'De Holland Acht is een beetje een nummer voor debielen'

Olympische medailles zijn te koop, zegt de roeier die er drie won. ‘Maar wat kan jou dat verrotten?’..

Tijdens het NK roeien stapte de oude meester zaterdag in een twee met de zestien jaar jongere Vincent van der Want, die hij bij Nereus zelf heeft opgeleid. ‘Er is een hele generatie weggevallen’, zegt Diederik Simon. ‘Ik zit als veertiger met jongens van twintig in de boot. Maar ik pas me aan.’ En met een ironisch lachje: ‘Niemand vraagt me wat opa komt doen op de Bosbaan. Al ben ik nu zo oud geworden dat ik ga liegen over mijn leeftijd.’

Alsof die barrière van veertig hem belemmert in zijn roeicarrière. Simon: ‘Ik heb juist het idee dat ik me nog kan verbeteren, anders was ik allang gestopt. Ik doseer wat meer, ik wil niet het hele jaar hard varen. Een NK in april is niks voor mij, ik kom nu pas uit mijn winterslaap. En met een WK in november ligt het zwaartepunt pas eind dit jaar.’

Eigenlijk was Simon al na de Spelen van Athene in 2004 gestopt, met een gouden (Atlanta ’96 met de Holland Acht) en twee zilveren medailles (Sydney 2000 in de dubbelvier en opnieuw de Holland Acht in Athene) op zak. ‘Daarna heb ik twee WK’s overgeslagen. Ik had last van mijn rug en dacht dat het mooi was geweest. In 2007 werd ik weer naar het roeien gelokt.’

Voor de veteraan er erg in had, was hij de architect van een vierde olympische missie, wederom in de Holland Acht. Maar er was een revolte voor nodig om die in Peking met een vierde plaats bevredigend te kunnen afsluiten. Simon besefte na het echec bij de wereldbeker in Luzern dat de ploeg niet alleen andere roeiers nodig had, maar ook een nieuwe coach.

Met David McGowan als vervanger van Jan Klerks plaatste de Holland Acht zich alsnog voor de Spelen van Peking. Simon relativeert zijn rol. ‘Het zat niet goed in die boot. Ik zag dat we het niet gingen redden. Er moest iets veranderen. Ik ben geen revolutionair, maar met Klerks werkte het niet. Ik heb Jan hoog zitten als coach. Met zijn attitude naar de sporters is hij een voorbeeld.

‘Hij staat er niet voor zichzelf. Je ziet het vaak in de sport, al die coaches willen zo veel! Maar sporters zijn niet in dienst van een organisatie of een coach. Je doet jezelf tekort door lijdzaam achter een trainer aan te lopen. We wilden de Holland Acht nieuw leven inblazen. Verandering van spijs, zo moet je het zien.’

De roeiers eindigden op gepaste afstand van het erepodium. Simon: ‘Op mij na had niemand in die boot iets gewonnen. Ik kon leven met de vierde plaats, maar we hadden geen medaille. Daarom ben ik nog een jaar doorgegaan. Voor mijn gevoel konden we het olympische project pas in 2009 afsluiten met een bronzen medaille bij de WK in Poznan.’

En waarom zou er dan geen vijfde Spelen mogen volgen? ‘Ik vind het leuk om speciale dingen te doen. In Atlanta 1996 beginnen met een gouden medaille en er in Londen 2012 mee eindigen; dat zou een mooie sandwich zijn.’ Hij laat de gedachte op zich inwerken en zegt lachend: ‘Een broodje goud.’

Maar het broodje goud komt niet vanzelf op tafel. ‘Als coach de hele dag langs de baan fietsen en dan zelf in een boot stappen, wordt me te veel. Maar ik moet ook geld verdienen. En dat is een probleem.’

Zie maar eens een sponsor te vinden in het roeien, zegt Simon. ‘Bedrijven zijn een beetje sponsorschuw geworden. Ik begrijp niet waarom, want je kunt nu voor een klein bedrag pareltjes opvissen. Het is kuddegedrag. Tot voor kort was sponsoren maatschappelijk verantwoord, nu heeft iedereen het wel gezien.’

Juist de Holland Acht is een A-merk, aldus Simon. Maar het boegbeeld van de roeisport moest commercieel worden afgestoft. ‘We hadden twee jaar geleden niet eens een eigen website’, vertelt Simon, op een terras aan de Bosbaan. ‘Een sponsor van tien jaar geleden bleek de naam Holland Acht nog in eigendom te hebben. Het is typerend voor roeiers. Ze denken: ik verdien er niets aan en die boot ligt toch in het water.’

Met enkele collega’s heeft Simon de sponsoring dus zelf maar ter hand genomen. ‘We gaan een stichting Vrienden van de Holland Acht oprichten. Kun je voor het symbolische bedrag van 2012 euro vriend én sponsor worden. Het kan ons op weg naar de Spelen net het laatste duwtje in de rug geven.’

Medailles zijn volgens hem wel degelijk te koop. ‘De Engelse roeiers zijn fullprofs, in de aanloop naar de Spelen van 2012 wordt een overload aan geld in toonaangevende sporten gepompt. Reken maar dat het medailles oplevert. In Nederland is die benadering niet realistisch. Je moet je ook afvragen of we dat willen.

‘Al die verhalen dat Nederland in de toptien moet eindigen. Voor wie is topsport belangrijk? Voor de sporters. Maar wat kan het jou verrotten of ik een gouden medaille haal? Er gaat al veel geld naar de topsport. Het is best te verdedigen als we er geen gemeenschapsgeld instoppen.’

En staar je niet blind op de Holland Acht, zegt Simon. ‘Het is in Nederland het koningsnummer geworden. Maar je moet er niet altijd in willen zitten. De acht is een beetje een nummer voor debielen. Er is eigenlijk niks aan. Je zit met zijn achten in een strak keurslijf. De kans op ellende is vier keer zo groot als in een twee.

‘Er hoeven maar één of twee jongens in de acht niet lekker in hun vel te zitten en de boot loopt niet. Zo ging het in de aanloop naar de Spelen van 2008. Ga toch lekker spelevaren in een twee, een vier of een skiff, en stap dan pas in een acht.’

Topsporters moeten hun verantwoordelijkheid nemen, zegt Simon. ‘Het was veel simpeler toen ik bij de Spelen van Atlanta mijn eerste medaille won. Sindsdien is rond de sport een steeds grotere schil ontstaan van parasieten en ruifvreters die vaak een ander belang dienen dan de sporters zelf. Al die organisaties! Neem de hype van de development. Plak dat etiket op de sport en er komt een bak met geld vrij.

‘Vijftien jaar geleden deden we op onze manier ook aan development. Toen stapte ik als onervaren roeier bij wereldtoppers als Rienks en Florijn in de boot om het vak te leren. Nu heet het met een al even duur woord talentontwikkeling. De grap is dat de echte talenten zichzelf ontwikkelen. Die hebben schijt aan alle talentontwikkelaars.

‘Een olympisch kampioene als Marit van Eupen paste toch in geen enkel programma? Te oud, te eigenwijs en te vervelend. Zij heeft haar eigen weg gevonden. Maar de developers hebben er belang bij om de mythe in stand te houden. Talentontwikkeling is werkverschaffing geworden.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden