Achtergrond Juichende voetballers

De kunst van het juichen

Jonge voetballers juichen niet alleen om hun blijdschap met fans te delen. Ze proberen een boodschap over te brengen. Wat precies? Dat blijft soms mysterieus.

ST Georginio Wijnaldum ( links ) en Memphis Depay vieren het doelpunt van Wijnaldum tijdens de interland tegen Duitsland op 13 oktober Beeld Klaas Jan van der Weij

Met hun vingers in hun oren en hun ellebogen naar buiten stonden de Oranje-internationals Georginio Wijnaldum en Memphis Depay zaterdagavond naast elkaar in een volle, kolkende Arena. Wijnaldum had zojuist, vlak voor tijd, voor de 3-0 tegen Duitsland getekend.

Het was een steunbetuiging van Wij­nal­dum (27 jaar) aan Depay (24), die sinds anderhalf jaar steeds op die eigenzinnige manier juicht. Hij kreeg er veel commentaar op. ‘Nu mogen ze over mij gaan klagen,’ sprak Wijnaldum grijnzend na afloop. ‘Misschien juichen we straks allemaal zo,’ aldus Depay schertsend.

Voetbal draait om doelpunten, maar het moment vlak na een doelpunt levert tegenwoordig minstens zoveel gespreksstof op. In het juichen is iets mysterieus geslopen. Doelpuntenmakers proberen met een pose vaak een boodschap over te brengen.

Op een persoonlijke manier juichen draagt bij aan de profilering van spelers, geeft een extra extensie aan hun persoonlijkheid die ook via tatoeages en kleurspoelingen tot uiting komt. International Quincy Promes (26), die na een doelpunt meestal een gespreide hand voor zijn gezicht houdt, gevolgd door een theatrale buiging, verklaart: ‘Het geeft je nog meer een eigen identiteit.’

Mimespelers

Veel voetballers zijn een soort mimespelers geworden. Wat ze uitbeelden is niet altijd direct duidelijk. Soms gebeurt dat bewust. Depay weigerde lang uit te leggen dat zijn manier van juichen te maken heeft met het geloof. Ook de debuterende Oranje-speler Steven Bergwijn hult zich in nevelen over de over elkaar gevouwen vingers die hij tegen zijn gezicht houdt na een doelpunt. Bergwijn (net 21): ‘Het is iets persoonlijks, misschien vertel ik het later.’

Steven Bergwijn viert zijn goal tegen FC Utrecht op 11 augustus Beeld Getty Images

Het mysterie vergroot de hype, het gespeculeer, het aantal nabootsende kinderen. De pose wordt opgepikt door illustratoren, onder wie de Nederlander Barry Pirovano, alias Piro, en leidt zelfs tot een kledinglijn met het juichgebaar als merkteken.

Niet te onderschatten is ook de invloed van de voetbalvideogame Fifa waar sterspelers juichen na een doelpunt zoals ze dat in het echt ook doen. Promes: ‘Het is toch leuk als je dat op Fifa ziet?’ Grijnzend: ‘Mijn celebration klopt trouwens nog niet bij Fifa, daar moeten ze wel aan gaan werken.’

Het voetbalspel was voor Promes trouwens niet de reden om met iets eigens te komen, bezweert de Sevilla-speler. ‘Het is gewoon leuk iets van jezelf te hebben. Ik ben ook altijd open en eerlijk geweest waarom ik zo juich. Voor mij is het juist belangrijk dat mensen weten dat ik buiten het veld anders ben, dat probeer ik met mijn manier van juichen aan te geven.’

Er is genoeg kritiek op de trend. Oud-international Pierre van Hooijdonk is een van de analisten die zich stoort aan ‘de aaneenrijging van eigen verhalen’ na een doelpunt.

Egoïsme en individualisme

Volgens de 48-jarige Van Hooijdonk is het een afspiegeling van de aan egoïsme en individualisme winnende maatschappij. ‘Soms worden er zes ploegmaten bijna weggeslagen, omdat de doelpuntenmaker per se naar een camera moet waarvoor hij iets wil uitbeelden. Het wordt almaar gekker, mysterieuzer. Dan kan die jongen een wereldgoal hebben gemaakt, dan zit ik toch een beetje met een geïrriteerd gevoel.’

Van Hooijdonk krijgt de indruk dat er soms meer over de manier van juichen dan over voetballen wordt nagedacht. ‘Bovendien vind ik het raar naar je eigen fans, zo’n privéfeestje. Die betalen jouw salaris.’

Wijnaldum snapt de kritiek gedeeltelijk: ‘Je scoort voor de fans, dat is al mooi genoeg, wij verdienen ook een beetje privacy. Aan de andere kant: je scoort voor een team, voor een club, de supporters moedigen jou aan. Dan willen ze weten wat je doet, dat is logisch. Maar je moet het ook accepteren als spelers het niet willen zeggen, vind ik.’

Van Hooijdonk was als jonge spits van NAC, in de jaren negentig, een trendsetter door na doelpunten een buikschuiver te maken. ‘Maar daar school niets achter. Ik deed dat een keer en daarna verwachtten de NAC-fans dat ik dat telkens deed. Die hadden er zelfs een liedje op gemaakt, terwijl ik het zelf al snel zat was. Na dat schuivertje ging ik meteen naar degene die de voorzet had gegeven. Dat ontbreekt er nu geregeld aan. Misschien is dat ouwelullenpraat, maar ik ben van een andere generatie, ik weet dat het anders kan. Deze jongens denken dat al die vage dingen normaal zijn.’

Ondanks de opzichtige adhesiebetuiging van Wijnaldum, zaterdag aan Depay, zijn de juichrituelen geen issue onder de huidige profs. ‘Hooguit lachen we een beetje om diegene in de kleedkamer’, vertelt Frenkie de Jong (21). ‘Zeker als hij iets heel anders doet. Zeggen we: wat was jij nou aan het doen?’

Kevin Strootman (28): ‘Als een doelpuntenmaker zich er prettig bij voelt, moet hij doen wat hij wil. Dat-ie gescoord heeft, vind ik belangrijker. Daar zou het misschien ook meer over moeten gaan.’

De theatrale buiging

Beeld Eric Verhoeven/Soccrates

Scoort Quincy Promes (26) dan doet hij zijn gespreide hand even voor zijn gezicht met een soort theatrale buiging erbij. ‘Het komt uit de film The Mask waarin Jim Carrey met een masker op een alter ego heeft. Ik bedoel ermee dat ik op het veld een ander persoon ben dan buiten het veld. Op het veld wil ik per se winnen. Als ik scoor doe ik mijn masker even af waarmee ik zeg: het is gelukt,’ verklaart Promes op verzoek zijn handelsmerk.

‘Het kwam zo. Ik was met mijn neef Fifa aan het spelen. Op een gegeven moment scoorde ik en juichte ik op die manier, heel spontaan. Hij moest lachen en zei: zo moet je ook op het veld juichen. Ik zei: ja, oké. Toen ben ik het een keer gaan doen, toen twee keer en voor je het weet is het een heel ding dat door kinderen wordt nagedaan.

‘De mensen willen entertainment. Ik doe soms wat anders, een dansje of een move met Memphis. Ik wil uniek zijn, ik heb liever dat mensen mij nadoen dan dat ik het afkijk. ‘Ik vind: als je scoort moet je blij zijn. Ik vind het mooi om te zien dat een speler blij is. Sommige jongens doen heel saai, of boos zelfs. Ik niet. Ja, ik doe even een hand voor mijn gezicht, maar daarna zie je me lachen. Het is een heel ding geworden, er komt zelfs een hele lijn uit met dat gebaar. Maar daar wil ik nu niet over praten.’

De kinky juichstijl

Beeld ANP

De trendsetter van Oranje met zijn opzienbarende tatoeages, rapclips, voertuigen, kledingstijl en huisdier (een bonte chow chow). Daar hoort ook een kinky juichstijl bij. Memphis Depay (24) stopt sinds ruim een jaar zijn vingers in zijn oren. Daarna gaan vingers en hoofd naar boven.

De Lyon-aanvaller liet de wereld lang gissen. Pas afgelopen zomer vertelde hij dat het te maken heeft met zijn bekering tot het christelijke geloof. ‘Het is mijn manier om God te bedanken en te laten zien dat ik blind en doof ben voor de wereld, voor de mening van mensen. Ik weet dat ik goed doe als ik de Bijbel lees en bid. Het heeft een diepe, krachtige betekenis voor mij. Dat weten veel mensen niet. Ze vinden het misschien een beetje raar. Voor mij is het de manier om mijn leven te leven. Op deze manier vier ik het leven.’

Tony Vilhena kopieerde Depay eenmaal na een treffer tegen FC Groningen. Waarom dat was, wilde hij niet zeggen. Het AD zocht uit dat het vooral bedoeld was voor analyticus Ronald de Boer die de weken ervoor veel kritiek op Vilhena had. Vilhena had eerder een relatie met een dochter van De Boer.

De stoere blik

Beeld AP

Daar stond Donny van de Beek (21) ineens een paar weken terug na een fraaie, doeltreffende volley tegen AEK Athene. Flinke sprong, armen over elkaar, iets naar achteren hangend, stoere blik erboven, tongetje naar buiten. Het oogde nogal verongelijkt.

En dat was ook een beetje de bedoeling. Van de Beek was lang geen basisspeler bij Ajax, al noemt zijn coach Erik ten Hag hem wel zo. Dat gaf wrevel bij de speler en zijn zaakwaarnemer, want zelfs bij blessures van anderen was hij vaak slechts invaller.

‘Het was zoiets van: ik ben er nog’, verklaarde de Ajax-middenvelder later die avond. Het deed hem pijn, de reservebeurten. Verder moest er niets achter gezocht worden, het was ook zeker geen aanval op Ten Hag. Hij juichte in volgende wedstrijden ook anders, blijer. Momenteel is hij basisspeler, dat scheelt wellicht.

De armen-over-elkaar-houding is niet klassiek Van de Beek. Hakim Ziyech deed het vorig seizoen ook vaak. Hij had een moeizame band met het Ajax-publiek. Nu zwaait de stilist vrolijk met zijn handen, duim en pink omhoog, de rest omlaag. Een grapje met een vriend, die het Ziyech-gebaar te gelde hoopt te maken.

Collega’s moesten vooral lachen om Van de Beek. Collega-international Promes: ‘Omdat hij helemaal niet zo is, Donny is een topgozer, altijd vrolijk. Toen kwam hij een beetje stoer over. Dat vond ik wel mooi.’

Hoe juicht Frenkie de Jong?

Beeld ANP

‘Geen idee. Moet ik eerst eens gaan scoren! Hopelijk komen mijn teamgenoten snel naar me toe, dan hoef ik niets te verzinnen. Ik heb namelijk geen ‘juich’ bedacht. Ben het ook niet van plan. Maar misschien als ik wat vaker ga scoren dat er dan iets komt.’

Hoe juicht Kevin Strootman?

Beeld Getty Images

‘Geen idee. Het is alweer zo lang geleden dat ik heb gescoord. Ik denk er ook weinig over na. Toen ik net een dochter had gekregen, zei mijn vriendin: daar moet je een gebaar voor maken. Ik zei: joh, eer ik in die gelegenheid kom, loopt ze al.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.