italië. 'Ik ben een andere man', zegt hij en wijst op zijn bolstaande witte gewaad. 'Ik ben in Mekka geweest. Ik heet nu El hadj Sahouba.'

Paul Sibiri Ilboudo heeft een beter geheugen. Achter een toegangspoort van blauw metaal ('God is great', staat op een muur) brandt de 75-jarige ex-diplomaat los. Zijn islamitische vriend El hadj Sahouba luistert en knikt nu en dan. Hij voelde het verleden terugkeren, zegt hij later als hij zijn scooter behendig langs de kuilen in het wegdek van Ouagadougou stuurt.

Ilboudo ('Bent u de zoon van Coppi?') werkte voor de wielerfederatie van zijn land, vertelt hij op de drukke binnenplaats. Hij kijkt scheel - zijn linkeroog draait naar links, zijn rechter naar rechts - waardoor hij het lijkt of zijn vier kleine kinderen tegelijkertijd in de gaten kan houden.

Ilboudo: 'Wij kregen de zes renners aangeboden door de Franse entrepeneur M. Labarbe. Ze kwamen het feest ter viering van ons zelfbestuur opluisteren. Het criterium was natuurlijk geen echte wedstrijd. Het was eigenlijk een demonstratie voor het volk van Opper-Volta. De zes waren veel sterker dan onze renners.'

Coppi maakte indruk op Ilboudo, ondanks zijn ouderdom. De hitte (naar verluidt was het tijdens de koers 39 graden Celsius) leek de 40-jarige Italiaan niet te deren. De benige renner, in Opper-Volta aangekondigd als de grootste renner aller tijden', eindigde als tweede. Achter Anquetil, die de Tour de France vijfmaal zou winnen. 'Misschien moest er een Fransman winnen', zegt Ilboudo die het wielrennen in Europa volgde via de krant. 'Opper-Volta was ten slotte nog een Franse kolonie.'

'Ik heb een verrassing', zegt de oud-renner daarna. Hij staat op en verdwijnt met lichte tred in zijn woning. Na tien minuten keert hij terug met een envelop. 'Foto's', zegt hij. El hadj Sahouba schuift nieuwsgierig naar voren. Uit de envelop komen zes foto's, kort voor de start van het criterium gemaakt. Ilboudo, trots: 'Die heb ik veertig jaar geleden genomen.'

De foto's ademen dezelfde sfeer als het kleurenfilmpje dat de Italiaanse student Adriano Lajolo in Opper-Volta maakte. Daarop is te zien dat de zes Europeanen met twee Afrikanen voorop rijden in de koers. Tot tweemaal toe passeren ze een Citroen DS die op het verder verlaten middenstuk van de Champs Elysées staat geparkeerd. De aarde is rood-bruin en droog.

Op de foto's van Ilboudo moet het criterium nog van start gaan. De afdrukken zijn onscherp; de sponsornamen op de wollen truien en broeken zijn nauwelijks te lezen. Maar de renners zijn herkenbaar. Met hun zonnebrillen lijken ze op Franse filmsterren. Anquetil met zijn weelderige haardos. Anglade en Rivière ontspannen, met fietspompjes aan het frame. Hassanforder vriendelijk lachend tussen vier Afrikaanse renners.

De foto van Coppi is de minste. Hij staat de start met zijn armen over elkaar af te wachten. Anquetil, Rivière, Hassenforder en Geminiani staan dicht op elkaar. Ze raken elkaar aan. Coppi, met zijn linkervoet op de grond, houdt afstand. Hij lijkt in gedachten verzonken.

'Niemand kon voorzien', schreef de Fransman Maurice Maurel die kort na de koers in Opper-Volta arriveerde, 'dat het kleine criterium en de jachtexpeditie van de daarop volgende dagen, zouden leiden tot de dood van Fausto Coppi.' De verslaggever van L'Equipe voegde er aan toe: 'Ik was de enige journalist die zijn laatste actieve dagen mocht meemaken.'

Maurel beschrijft de jachtexpeditie als een voor die tijd normale safari in het zuiden van Opper-Volta, een gebied met olifanten en leeuwen. Coppi hield van jagen. In oude documentaires is geregeld te zien dat de voormalige soldaat zijn geweer op vogels richt. Op het Italiaanse amateurfilmpje van de jacht poseert de tweevoudig winnaar van de Tour de France trots naast een neergeschoten antilope.

Maar ook Coppi vond de dood.

De campionissimo zag er tijdens de reis steeds slechter uit, vond Maurel. Voor Afrikaanse hoogwaardigheidsbekleders hield hij nog een toespraak in 'foutloos Frans', maar na afloop zat hij volgens de verslaggever in de hoek van een kamer 'met gebogen schouders en wallen onder zijn ogen. Hij zag bleek, ondanks zijn gebruinde huid, en had moeite om niet steeds te gapen'.

Terug in Italië, tijdens de kerstdagen, kreeg Coppi hoge koorts. Hij raakte bijna in coma en kon nauwelijks nog praten. De Italiaanse dokters dachten niet aan malaria. De Franse dokters die Raphael Geminiani behandelden wel. 'Ik hoorde dat ik 'placernodium farsifarium' had opgelopen', zei de Franse renner na de dood van Coppi op 2 januari 1960. 'Dat is de medische term voor dodelijke malaria.'

Ilboudo kent de doodsoorzaak van Coppi. De oude wielerbestuurder betreurt de noodlottige afloop van het bezoek aan Afrika, zegt hij. En niet alleen vanwege het voortijdige overlijden van een groot renner. De Afrikaanse wielersport heeft een geduchte klap gekregen van Coppi's dood, legt hij uit. Europese renners durfden lange tijd niet in Afrika te rijden.

Ilboudo koestert zijn herinneringen aan het zeldzame optreden van de Franse en Italiaanse kampioenen. Hij bewaart de zes foto's buiten bereik van zijn jonge kinderen ('de wielersport interesseert hun niets'). Soms haalt hij de relikwieën te voorschijn, 'om de voorbije tijden te laten herleven'.

'Anquetil had een vrouw bij zich', mijmert Ilboudo als hij de foto's wederom door zijn vingers heeft laten gaan. De nacht is over Ouagadougou gevallen. Op tafel staan lege flessen bier. 'Een mooie vrouw.'

En Coppi? Was die in het gezelschap van zijn 'dame in wit', de getrouwde vrouw die haar echtgenoot verliet voor de beroemde renner en zo een schandaal veroorzaakte in het streng katholieke Italië?

'Nee', zegt hij. 'Een dame in wit heb ik niet gezien. Coppi was alleen.'

De citaten van Maurice Maurel en Raphaël Geminiani zijn afkomstig uit het boek 'Coppi' van de Britse auteur Peter Duker, gepubliceerd in 1982 door de Britse uitgeverij New Horizon.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden