Column Peters leest voetbal

De geschiedenis van het voetbal

Arjan Peters volgt het WK Voetbal en doet daar dagelijks verslag van. Hij kijkt alle wedstrijden en in de rust leest hij een boek.
Aflevering 26: 
Hoe ver gaat het voetbal terug? Ver, heel ver, tot minstens de Romeinen.

We weten dat de Haarlemsche Football Club in 1879 is opgericht door de 14-jarige Pim Mulier. Dat betekent niet dat er voordien niet gevoetbald werd. Omdat finalisten Frankrijk en Kroatië vandaag gaan trainen, kan ik dit rustig uitzoeken.

Tabé Mulier, entree Oë. Vanwege de titel koos ik diens Voetballen in 1860, maar zag al snel door de rijstknoedels en bamboestokken het veld niet meer, en vermoed dat Kenzaburo Oë (thans 83) niet alleen de Japanse, maar ook ónze Keizerverering niks vindt. Moet hij weten. Ik zocht een wedstrijd, en vond hier geen bal aan.

Dan dit feit: de Engelse monarch Henry VIII heeft in 1526 voetbalschoenen besteld. Het bedoelde paar, vervaardigd van Spaans leder, bevond zich in zijn nalatenschap, zoals in 2004 bekend werd. Mijn belletje rinkelt: presentator Henry Schut moet naar deze koning vernoemd zijn.

Citaat uit Nico Scheepmaker, Rembrandt heeft nooit gevoetbald (1989): ‘Er is nog nooit een blinde kerkmuur aangetroffen waarop met krijt een doel was getekend waarvan aangetoond kon worden dat het nog uit de tijd van Rembrandt stamde.’ Vervolgens vroeg ik Onno Blom, biograaf van de jonge Rembrandt, of hij Scheepmakers melancholieke stelling onderschrijft. Blom: ‘Rembrandt heeft gekolfd, gekaatst, misschien geschermd. En hij kende de bekoring van het lijnenspel. Dat is beeldend talent. Daarom werd Cruijff ook de Rembrandt van het voetbal genoemd.’ Zo komen we, zonder bewijs, een heel eind.

En terug naar de naamgever: ‘Er wordt gezegd dat Julius Caesar vrij goed was met beide benen,’ en ‘de Romeinen speelden iets dat veel van voetbal weg had in de tijd dat Christus en zijn apostelen aan het kruis stierven,’ aldus Eduardo Galeano in Glorie en tragiek van het voetbal (1995). Beetje rare zin, alsof de Romeinen de kruisen als doelpalen gebruikten en blij verder voetbalden.

Onwillekeurig werd mij ten langen leste wel duidelijk waarom de Vader der Coaches zich 12 discipelen koos. Ook Hij wilde van een reserve verzekerd zijn.

Meer over