Nieuws Schaatsen

De kwestie-Nuis: is de aanwijsplek nog houdbaar?

Kjeld Nuis is aangewezen door de KNSB om de 1.000 en 1.500 meter te rijden op de WK afstanden. De wereldrecordhouder op beide afstanden ontbrak afgelopen weekend bij de NK afstanden omdat hij onvoldoende hersteld was van een zware griep en een voorhoofdsholteontsteking. Wie de regels van de KNSB kent, kon niet verbaasd zijn door het besluit, maar hoe verstandig is het reglement met een ‘aanwijsplaats’ eigenlijk?

Kjeld Nuis bij de 1500 meter mannen tijdens de wereldbekerwedstrijd in Nur-Sultan, Kazachstan Beeld AP

De selectieregels zijn de afgelopen jaren strikter en eenvoudiger geworden. Er is bijna geen ruimte meer voor discussie over welke schaatsers naar de mondiale titeltoernooien mogen. Tijdens de selectiewedstrijden telt het resultaat van de dag en niets meer, dat is het principe. Die verandering heeft voor resultaat gezorgd, in 2014 en 2018 grossierde Nederland in schaatsmedailles op de Spelen.

Een hard systeem kweekt de hardste sporters, zo lijkt het toch. Neem Dai Dai Ntab, die door het aanwijzen van Nuis op de WK geen 1.000 meter rijden mag. Hij weet hoe het voelt om de boot te missen. Hij was een van de beste 500-meterrijders van het olympisch seizoen, maar werd na twee valse starts op het olympisch kwalificatietoernooi (OKT) gediskwalificeerd. Weg olympische droom en er was niemand die hem aanwees.

Hij heeft er anderhalf jaar over gedaan om die klap te verwerken, maar gestaald door de teleurstelling van het nietsontziende selectiesysteem was hij afgelopen weekend met grote voorsprong de beste op de 500 meter bij de NK afstanden.

Ondanks de positieve resultaten van het strenge systeem is de aanwijsplaats gebleven, als hardnekkig overblijfsel van vroeger. Het gaat om regel 1.9 uit het selectiedocument, waarin staat dat de KNSB in ‘uitzonderlijke gevallen’ één schaatser per afstand mag aanwijzen. Daarmee bevoordelen de reglementen, zij het in mindere mate dan voorheen, nog steeds de gevestigde orde tegenover de talenten.

De aanwijsplaats lijkt op de inmiddels afgeschafte ‘beschermde status’. Een schaatser die in het voorgaande seizoen goede resultaten had behaald, hoefde lang aan minder strenge eisen te voldoen om zich voor mondiale titeltoernooien te plaatsen.

Nuis was hiervan in de aanloop naar de Spelen van Vancouver in 2010 zelf het slachtoffer. Ondanks een betere uitslag op het OKT werd niet hij maar Jan Bos naar de Spelen afgevaardigd. De oude kampioen stelde met een tiende plaats in Vancouver teleur.

Dat Nuis zich nu laat voorstaan op zijn status als regerend olympisch kampioen en tweevoudig houder van een wereldrecord is begrijpelijk. De aanwijsregel is er en het zou onverstandig zijn om er geen aanspraak op te maken. Vorig seizoen profiteerde hij er ook al van. Toen was hij op het EK, dat toen als selectiemoment voor het WK sprint gold, gediskwalificeerd. Hij werd later door de KNSB alsnog in de WK-ploeg opgenomen.

Risico nemen

Ook de keuze van Nuis om niet te rijden is gerechtvaardigd. Het kan gevaarlijk zijn om na een griep te vroeg intensief te sporten, met in het slechtste geval een ontsteking van de hartspier tot gevolg. Maar zou hij zijn gezondheid ook boven zijn sportieve honger hebben laten prevaleren als de uitweg van de aanwijsplaats er niet geweest was? Die vraag blijft.

Topsport is risico nemen, ook met het eigen lichaam. Koen Verweij, die zijn plek op de schaatsmijl door het aanwijzen van Nuis verloor, verhaalde zaterdag niet voor niets over het OKT voor Pyeongchang waar hij zelf met gordelroos en koorts in de rondte had gereden. Of dat gezond was? Waarschijnlijk niet, maar hij sleepte wel een olympisch startbewijs in de wacht op de 1.500 meter.

Als een schaatsers op koers ligt voor de zege tijdens een selectiewedstrijd en gehinderd wordt op de kruising, valt of op een andere manier in extremis pech ondervindt, dan is een aanwijsplaats gemakkelijker te verteren voor de afgevallen schaatsers. Bij ziekte of een blessure ligt dat anders.

Verweij stipte dat in Thialf al aan: ’Ik denk niet dat Nuis beter wordt vanaf nu.’ Het is onduidelijk hoezeer de griep er heeft ingehakt of voor hoeveel problemen de bijholteontsteking nog gaat zorgen (vraag dat maar aan Epke Zonderland). Hoe Nuis er over anderhalve maand voorstaat is in nevelen gehuld.

De Spelen van 2018 lieten de complexiteit van aanwijzen bij fysieke problemen zien. Toen werd Kai Verbij aangewezen voor de 1.000 meter, nadat hij vlak ervoor een liesblessure had opgelopen. Thomas Krol was het kind van de rekening. Vervolgens werd Verbij, die voor zijn malheur vaste podiumklant was in de wereldbeker, slechts zesde.

Was Krol gegaan, dan had diens ontbolstering tot winnaar wellicht al in Zuid-Korea plaatsgehad en niet pas vorig jaar, toen Krol wereldkampioen op de 1.500 meter werd. En wie zegt dat dit ook niet opgaat voor Ntab? Hij is dit seizoen sterker dan ooit op de 1.000 meter en hooglandbanen als die in Salt Lake City zijn op de 1.000 meter vaak in het voordeel van de explosievere mannen, die hun wortels op de 500 meter hebben.

Ntab en Verweij krijgen de kans niet om zich te bewijzen. De palmares van Nuis heeft voorrang. En dat terwijl in de sport vaak hetzelfde geldt als op de beurs: in het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden