Analyse Nieuw pools schaatsstadion

De kraamkamer van Pools schaatstalent staat sinds kort in Tomaszow Mazowiecki

In Zakopane is het altijd gemeen koud, in Warschau lijkt het onophoudelijk te regenen. Maar nu heeft Polen een eigen overdekte schaatsbaan in het stadje Tomaszow Mazowiecki. Alleen: waar blijven nu de jonge talenten?

Konrad Niedzwiedzki in actie Beeld EPA

Pal in het midden van Polen ligt Tomaszow Mazowiecki. Het is een stadje zoals er talloze zijn, op een ding na. Het is de enige plek in het land met een overdekte 400-meterbaan. Het moet de kraamkamer van talent worden, de redding van het Poolse langebaanschaatsen. Komend weekeinde zijn er voor het eerst wereldbekerwedstrijden op de nieuwe ijsbaan.

Met de voltooiing van de Arena ­Lodowa, in het najaar van 2017, ging een langgekoesterde wens van de Poolse langebaanschaatsers in vervulling. Tot dat moment was het altijd kiezen tussen drie kwaden, zegt Konrad Niedzwiedzki, oud-schaatser en persattaché bij de wereldbekerwedstrijden. Elke onoverdekte ijsbaan had zijn nadelen. In Zakopane, in het zuiden van het land, was het altijd gemeen koud; in Warschau leek het onophoudelijk te regenen en in Tomaszow blies de wind loeihard over de baan.

IJsgebrek

Los van het weer was er nog een groot nadeel: alle ijsbanen waren maar een korte periode in bedrijf. Pas vanaf half november openden de buitenbanen hun poorten om ze begin maart alweer te sluiten. Niedzwiedzki, die tijdens zijn loopbaan jarenlang in Nederland trainde: ‘Bij jullie kan er vanaf de zomer tot en met maart geschaatst worden. Dat is negen maanden. In Polen misten we de helft van de ijskwantiteit van Nederland en andere landen die wel overdekte banen hebben.’

Voor de nationale Poolse selectie viel er wel een mouw te passen aan het gebrek aan ijs. Zij belegden met steun van het ministerie van sport langdurige trainingskampen in Inzell om voldoende op de schaats te kunnen staan vóór het seizoen begon. Problematischer was het voor jeugdschaatsers, die die financiële middelen niet hebben. Het stond de ontwikkeling van jonge talenten in de weg.

Toch leek het tijdens de Spelen van 2014 even alsof Polen een echt schaatsland geworden was. De Poolse schaatsploeg deed het in Sotsji beter dan ooit. In de schaduw van de Nederlandse dominantie wonnen de vrouwen zilver en de mannen brons op de ploegenachtervolging. Zbigniew Brodka, die op de oude buitenbaan van Tomaszow leerde schaatsen, won als enige niet-Nederlander een afstand bij de mannen. Het koningsnummer nog wel. De parttime brandweerman was op de 1.500 meter drie duizendsten van een seconde sneller dan Koen Verweij.

‘Dit is een grote dag, de grootste dag uit de Poolse schaatsgeschiedenis’, stelde Niedzwiedzki die dag in de Adler Arena. Witold Mazur, de coach van Brodka, waarschuwde meteen voor al te veel optimisme over de Poolse schaatssport. ‘Het is vijf voor twaalf’, zei hij nog voordat zijn pupil gehuldigd was. Achter de generatie van Brodka en Niedzwiedzki kwamen geen jongeren, zag hij.

Krakend op de baan

De baan kwam er, maar er gingen jaren vol gesteggel aan vooraf. Niedzwiedzki: ‘Er was altijd strijd tussen Warschau en Zakopane. Maar waar twee vechten gaat een derde ermee heen.’ Het sportief ingestelde gemeentebestuur van Tomaszow wist 6 miljoen euro bijeen te brengen om de oude buitenbaan te overdekken. De landelijke overheid legde de andere benodigde 6 miljoen bij. In oktober 2017 werden de eerste wedstrijden onder het dak verreden.

Niedzwiedzki was erbij. Hij won drie nationale titels. ‘Het was emotioneel voor me. Ik heb mijn hele leven alles geprobeerd om het Poolse schaatsen op een hoger niveau te brengen, maar nooit de kans gehad om op een overdekte ijsbaan te trainen. Dat lukte het laatste jaar pas. Ik ben blij dat dat toch gebeurd is. Beter laat dan nooit.’

De waarschuwing van Mazur was ondertussen werkelijkheid geworden. Na de Winterspelen van Sotsji was het Poolse schaatsen rap verbleekt. Er kwam geen vers bloed in de selectie en de oude garde, allen de 30 gepasseerd, kreeg het internationaal zwaarder en zwaarder. Brodka struikelde van blessure naar blessure en ook Niedzwiedzki voelde zijn lijf kraken onder de jarenlange fysieke roofbouw. Hij sleepte zich in februari nog naar de Winterspelen in Pyeongchang, maar kon daar niets uitrichten. Het lichaam was op.

Niedzwiedzki: ‘Ik was er 14 jaar elk seizoen bij. Ook Brodka, die met shorttrack begonnen is, draaide al 14 jaar mee. Datzelfde gold voor Artur Was. Al die jaren hadden we nooit sporters die ons konden vervangen. Ik heb in sommige jaren het EK allround, WK sprint, WK allround en de WK afstanden gereden. Dat is niet goed voor je lichaam, maar er was niemand beter. Daarvoor moesten we de boete betalen.’

Rondjes in de marge

Deze winter gaat het nog niet veel beter. Niedzwiedzki is gestopt, maar Brodka, 34 inmiddels, rijdt nog rond. Net als vorig jaar in de marge. Het zal jaren duren voordat er schaatsers in zijn voetsporen kunnen treden, denkt Niedzwiedzki. ‘Het verschil tussen Brodka en de op-een-na-beste schaatser is acht jaar. Daar zitten twee verloren generaties tussen.’

Uiteindelijk zal er weer vers talent opkomen, daar is de 33-jarige Niedzwiedzki van overtuigd. De kiem voor succes ligt in het aantal kinderen dat gaat schaatsen. Hij ‘gelooft en weet’ dat de overdekte ijsbaan zal zal bijdragen aan een toename van jeugdschaatsers.

Hij denkt bovendien dat het slaperige provinciestadje voor de Poolse schaatsers dezelfde allure kan krijgen als Heerenveen in Nederland. Zij hoeven niet te verkassen naar het buitenland. ‘Het is interessanter geworden om hier te blijven en te schaatsen’, zegt hij. ’Als ik tien of vijftien jaar jonger was geweest, was ik hier naartoe verhuisd. Het is qua plek geen Warschau of Zakopane, maar Heerenveen is ook geen Amsterdam of Groningen. Toch komt iedereen daar naartoe.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.