De keeper die in het water kon staan

Niemand ter wereld kon zo goed 'watertrappelen' als Evert Kroon. De keeper van het bronzen waterpoloteam van de Spelen in Montreal (1976) kwam tot aan zijn immer witte zwembroek uit het water omhoog....

De documentaire van begin jaren zeventig heeft kennelijk zoveel indruk gemaakt dat alleen al het noemen van de hoofdpersoon bij velen onmiddellijk de reactie losmaakt: 'O, die. Die man die tot aan zijn middel uit het water kwam en dan ook nog gewoon bleef staan!'

Evert Kroon, waterpolokeeper, lid van het Nederlands zevental dat tijdens de Olympische Spelen in Montreal (1976) brons haalde.

Waterpolo is geen tv-sport maar toen AVRO's Sportpanorama ooit vertoonde hoe Kroon trainde, werd er massaal en aandachtig gekeken. De armen omhoog, het 1.93 meter lange en 88 kilo's zware lichaam tot aan de zwembroek (altijd een witte) uit het water, en dan maar op en neer en op en neer door het twintig meter brede zwembad 'lopen'.

Tsssss... klonk het vol bewondering uit de huiskamers. Gezeten voor de televisie staken de kijkers beide wijsvingers omhoog en begonnen ze 'intrekken-wijd-sluit' te murmelen. Zo 'watertrappelen' als Evert Kroon kon er niet een. Met zijn benen maakte hij een soort verticale schoolslagbeweging om vervolgens minuten achtereen - eventueel met een loodgordel om de heup - door het water te banjeren.

Vijftig is Evert Kroon nu en verdorie, het is nog waar ook. Van die film. Hij bestáát. Thuis in Hilversum heeft Kroon een kopie. Die ligt op zolder in een doos. Zoals al zijn herinneringen aan zijn waterpolo-carrière (de topsportperiode: 1965-1977) in die doos liggen. In het huis van Kroon is er niets dat zichtbaar herinnert aan de imposante carrière.

'Die carrière was en is niet meer', geeft Kroon, jaren achtereen uitgeroepen tot de beste waterpolo-keeper ter wereld, als verklaring. Want de sporter Evert Kroon is niet meer, het nieuwe leven begon vrijwel terstond na het keepen.

Altijd bij het Hilversumse HZC/De Robben gespeeld, 182 interlands achter zijn naam, bejubeld en gehaat omdat hij vaak onpasseerbaar was.

'Met De Robben begonnen wij eind jaren zestig met een nieuw systeem. Zone-dekking. De tegenstander moest maar schieten.' Hij, de sluitpost, de man rond wie het nieuwe speelsysteem was geformeerd, riep dan vaak: 'Laat die goser maar schieten! Die kan er geen fluit van'

Een ruime kwart eeuw later krijgt de rossige Kroon alsnog een kleur. 'Ja, vreselijk hè? Heb ik niet lang gedaan, hoor.' Inderdaad, schaamte, last van fatsoen. 'Op een gegeven moment krijg je in de gaten dat je dat soort trucs niet nodig hebt om ballen te stoppen.'

Linkshandige schutters bezorgden hem nog de meeste last. 'Is altijd zo als je zelf rechtshandig bent. In tennis zie je dat ook.' Maar er waren maar heel, heel weinig spelers die het Kroon écht moeilijk konden maken. De Hongaar Farago, in diezelfde periode vaak uitgeroepen tot de beste speler van de wereld, was zo'n zeldzame.

Maar meestal was het talent van Kroon de tegenstander te machtig. Dat talent had hij nu eenmaal, 'dat zat in de pocket.' Maar talent moet je wel verder ontwikkelen. Vervolgens krijg je ervaring. En dankzij ervaring ontwikkel je intuïtie. Eenmaal in die fase aanbeland houd je gewoon alle ballen tegen.'

Hij mag graag relativeren: 'Ja, zo simpel is het toch? Zo simpel is het écht. En dat ik dan vervolgens vaak tot beste doelman van de wereld werd uitgeroepen, heeft ook weer andere, toevallige redenen.' Bijvoorbeeld dat Nederland in de jaren zeventig een hele lichting getalenteerde waterpoloërs kende. Jan-Evert Veer, Nico Landeweerd, Ton Buunk, Hans van Zeeland.

Laatstgenoemde is nu bondscoach. De bronzen Olympische ploeg van 1976 stond onder leiding van Ivo Trumbic, de 'waterpolo-professor'. De kolos-van-het-doel wordt overvallen door vertedering: 'Prachtige man, Ivo.' Een paar jaar geleden keerde Trumbic als bondscoach terug. Kroon stemde ermee in de keepers training te geven, want een verzoek van Trumbic schuif je niet zomaar terzijde.

Nooit geweten dat Kroon stiekem toch nog bemoeienis heeft gehad bij het top-waterpolo. Mevrouw Kroon, vanaf de bank: 'Nee, de bond wist het ook niet'

Ach, Kroon wenst er geen woord meer aan te wijden. Dat hij de hedendaagse waterpolo-keepers nog even heeft bijgestaan was ook wel een beetje uit dankbaarheid. Hij heeft tenslotte veel gereisd, drie Olympische Spelen (1968, '72 en '76) meegemaakt, onbeschrijflijk veel indrukken opgedaan. Dankzij de bond? Nou ja, hij heeft zich natuurlijk wel het apezuur getraind.

'Weet je, als je aan topsport doet, dan draait de hele wereld om jou. Thuis, in de vriendenkring, overal stond ik centraal. Na je carrière kun je eindelijk eens wat gaan terugdoen.' Zuchtend: 'Spelletjes! Altijd wilde ik winnen. Pas na mijn carrière vroeg ik me af: móét ik eigenlijk wel winnen? Is dat wel gezellig?'

De beste-waterpolokeeper-ter-wereld was tevens belastingambtenaar, de mens Evert Kroon is later een sportzaak begonnen. Fietsen en schaatsen vind hij mooi. Als er waterpolo op tv is blijft hij niet per se kijken. Minstens één keer per jaar speelt hij nog een toernooitje met de O.P'76, de bronzen ploeg van toen.

En hij zeilt graag. Zwemmen, dat niet. Het mag nog zo warm zijn, als de watertemperatuur van de Loosdrechtse Plassen hem niet bevalt, gaat hij er niet in. 'Officieel mocht het vroeger nooit kouder zijn dan 16 en een kwart graad. Ja, dáág. Gatverdamme, wat heb ik in koud water gespeeld.'

En nu, als hij dan tóch te water gaat en er drijft ergens een bal? 'Dan ga ik daar waarschijnlijk even op liggen. Of ik gooi hem terug. Want die bal is niet van mij.'

Marcel van Lieshout

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden