De jongens maken de dienst uit

rotterdam De financiële problemen in het betaald voetbal hebben van de eredivisie een eldorado voor tieners en jonge twintigers gemaakt....

Op het kunstgras van Woudestein vallen de voors en tegens van een elftal met bijna te veel jeugd te ontwaren. De voordelen zijn verpakt in het tenue van Excelsior: onbevangenheid. Niets te verliezen. ‘We speelden frank en vrij’, aldus de trainer, Alex Pastoor. De nadelen horen deze zondag bij Feyenoord: schrijnende wisselvalligheid, een verwachtingspatroon waaraan niet altijd valt te voldoen, buigende hoofden. Zo won de familieclub dus met 3-2 van de gewezen topclub.

Terwijl hij toestemming krijgt om in de lege kantine één sigaartje op te steken, zegt technisch directeur Leo Beenhakker van Feyenoord: ‘Al deze jongetjes kunnen goed voetballen, maar ze zijn wispelturig, ook in hun karakter. De ene dag is die muziek cool, morgen is iets anders in de mode.’ Bijna niemand bij Feyenoord neemt het jonge grut bij de hand. Vlaar doet een poging. Ouderen zijn wegbezuinigd. Daarmee spaarde Feyenoord miljoenen aan salarissen uit. Dat dan weer wel. Maar de klappen zijn nu exclusief voor de jeugd.

Een dag nadat bij Ajax de 18-jarige Bonevacia debuteert en de één jaar oudere Jozefzoon invalt tegen Vitesse, de club uit Arnhem die dapper weerstand biedt en scoort dankzij de 17-jarige Van Ginkel en de 18-jarige Pröpper, herstelt Excelsior zich op bewonderenswaardige wijze van de ruime nederlaag (3-0) bij die andere nieuweling in de eredivisie, De Graafschap.

Woudestein reageert euforisch. De winnende trainer Pastoor blijft rustig: ‘Ik zou ongeschikt zijn voor mijn vak als ik hiervan in de war raak, maar ik zou ook ongeschikt zijn als ik vorige week in de war was geraakt.’ Leer hem de jeugd kennen. In zijn hele loopbaan als trainer werkt hij al met jonge voetballers: ‘We doen wat we kunnen om onze tulpen te laten opengaan. Dan moet je uitkijken met de bemesting.’ Jong én onervaren, noemt hij zijn elftal.

ADO, AZ, Ajax, Vitesse, Excelsior, Feyenoord, bij tal van clubs is het geld op. Ze leunen meer dan misschien gezond is op elders gescoute of zelf opgeleide jongeren. Excelsior is overigens al jaren een opleidingsclub, het broertje van Feyenoord waarmee het een samenwerkingsverband heeft. Twee buitenlanders zijn te bespeuren onder de 22 basisspelers, van wie eentje is gehuurd (de jonge Rus Smolov) en eentje al jaren in Rotterdam voetbalt: Bahia. Zeven basisspelers van Excelsior zijn zelfs geboren in Rotterdam; velen hebben een Feyenoord-verleden. Varkenoord, de school van Feyenoord, is de ader van de derby.

Bijna iedereen is jong. De gemiddelde leeftijd bij Feyenoord is liefst vijf jaar jonger dan bij de vorige Excelsior - Feyenoord, in 2008. Bij de thuisclub is het verschil bijna 2,5 jaar. De gemiddelde leeftijd bij beide elftallen ligt rond de 22 jaar. Typisch is de invalbeurt van de 19-jarige Nayib Lagouireh bij Excelsior. Hij acteert eigenlijk nog als een echte jeugdvoetballer, oordeelt Pastoor. ‘Hij viel als een raket in. Hij blijft nog een beetje wachten als een rechtsbuiten, tot de bal ongeveer in zijn richting komt. Dan geeft hij hem voor of hij schiet zelf.’

Woedend is trainer Mario Been van Feyenoord na afloop. Hij gebruikt grote woorden. Wanprestatie. Schande. Schamen. Hoe vaak hij dat al niet gezegd heeft in iets meer dan een seizoen, vraagt iemand. Ja, te vaak eigenlijk. ‘Ze spelen niet met het hart.’

Misschien heeft hij half gelijk. Weet hij nog hoe hijzelf was, toen hij een jaar of 20 was. Hij was de vleesgeworden wispelturigheid. Maar híj voetbalde bij Feyenoord zelfs even met Cruijff, met Wijnstekers, met de nog jonge Gullit, met Troost en Jeliazkov. Vooral zij kregen de aandacht. Zij waren boegbeelden. Mario Been, dat was dat aardige ventje. Die kwam er wel. Of niet. Hij was eigenlijk helemaal geen thema, behalve dan dat hij uit Rotterdam kwam.

Jeugd is de ene week goed, de andere week niet. Leroy Fer debuteerde woensdag in het Nederlands elftal, als invaller. Hij imponeerde soms, in Donetsk. Zondag was hij nergens. Al die jongelingen zien op zo’n middag die steeds bozere supporters. Ze rennen over een kunstgrasveld dat net zo stroef is als ongeslepen schaatsen, en voetballen tegen een elftal dat vooral de tegenaanval hanteert.

Been laat op deze middag jongens van 17 en 19 invallen. Luc Castaignos, een spits van wie ze ongelooflijk veel verwachten in Rotterdam, moet de wedstrijd maar even beslissen. Eventueel uit een voorzet van Jerson Cabral, een fijne pingelaar die vorige week zo goed inviel tegen Utrecht. De twee maken hun entree bij 1-1, in een elftal dat niet draait. Vorig jaar namen Van Bronckhorst, Landzaat, Makaay en Hofland de jeugd bij de hand, hoe moeilijk ze het ook hadden met zichzelf.

En nu? De man met de meeste ervaring, De Cler, krijgt tijdens de rust ruzie met Been. De trainer laakt het spel, waarna De Cler zijn stem verheft en zegt dat het lekker gaat zo. Hij kan meteen vertrekken. ‘Wie zijn ego belangrijker vindt dan het teambelang van Feyenoord, hoef ik nooit meer te zien.’ Weer een ervaren speler weg.

Beenhakker is halverwege zijn sigaartje als hij zegt: ‘Vroeger, bijvoorbeeld toen ik als technisch directeur bij Ajax werkte, stond het 3-0 en zei de trainer tegen Sneijder of Van der Vaart: je mag invallen. Geniet ervan. Ga je gang. Het was de laatste stap van hun opleiding tot volwaardige speler. Nu moet je jeugd geforceerd brengen. Dat gaat ten koste van het gemiddelde niveau.’ Vandaar ook dat hij zo graag een spits wil huren voor Feyenoord. ‘We willen een jaar overbruggen, ook ter bescherming van Luc Castaignos. Over een jaar is die een stuk verder.’ Beenhakker heeft nog nooit zo’n hoge telefoonrekening gehad, zegt hij met enige spot, om de jacht op een aanvaller gestalte te geven.

Wie Excelsior nog van Feyenoord kan krijgen voor het sluiten van de transfermarkt, daar ging het de laatste weken om. Natuurlijk: zondag was de omkering daar. Wie Feyenoord nog van Excelsior kan krijgen, luidde de grap. Zij van Excelsior zijn op deze dag beter, ook omdat van hen minder wordt verwacht. Zij mogen verliezen. Zij kunnen op de tegenaanval spelen en inderdaad, misschien neemt Feyenoord het ook iets te gemakkelijk op.

Met de jeugd is het zoeken. Zoeken naar grenzen. Tijdens het trainingskamp in Delden liet Pastoor de spelers elke dag een vragenlijstje invullen. Ben je moe? Heb je goed geslapen? Heb je spierpijn?

In de slotfase krijgen een paar spelers van Excelsior kramp, onder wie Jordy Clasie, een 19-jarige middenvelder die is gehuurd van Feyenoord. Hij wordt man van de wedstrijd. Als hij na afloop met een bos bloemen de catacomben inloopt, krijgt hij een handje van Beenhakker. Hij is eigenlijk de jongen van de wedstrijd.

Daan Bovenberg, de maker van 2-2, is zelfs geboren in Kralingen, vlakbij Woudestein. ‘Het is schitterend om te zien hoe we vechten. We zijn een familieclub. Iedereen kent elkaar. Natuurlijk: alle scepsis over ons is begrijpelijk. We hebben de laagste begroting en de jongste spelers. Maar wij benaderen elke wedstrijd alsof het een finale is.’ Inderdaad: zij hebben niets te verliezen. Pastoor vertelt dat ze alles uit zichzelf en uit elkaar willen halen. Hij houdt van de metafoor: ‘En dan zien we wel waar het lijk straks drijft.’ Die van Feyenoord hebben een legioen, een trainer die soms heel boos wordt en ze spelen deze week weer in de Europa League. Ze zijn nog zo jong, maar er moet al zoveel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden