ReportageTour de France

De knechtenrol tijdens de Tour heeft ook zijn charme

In de hiërarchie van de Tourploegen zijn de Nederlandse renners vooral knechten. Dat lijkt een ondankbare taak, maar heeft belangrijke voordelen: minder stress, lekker rammen op kop en meedelen in de overwinning.

Robert Gesink van Team Jumbo-Visma ( voor ), de helper van Primoz Roglic en Wout Poels van Team Bahrein-McLaren( links van Gesink ), de helper van Mikel Landa Beeld Klaas Jan van der Weij

Met gestrekt rechterbeen verdween Bauke Mollema vorige week vrijdag bij een poging gevallen renners te ontwijken in de Auvergne in een stenige greppel en brak daarbij pols en onderarm. Met zijn opgave verdween ook de laatste Nederlandse klassementskopman in de Tour de France. Met uitzondering van sprinter Cees Bol resten nu alleen nog Nederlandse knechten. Maar dat bestaan heeft ook zijn charmes.

Lekker in de luwte

Fijn aan de knechtenrol is de luwte. Weinig verplichtingen, geen verwachtingen. Michael Boogerd ziet het bij Tom Dumoulin deze Tour. ‘Sinds hij besloot in dienst van Primoz Roglic te rijden, zit hij beter op de fiets. Hij oogt ontspannen, nu. Kijk naar Robert Gesink. Van hem werd vroeger ook van alles verwacht. Maar nu het niet meer hoeft, stráált hij gewoon.´

Boogerd weet waarover hij praat. Hij was van 1995 tot 2004 de kopman van Rabobank, om daarna in dienst te rijden van de Rus Denis Mensjov en de Deen Michael Rasmussen. 

Hij had er geen moeite mee een stap terug te zetten. De verwachtingen rondom zijn deelnames als klassementsrenner waren vaak zo hoog dat hij op belangrijke momenten blokkeerde. ‘Ik werd er mentaal doodmoe van. Het was haast niet te doen. Je moest het altijd maar weer uitleggen, verklaren.’Waar een adjudant zich een mindere dag kan veroorloven en de rol mag lossen, dient de kopman de volle drie weken alert te zijn. ‘Het wordt wel eens onderschat. Je moet elke dag leveren, altijd 100, nee, 110 procent gefocust zijn. Een keer een lekker ritje is er niet bij. Als knecht heb je dat soort dagen wel.’

Een keerzijde was er ook. Boogerd kan zich momenten herinneren dat hij best voor eigen glorie hadden kunnen rijden. In 2006 reed hij een goede Tour en maakte kans op de bolletjestrui, in 2007 voelde hij zich in staat een rit op de Col de Peyresourde te winnen, maar moest bij Rasmussen blijven. ´Dat was een bittere pil. Daar was ik echt ziek van.’ Tegelijkertijd was het ook wel goed voor het ego. ‘Ik genoot er stilletjes van als anderen zeiden: zie je wel, hij had wel degelijk zelf kunnen winnen.’

Prettig overzichtelijk

Wielrennen is een sport van verliezers. Slechts een handjevol zal in de Tour iets winnen; een etappe of een trui. Zeker door de vele beklimmingen in zo’n grote ronde zijn de krachtsverhoudingen snel duidelijk. ‘Bergop fietsen is heel eerlijk. Er waren nog geen 15 man die in Nice dachten dat ze de Tour konden winnen. Er zijn dus een hoop renners die gebombardeerd zijn tot knecht’, zegt Koen Bouwman, die als renner van Jumbo-Visma vorig jaar Roglic bijstond in de Giro d’Italia. En die renners moeten aan de bak. De kopman bijstaan, het tempo van het peloton bepalen, kopgroepen terughalen.

‘Het is heel makkelijk: ik ben goed genoeg om in profpeloton rond te rijden, maar niet goed genoeg om kopman te zijn of uitgespeeld te worden in etappes. Dus ik ben vrij snel in de knechtenrol gedrukt’, legt Bouwman uit. Daar is niets vervelends aan, vindt hij. ‘Je kunt alsnog een mooie carrière hebben. Je kunt er net zo van genieten als een kopman. Als je je werk hebt gedaan, geeft dat een heel voldaan gevoel.’

Het knechtenwerk is overzichtelijk met veelal bereikbare doelen, veel meer dan die ene schier onwaarschijnlijke overwinning. Neem Joris Nieuwenhuis. De jonge 'supportrijder’ van Sunweb heeft deze Tour een heel afgebakende taak: in de sprintetappes moet hij 250 meter zo hard mogelijk op kop rijden, vanaf de rode vlag die de laatste kilometer aanduidt. Makkelijk is dat niet. Hij moet de kracht hebben, zijn kopbeurt goed timen en in de soms lastige aanloop zijn plekje veroveren. Toch is dat gemakkelijker dan de taak die Cees Bol, de sprintkopman in die ploeg, heeft: winnen. Nieuwenhuis volbracht zijn opdracht deze Tour vaker dan Bol, die nog niet won.

Onbekommerd boren

Een klassementsrenner moet altijd een beetje energie overhouden, voor een late aanval van een concurrent, de eigen demarrage of voor de zware dag van morgen. Een knecht niet. Die kan juist zijn pure kracht tonen. De klimgeiten van Jumbo-Visma doen deze Tour niets anders.

Op winnen na is er niets lekkerders in de koers dan te weten dat er mannen achter je het tempo niet kunnen volgen. Luister ook naar Wout Poels van Bahrein McLaren, die zich woensdag in de etappe naar de angstaanjagende Col de la Loze kilometers lang uitsloofde voor zijn kopman Mikel Landa. Donderdag deed hij dat op weg naar de Montée du Plateau des Glières opnieuw.

Poels rijdt in Frankrijk met een scheurtje in een rib en een gekneusde long, maar ondervindt er gaandeweg minder last van. ´Het was lekker ouderwets, een beetje op kop boren, dat was mooi om te doen.´ Dat Landa er niks mee opschoot, nam hij bijna voor kennisgeving aan. ‘Dit hoort er ook bij. Als je het niet probeert, weet je zeker dat je niks hebt.’

Het rammen op kop luistert ook minder nauw dan een demarrage voor de dagzege of voor tijdswinst in het klassement. Een knecht hoeft in een beklimming geen rekening te houden met de eindstreep. Als hij een kilometer eerder dan verwacht door zijn krachten heen is, is dat jammer maar niet onoverkomelijk.

Ineens de ruimte

Een knecht is niet altijd een knecht. Dat bewijst Wout van Aert, die in deze Tour in dienst van Roglic rijdt en toch tweemaal een etappe won. En ook anderen kunnen zich soms plots mengen in de strijd om een etappezege.

Dylan van Baarle, rijdend voor Ineos, knechtte in Frankrijk voor Egan Bernal. Toen de Colombiaanse Tourwinnaar van 2019 wegzakte in het klassement en uiteindelijk uitviel, grepen hij zijn teamgenoten meteen hun kans. Ploeggenoot Richard Carapaz reikte afgelopen woensdag op de Col de la Loze ver. En donderdag was hij opnieuw in de aanval, samen met Michal Kwiatkowski. Het duo rondde het perfect af. 

Van Baarle: ‘In mijn ploeg krijg je die kans niet vaak, maar als je ‘m krijgt, moet je ‘m niet laten liggen.’ Hij spreekt uit ervaring: toen kopman Chris Froome na een val niet kon deelnemen aan het Critérium du Dauphiné, won hij een etappe.

Delen in de vreugde

Het grote nadeel van wielerknechtschap is dat de bloemen, de trui en de roem voor de zegevierende kopman zijn. Dat neemt niet weg dat de hele ploeg deelt in de vreugde. De eindzege in een grote ronde is immers niet enkel op het conto van de kopman te schrijven.

Bouwman: ‘Wielrennen is echt een teamsport geworden. Een kopman heeft zijn ploeggenoten nodig. Zonder kan hij niet winnen. Net zoals wij een kopman nodig hebben om ons werk te doen. Dat is een mooie wisselwerking.’ 

Als je de gele trui verdedigt, zoals Roglic’ helpers in deze Tour, geeft dat extra vleugels. Vanzelfsprekend is het niet. In de Tour van 2007 had Rasmussen zich weinig geliefd gemaakt in de ploeg door teamgenoten te koeioneren. Boogerd: ‘Als ancien heb ik toen een vergadering belegd. Jongens, laten we alle persoonlijke emoties achter ons laten. We gaan dit met z’n allen doen.’ Dat pakte goed uit, totdat Rabobank de Deen uit koers haalde, toen bleek dat hij had gelogen over zijn verblijfplaatsen om dopingcontroles te omzeilen.

Een vergadering is bij Jumbo nu niet nodig. Roglic is al een dankbare leider. Bouwman: ‘Hij bedankt zijn helpers elke dag en voor mij is zo’n schouderklopje eigenlijk al genoeg.’ Voor Roglic niet. Die deed vorig jaar al zijn helpers een elektrische mountainbike cadeau. Hij had er een briefje bij gedaan. ’Jullie rijden het hele jaar zo hard. Hier hebben jullie iets om het even wat makkelijker te maken.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden