De gouden tijden van Slavenburg en Kreijns

In de geschiedschrijving van de Nederlandse Bridge Bond (1930-2005) neemt het jaar 1966 een opvallende plaats in. Het zilver van het Nederlandse team bij het EK (Warschau) was een geweldige opsteker....

In 1968 verhuisde Slavenburg (1917-1981) na een meningsverschil met de fiscus naar Marokko en keerde slechts een enkele keer voor bridge terug naar Nederland.

Nestor Kreijns speelt tot op de dag van vandaag met hart en ziel. Met Nederland won hij (met Hans Vergoed) brons bij de Olympiade in Valkenburg (1980). In de bondscompetitie is hij actief met dochter Hanneke.

Ik leerde beide wereldkampioenen goed kennen en smaakte in Deauville (1978) het genoegen met Bob Slavenburg een team met topspelers rondom Omar Sharif te verslaan. En een partij robberbridge met Hans Kreijns is en blijft even interessant als spannend.

Kreijns goochelt in 3SA-contracten graag en handig met de lage kaarten op zoek naar een onverwachte overslag. Juist in een parenwedstrijd betaalt dat optimaal uit. In diagram 1 maakte hij tijdens het WK 1966 handig gebruik van een fout van de tegenspeler.

Zie diagram 1 west noord oost zuid ----pas pas pas 3SA pas pas pas --Een biedverloop in de kenmerkende Kreijns-Slavenburg-stijl. Geen 1SA-opening omdat deze voorbehouden was aan handen met een regelmatige verdeling en 19-20 punten. De 1K-opening had als gunstige bijkomstigheid dat west afzag van de uitkomst met KH. Na moest zuid wel 3SA bieden om overwaarde aan te geven.

West kwam tegen 3SA uit met JB, J2 in de dummy, en oost speelde als aanmoedigend signaal een wat snel zou blijken te kostbare J6 bij. De leider, Kreijns, won met JV, stak over naar HA en speelde J10 uit de dummy. Oost dekte met JH, JA in zuid en J8 bij west. Uit zuid J3, west schoppen weg, J7 in noord en J9 in oost. Hierna was J5 hoog en betreurde oost het ontbreken van J6.

Oost speelde een kleine ruiten na. In zuid I2, IB en IA in de dummy. Er volgden hierna vier klaverenslagen en J5. Er bleven in elke hand drie kaarten over: IV9 en KA in zuid. Op weg naar de wereldtitel speelde Kreijns ruiten uit noord, zette in zuid I9 voor IH in west. De laatste twee slagen voor KA en IV en een score van honderd procent.

De eerste Nederlandse wereldkampioenen speelden een opgewekt en agressief spelletje. Bob en ik speelden zo scherp mogelijk, schreven wel eens min 670 maar ook vaak drie-of vijfhonderd in de plus, aldus Kreijns. Tijdens het EK 1966 een voorbeeld van deze tactiek in de gewonnen wedstrijd tegen Frankrijk.

Zie diagram 2 west noord oost zuid ------pas 1SA pas pas pas pas dbl pas pas pas West, Slavenburg, drong na het tussenbod van oost, Kreijns, niet aan maar wenste zich, gezien zijn doublet, niet bij neer te leggen.

Tegen 2K-gedoubleerd kwam west uit met H8, H4, voor HV in oost die rustig K9 inspeelde, gedoken door zuid voor KV in west die klaveren vervolgde voor HA in de dummy. Het bezit van K10 in west bleek meer dan waardevol. Als oost aan slag kwam in harten kon hij met een derde ronde klaveren de K10 van west tot slag promoveren.

De leider speelde J6, J3, JA en J2. Met JHB achter JV was het Nederlandse paar baas geworden in het tegenspel De leider speelde J9 door voor JB in oost. Ook JH werd meegenomen, gevolgd door HH. De leider troefde met KA. Een kleine schoppen uit zuid voor KH in west die troef naspeelde voor KB in de dummy. De leider nam JV mee, waarop uit zuid een ruiten verdween. Ook west gooide ruiten af. De leider speelde ruiten naar IH. West maakte twee ruitenlagen plus K10 voor drie down en +500.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden