De kleedkamer verliest terrein

Het kleedkamerritueel behoort ook in het veldrijden bijna tot het verleden. De helden bereiden zich voor in hun eigen campers....

Enkele maanden geleden ging in Goirle bij Gerben de Knegt de telefoon. ‘Hé Gerben, ik heb groot nieuws’, galmde oudgediende Richard Groenendaal met groot enthousiasme in zijn oor. ‘Ik ga jullie verlaten!’

De Knegt, totaal verrast, liet een korte stilte vallen. Groenendaal die hen ging verlaten? Zou hij met zijn 36 jaar dan toch het veldrijden vaarwel zeggen?

De beller hoorde de aarzeling aan de andere kant en barstte bijna uit elkaar van het lachen. ‘Ik heb een camper!’, onthulde hij uiteindelijk.

Groenendaal en een camper, dat was inderdaad nieuws. Het paste eigenlijk niet. Jarenlang was de Brabander de voorvechter geweest van het behoud van de kleedkamer in het cyclocrossen. Want in de kleedkamer gebeurde het. Daar dolden de renners elkaar, ouwehoerden ze, lachten ze, én huilden ze samen.

Het was het hart van de volkssport. Veldrijden was echt. Een uur door de modder ploeteren, niet zeuren als het regende of hagelde en ook niet als het resultaat slechter was dan gehoopt. Er was in de kleedkamer altijd wel iemand om je op te beuren. Daar was iedereen weer gelijk.

Groenendaal: ‘Vroeger was het een sociaal gebeuren. In de kleedkamer hoorde je wat er leefde, hoe het met iedereen ging. Nu moet ik in de krant lezen hoe het mijn collega’s is vergaan. We zien en spreken elkaar niet meer. Het is ieder voor zich geworden.’

Jarenlang zag hij het met lede ogen aan. Hij kwam ertegen in het verweer. Maar commercie, geld en televisie hielden de vooruitgang niet tegen. Nergens stond geschreven dat een veldrijder zich meer moest afbeulen en ontzien dan een gemiddelde topsporter. Hij had ook recht op luxe.

Toen zijn nieuwe werkgever AA Drink aanbood dat hij ‘s winters gebruik kon maken van de camper waarmee het vrouwenteam in de zomer door Europa toert, aarzelde Groenendaal echter niet. Hij wilde het moment voor zijn dat hij in zijn eentje in de kleedkamer zou achterblijven. ‘Niets is meer zoals het was in de cross, dat moest ik onder ogen zien.’

En als hij eerlijk is, comfortabel is het ook wel. Nu heeft hij cv, een ijskast, een televisie, zijn eigen douche, een tank met 500 liter water waarmee zijn mecaniciens de fiets mee af kunnen spuiten en een eigen chauffeur.

‘Overloper!’, roept Bart Aernouts ruim anderhalve kilometer verderop in de kleedkamer van voetbalvereniging Oliveo als hij over de tevredenheid van Groenendaal hoort. ‘Zet dat maar met chocoladeletters in de krant’, zegt de Belg met een grijns op het gezicht.

Dat Groenendaal zijn principes heeft laten varen, is bij de achterblijvers lang onderwerp van gesprek geweest. Met z’n vijven zijn ze in de collectieve kleedruimte overgebleven voor de WB-wedstrijd in Pijnacker: de Nederlanders De Knegt, Al, Leijten en de Belgen Vantornout en Aernouts.

En als ze dan toch mogen kiezen: Nys heeft de mooiste camper, Groenendaal de oudste en Lars Boom de nieuwste. ‘Gekregen’, verbeteren de kleedkamermannen in koor. Boom won in de blubber van Pijnacker de eerste wereldbekercross in zijn nog jonge carrière.

‘Maar hij heeft niet gewonnen omdat hij een camper heeft hoor. We rijden vanaf drie uur allemaal hetzelfde rondje’, zegt De Knegt nuchter. Kijk maar naar Vantornout, een van de kleedkamermohikanen. Die werd achter Boom en Bart Wellens mooi derde.

Vantornout is werknemer van de tweede grote sponsor in het veldrijden, Fidea. Al zijn collega’s verplaatsen zich met een mobilhome. ‘Ik kan het niet betalen’, zegt de Belg. ‘Ik ben geen grootverdiener in dit wereldje, nog niet.’

De Nederlander Al nam laatst een kijkje op de campingbeurs. Uit nieuwsgierigheid informeerde hij er naar de prijzen. De moed zakte hem in de schoenen. Hij zal zijn dagen als crosser slijten in een kleedkamer. Dat weet hij bijna zeker.

Volgens een schatting van De Knegt komen de kosten neer op zo’n 100 duizend euro. ‘Als je naar Tsjechië tank je met zo’n ding voor 600 euro diesel, terwijl je voor 100 euro met je auto klaar bent.’

Kun je elk weekeinde in een mooi hotel voor slapen, rekent Aernouts voor. ‘In zo’n camper zit je je ook maar een beetje in je eentje op te vreten’, zegt Vantornout. ‘In een kleedkamer kun je na een cross samen klagen.’

Zo hebben ze al een lijst gemaakt met de slechtste kleedkamers van het circuit. Die in Asper spant de kroon. Ze kleden zich er om in de kazerne. ‘Als ik ooit salmonella krijg, is het daar’, zegt Al.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden