BeschouwingWK veldrijden

De hogeschool van het veldrijden ligt in Alphen, Brabant

Inge van der Heijden, wereldkampioen bij de beloften, duikt de kuil in, een herinnering aan een bom in WO II. Beeld Klaas Jan van der Weij

Veldrijders komen uit Brabant en de toppers trainen rond de plas van recreatiegebied ’t Zand bij Alphen. Mannen, vrouwen en beloften. De bondscoach is er en toch is de sfeer informeel. Ook in de aanloop naar de WK van zondag. Een advies: pas op je taalgebruik, er zijn ook wandelaars.   

De doordeweekse en winterse stilte in het dennenbos noordelijk van Alphen, Noord-Brabant, wordt steevast op woensdagmiddagen verbroken. Dan loopt de parkeerplaats bij de plas in het recreatiegebied ’t Zand plotsklaps vol met auto’s met fietsen op dragers of in de kofferbak. Er verschijnen ook wielrenners die al in het zadel zitten. Zij hebben zich in tenue gestoken in de kleedkamer van de lokale voetbalclub, Viola, Voetbal Is Onze Lust Alphen, wat verderop gelegen. Het geblokte profiel op de banden verraadt het specialisme: dit zijn veldrijders.

Op een glooiend veld zijn bondscoach Gerben de Knegt en zijn assistent Ad van Hellemond alvast in de weer. Ze plaatsen pionnen en hoedjes op het gras. Ze dalen af in een diepe kuil in om er linten te spannen, het geurt er naar vochtige aarde. De put is het litteken van een Britse bom die in de Tweede Wereldoorlog was bedoeld voor de vliegbasis Gilze-Rijen.

Het is een plek die op Nederlandse crossers grote aantrekkingskracht uitoefent. Hier krijgen ze de kans onder deskundig toezicht de puntjes op de i te zetten, de kunsten van elkaar af te kijken, de krachten met anderen te meten. Er zijn nog zes trainingslocaties, in Norg, Wijchen, Hattem, Rossum, Moergestel en Zoetermeer, maar in ’t Zand ligt de humus voor bloeiperioden in het modderfietsen. Oud-wereldkampioenen Henk Baars, Adrie van der Poel, Richard Groenendaal en Lars Boom schaafden hier aan vorm en behendigheid.

Deze woensdag zijn er ruim dertig renners komen opdagen, bijna een derde is vrouw. ‘Meer gewicht op het stuur houden’, adviseert Van Hellemond Pauliena Rooijakkers, die in voor CCC-Liv rijdt, de ploeg van Marianne Vos. Na een steile afdaling viel ze in een krappe bocht naar een aansluitende klim stil en tuimelde tussen de boomwortels. ‘De fiets wat hoger op de schouder leggen’, klinkt het als een renner bijna struikelt op de trap omhoog uit de bomkrater.

WK bij Zürich

Het zijn oefeningen aan de vooravond van de wereldkampioenschappen dit weekeinde op een vliegbasis in Dübendorf, bij Zürich. Daar wordt de bekroning van een voor Nederlandse renners uiterst succesvol seizoen verwacht. Bij de mannen is Mathieu van der Poel de schier onklopbare favoriet. Bij de vrouwen zou een geheel rood-wit-blauw WK-podium passen in het beeld van de afgelopen wedstrijden.

Van der Poel rijdt hier nooit, die kan terecht in het bos om de hoek van de ouderlijke woning in Kapellen, bij Antwerpen. Andere leden van de huidige selectie kennen het terrein wel. Lars van der Haar, altijd goed voor de subtop, wordt er geregeld gesignaleerd. Veelwinnaars bij de vrouwen in het huidige seizoen, de Rotterdammers Ceylin del Carmen Alvarado en Lucinda Brand, trainen rond de plas. Winnares van de wereldbeker dit seizoen Annemarie Worst komt wel eens afzakken vanuit Nunspeet.

Vandaag rijdt Inge van der Heijden (20) er, ze is wereldkampioen en Nederlands kampioen bij de beloften. Ze moppert wat, ze schiet geregeld uit haar pedaal, het zal met de nieuwe plaatjes onder haar schoenen te maken hebben. Ze komt hier graag, ze heeft er de drie kwartier rijden vanuit Schaijk graag voor over. ‘Als je in je eentje traint, geef je je eigenlijk nooit maximaal. Hier word ik sterker, je rijdt tegen elkaar. Ik steek er wat van op. Ik zie sommigen zo hard door een bocht gaan dat ik me afvraag hoe ze dat doen. Dan ga ik er achter rijden en probeer het wiel te houden. Of je ziet dat je toch echt wel wat later kunt remmen. Het geeft je vertrouwen, het is net dat extra zetje.’

Het zijn niet alleen de allerbesten die hier fietsen. Mart Muskens (22) uit Heesbeen heeft net zijn fiets uit zijn bestelwagentje gehaald. De student milieukunde behoort tot de elite, maar rijdt zelden mee in de grote wedstrijden. ‘Dat gaat zo hard, dan word je er vaak voortijdig uitgehaald. Het heeft niet zo’n zin om daarvoor helemaal naar België te gaan.’ Maar hij komt hier al vanaf zijn 13de. ‘Het is nog steeds mooi je te spiegelen aan anderen. Dan vertelt iemand je waar je je handen moet houden als je weer op de fiets springt. Van die kleine, maar belangrijke dingetjes.’

Gerben de Knegt kijkt toe bij een oefening. Beeld Klaas Jan van der Weij

Voor Nederlanders

Het model van gezamenlijk optrekken prikkelt de nieuwsgierigheid over de grens, merkt bondscoach De Knegt. ‘De Belgen vragen zich af hoe het toch komt dat er zoveel vrouwen zo goed rijden en er veel jong talent aankomt.’ Volgens hem is er sprake van een cultuurverschil. ‘Vrijwel alle ploegen zitten in België. Die trainen vooral in teamverband. Dat vinden ze wel genoeg. Je moet de concurrent niet wijzer maken dan hij al is. Hier is het veel opener.’ Er zijn grenzen: zojuist heeft hij een Belg die mee wilde rijden weggestuurd. ‘Dit is niet voor iedereen bestemd. Het gaat toch echt om Nederlandse licentiehouders.’

Hij blaast op een fluitje. De renners verzamelen zich. Het wordt een algemene training, zegt De Knegt. Een serie starts, wat kort draaien en keren, een schuine kant opzoeken, de kuil in. Aan individuele begeleiding komt hij hier nauwelijks toe. ‘Ik laat het gewoon lekker lopen, laat ze maar met elkaar bezig zijn.’ Puntje van aandacht: denk om de wandelaars in het park. Er zijn klachten binnengekomen: iemand zou zich zelfs vorige week met een sprong in bosschages het vege lijf hebben moeten redden. Een reactie van ongeloof trekt door de gelederen. De Knegt: ‘Hou er rekening mee. Ga niet lopen schelden.’

Groepjes grijsgelokte mannen in dikke jassen zijn intussen het terrein op gedruppeld – een wekelijks verzetje na een werkzaam leven. Wim van Loon uit Baarle-Nassau en Walter Poppelaars uit Baarle-Hertog kijken vanaf de kuilrand naar de ploeterende renners beneden. ‘Pas nog liet Gerben ze vanuit stilstand omhoog komen en dat dan acht keer achter elkaar. Dat kost kracht, hè. En die meiden doen gewoon mee.’

Tussen de toeschouwers staat Nico van Hest (69). Hij is de grondlegger. Hij was gymdocent en veldrijder en nam aan het begin van de jaren tachtig het initiatief voor het parcours. Hij trok destijds op met Reinier Groenendaal, Henk Baars en Frank van Bakel die naar trainingsfaciliteiten zochten. Hij vond snel gehoor bij de gemeente, er kwam een gebouwtje met toiletten en een materiaalkast. Van Hest: ‘Je hebt hier bijna alles. Het zand langs het water, grasveld, reliëf, single tracks, een trap. Alleen echte modder heb je hier niet. Dit is zandgrond.’

Alle grote namen

Ze zijn altijd blijven komen, de toppers, stelt hij tevreden vast. De opeenvolgende aanwezigheid van grote namen heeft volgens hem geleid tot de welhaast gewijde status. Zo ziet hij vandaag voormalig geletruidrager in de Tour de France Mike Teunissen voorbijkomen, in zijn geelzwarte Jumbo-outfit op zijn groene Bianchi, die de explosiviteit in de benen komt testen. Ook De Knegt wijst op de lange traditie. ‘En veel veldrijders komen nu eenmaal uit Brabant.’

Toen er elke week tegen de vijftig renners – onder wie ook steeds meer vrouwen – kwamen opdagen, gooide de bondscoach de rem erop. De groepen worden voortaan verdeeld, vaak rijden de vrouwen gescheiden van de mannen. De Knegt bepaalt wie er onder de licentiehouders voldoende niveau heeft. Nieuwelingen moeten eerst naar Moergestel, volgens trainer Van Hellemond ligt overbelasting op de loer als de jeugd achter gelouterde profs aanfietst.

Zelfs die kunnen hier nog wat leren, ook al heb je de gele trui om de schouders gehad. Als Teunissen tijdens een reeks starten een keer stilvalt, volgt de analyse van de bondscoach. ‘Je miste je pedaal. De stand was niet goed. Ik zag het gebeuren.’ Zo werkt gezamenlijk optrekken: in ’t Zand, aan de plas en tussen de naaldbomen, vertel je gewoon hoe het zit.

 Nederlanders op de WK

Op de WK dit weekeinde in Dübendorf, bij Zürich, geldt regerend wereldkampioen Mathieu van der Poel als uitgesproken topfavoriet. Van de 24 wedstrijden waaraan hij dit seizoen deelnam, won hij er 23. De grootste tegenstand op het vrijwel vlakke, maar mogelijk modderige parcours, wordt verwacht van de Belgen Toon Aerts en Eli Iserbyt. Zijn grote rivaal op de vorige WK’s, Wout Van Aert, is ook van de partij. Hij keert terug van een zware beenblessure. In de Nederlandse selectie zijn Lars van der Haar, Corné van Kessel en Joris Nieuwenhuis vertrouwde namen.

Bij de vrouwen wordt gerekend op een geheel oranje gekleurde strijd. Lucinda Brand, Annemarie Worst en Ceylin del Carmen Alvarado, die aanvankelijk nog bij de beloften zou rijden, pakten de afgelopen maanden nagenoeg alle belangrijke prijzen. Yara Kastelijn werd nog Europees kampioen. En dan te bedenken dat Marianne Vos ontbreekt, ze is onlangs aan haar lies geopereerd. De huidige wereldkampioen, de Belgische Sanne Cant, kwam er tot dusver niet aan te pas, maar zij blijkt vaak precies op een WK te kunnen pieken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden