De koek is op, al een flink tijdje

Het wielerpeloton sloot met de klassieker Luik-Bastenaken de lente af. De balans voor de Nederlandse renners kon snel worden opgemaakt: het was weer niet goed....

Door Bart Jungmann

Het carillon van het Palais des Princes-Eveques in Luik speelt zondagmorgen een vrolijk deuntje als het peloton zich in gang zet voor de laatste voorjaarsklassieker van het seizoen. Vergeleken met de stemming bij de bus van Rabobank is het van een bijna ongepaste vrolijkheid.

Ploegleider Erik Breukink en ploegdirecteur Harold Knebel doen moedige pogingen positief te blijven. Maar daarbij is het toch vooral uitkijken naar het eind van de middag. Rond vijf uur worden de renners weer verwacht in Luik en het zou ze veel waard zijn als Robert Gesink als eerste aankomt.

Luik-Bastenaken-Luik is de laatste wedstrijd van april, in wielertermen de afsluiting van de lente. Na terugkeer in Luik kan de balans worden opgemaakt. Hoe hebben de Nederlandse wielrenners het gedaan?

Zondagmorgen op de Place Saint-Lambert, het centrale plein van Luik, was er weinig reden tot juichen. Zondagmiddag op de Rue Jean-Jaures in de aanpalende gemeente Ans, is het dat evenmin.

Robert Gesink, de grote hoop van Rabobank, , weert zich onderweg geducht. Maar hij staat er alleen voor en gaat kapot aan alle demarrages. In de laatste kilometers laat hij de concurrentie begaan, zodat Thomas Dekker zich na een anonieme wedstrijd met zijn 17de plaats als beste Nederlander klasseert. De balans is snel opgemaakt: het was weer niet goed.

Als je de vijf grote voorjaarskoersen tot honderd optelt, kom je uit in het jaar 1990. Dat jaar won Adrie van de Poel, een echte specialist in dit genre, de Amstel Gold Race. Nederlandse zeges in Limburg waren in die tijd eerder regel dan uitzondering. In de jaren tachtig gebeurde het zeven keer.

Na Van der Poel wonnen Frans Maassen (1991) Michael Boogerd (1999) en Erik Dekker (2001) ook nog eens de Gold Race. Servais Knaven ging in 2001 als eerste over de streep in Parijs-Roubaix. Daarmee is de koek op – al een flink tijdje dus. Van die honderd voorjaarsklassiekers werden er vijf gewonnen.

Hoe kan het twee decennia al zo mager zijn? ‘Kwestie van goede benen’, zegt Michael Boogerd en dan bedoelt hij dus het ontbreken daarvan.

Het is een simpele vaststelling en in al haar kaalheid ook de enige waarheid die overeind blijft in de wirwar die wielrennen heet. Als Nederland tegenwoordig al mee spreekt in het internationale cyclisme, is het slechts een gefluisterd woordje.

Dat klinkt als oud nieuws, maar vorig voorjaar diende zich een nieuwe en veelbelovende lichting aan. Sebastian Langeveld, Martijn Maaskant en Niki Terpstra kleurden de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix. Genoeg reden voor de fantasie om in 2009 op hol te slaan.

Het nieuwe seizoen begon goed met een sterk rijdende Langeveld in de Omloop Het Nieuwsblad. Vervolgens finishte Maaskant in de Ronde van Vlaanderen als vierde, maar dat was een onverwacht gevolg van een hergroepering. Hij, Langeveld noch Terpstra kon een stempel drukken op het voorjaar. Kwestie van slechte benen of hoge verwachtingen?

Karsten Kroon, met zijn 33 jaar representant van een eerdere generatie, had na afloop van de semiklassieker Waalse Pijl, alle reden om zich op de borst te kloppen. Die woensdag reed hij een sterke race, drie dagen ervoor was hij tweede in de Amstel Gold Race. ‘Ga er maar van uit dat jullie de komende jaren toch weer bij mij terecht komen’, zei Kroon tegen hem omringende journalisten.

Na afloop van de Gold Race was Kroon nog vervuld van twijfel. Moest hij wel tevreden zijn met die tweede plek. Maar de tv-beelden en ‘gesprekken met mensen wier oordeel ik hoog acht’ gaven uitsluitsel. Hij had niets verkeerds gedaan en slechts de pech gehad met een ijzersterke Ivanov te zijn aangekomen. ‘Ik zou het nu precies weer zo doen.’

In de persoon van Karsten Kroon wordt veel duidelijk over het Nederlandse aandeel in de voorjaarsklassiekers. Het zijn koersen die niet alleen sterke maar ook ervaren benen verlangen. ‘Ik kan zeggen dat ik elk jaar nog een beetje beter word.¿

Kroon is naar eigen zeggen een buitenbeentje. ‘Rond mijn dertigste was ik niet de renner die ik nu ben.’ Op die leeftijd verliet hij het veilige nest van de Rabobank om bij CSC (nu Saxo Bank) zichzelf te ontdekken.

Wielercommentator José de Cauwer is onder de indruk van Kroons aanhoudende progressie. De voorgaande jaren beschouwde hij Kroon als een renner voor wedstrijden van de tweede garnituur, om niet te zeggen een net-niet-renner. ‘Maar in Amstel vond ik hem echt heel erg sterk. Ik zie hem beslist nog eens een grote koers winnen.’

De Cauwer is de expert van de Vlaamse televisie en daarmee misschien wel de aangewezen man om de verschillen tussen de twee Nederlandse taalgebieden te duiden. Vlaanderen excelleert wél in het voorjaar. Van de twintig recente Ronden van Vlaanderen werden er elf door Vlamingen gewonnen. Voor De Cauwer spreekt dat eigenlijk vanzelf. ‘Bij ons zit de jus in de voorjaarsklassiekers.’

In Nederland (lees Rabobank) ligt de aandacht op de ontwikkeling van ronderenners. Robert Gesink, Thomas Dekker en Bauke Mollema zijn bij de jeugd gestimuleerd in het klimmen en tijdrijden met als voornaamste doel een Tourzege.

Dat is voor Rabobank met het aantrekken van renners als Luttenberger, Leipheimer en Mentsjov altijd het hoofddoel geweest. Voor de klassiekers bleef de ploeg afhankelijk van individuele bevliegingen, de ene keer Freire en de andere keer Dekker.

Met de komst van Nick Nuyens stond er dit voorjaar echter een sterk blok dat zijn aanvallende plannen verpletterend waarmaakte in Omloop Het Nieuwsblad. In die wedstrijd sneed de ploegleiding daarmee in haar eigen vingers. Daarna hield de ploeg zich opvallend koest. Alleen de Gold Race zette Rabobank op dergelijke wijze naar zijn hand, maar Gesink ging aan vlijt ten onder. En Juan Antonio Flecha deed in Parijs-Roubaix zichzelf de das om met een valpartij.

Is de druk te te groot geweest? De Cauwer: ‘Een grote wedstrijd winnen vergt meer dan talent. Dat vergt een bepaald rijpingsproces.’

De gemiddelde leeftijd van de laatste tien winnaars van de voorjaarsklassiekers is veelzeggend: Milaan-Sanremo (28,6 jaar), Ronde van Vlaanderen (30,3), Parijs-Roubaix (29,9), Amstel Gold Race (29,0) en Luik-Bastenaken-Luik (29,1). Kroon: ‘Een keer vooraan rijden in de Ronde van Vlaanderen zegt niet zoveel. Dat is de euforie van het moment. Het gaat om de bevestiging. Ik begrijp dat het publiek ‘hongert’ naar een zege in het voorjaar, maar je moet wel reëel blijven.’

Robert Gesink. (ANP) Beeld
Robert Gesink. (ANP)
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden