De geleidelijke stapjes van een anti-held

Ook na een jaar Feyenoord valt Bert Konterman (28) nog van de ene verbazing in de andere. Als hij even tijd heeft, keert hij terug naar het Overijsselse platteland....

'TOEN ik verkocht werd van Zwolle naar Cambuur, was daar drie ton mee gemoeid. Dat er zoveel voor mensen werd betaald, vond ik triest. De dag na de transfer was de veemarkt in Zwolle. Op de snelweg reden mijn vader en ik een vrachtauto met koeien voorbij. Ik zei tegen mijn vader: ''Ik ben ook verkocht, ik lijk wel een koe. Het verschil is dat ik nog ja of nee kan zeggen.'' Het is puur mensenhandel, bijna absurd.

Wij bepalen de prijs niet, dat doen de clubs. Het is handjeklap. Je moet er niet te veel bij stilstaan. Dat zag ik al bij Jaap Stam, die 35 miljoen waard was. Voor Van Gastel vroeg Feyenoord 40, 45 miljoen, voor mij vermoedelijk tussen de 30 en 35 miljoen. Als je daar goed over gaat nadenken, word je niet vrolijk. Maar het publiek let er wél op. Jaap had op het WK een paar moeilijke wedstrijden en dan denken de mensen meteen aan die prijs.'

Toen ik bij Cambuur zat, verdiende ik al meer dan mijn vader. Dat gaf hij eerlijk toe. Hij zei dat het niet te geloven was wat ik verdiende voor twintig uur in de week, maar afgunstig was hij niet. Integendeel.

In mijn carrière zit opbouw, of eigenlijk kun je het beter afbouw noemen. Zwolle drieënhalf jaar, Cambuur drie, Willem II tweeënhalf, Feyenoord waarschijnlijk twee jaar. Dat laatste is een beetje vooruitlopen op de toekomst, een geintje eigenlijk. Het ligt in de lijn der verwachting. Je hebt het niet in eigen hand, ik was nu al bijna weggeweest. Ik heb me erbij neergelegd dat de transfer naar Real Madrid niet doorgaat. Ik hoorde dat Real tien miljoen dollar had geboden. Voor dat geld had Feyenoord zeker twee spelers kunnen aantrekken, maar het is niet gemakkelijk om ergens nog goede spelers vandaan te peuteren. Voorzitter Van den Herik zei bovendien dat hij me niet kwijt wilde.

Een beetje jammer vind ik het wel dat de transfer afketste. Ik ben 28 en de Koninklijke Real Madrid is een club van naam. De topdrie van Nederland óf het buitenland is altijd mijn doel geweest. Ik heb niet echt de drive om naar het buitenland te gaan, maar ja, Madrid is geen misselijke club. Het is geen Compostela.

Op bepaalde momenten van de dag heb ik echt zitten piekeren. Wat moet ik doen? Trainer Beenhakker zei ook: pieker maar eens een beetje. De overweging om het wél te doen is de wetenschap dat het een kans is die je misschien nooit meer krijgt. De reden om niet te gaan is dat ik het goed naar mijn zin heb bij Feyenoord. Wonen en werken in Madrid is een raadsel voor me. Je zit in Spanje vaak in trainingskamp, de pers is erger dan hier.

In mijn geboortedorp Rouveen, bij Staphorst, denken ze niet aan de bedragen die in voetbal omgaan. Ze dachten eerst dat ik in de maling werd genomen.

Bij Willem II, onder trainer Co Adriaanse, is het gevoel ontstaan dat ik de hele wereld aankon, ook het hardere leven in het westen. Die geleidelijke stapjes in mijn loopbaan heb ik nodig gehad. Nu weet ik dat de voetbalwereld een rare wereld is. Soms gaat men over lijken, je treft jongens met veel kwaliteiten die het door hun zachtere karakter niet redden. Ook omdat ze een bepaalde stap in hun loopbaan te vroeg zetten. Toen ik achttien was, was ik heel bescheiden en kwam ik moeilijk uit mijn woorden. Daarom moet je voor honderd procent achter je keuze staan. Geld en status van de club komen op het tweede plan. Eerst moet je rust vinden in je sociale leven.

Mijn vriendin woont in Harderwijk. In Rotterdam ben ik ook huisman. De woensdag voor we vertrokken naar het toernooi in Belfast ben ik tweeënhalf uur bezig geweest om mijn huis schoon te maken. De meeste spelers komen thuis, flikkeren de tas in de hoek en gaan met de beentjes omhoog voor de televisie zitten. Ik moet mijn spullen uitpakken en alles op orde brengen. Voor een werkster voel ik me te groot. Een voetballer heeft zoveel vrije tijd, ik laat me niet kennen.

De huidige generatie bestaat niet uit domme voetballers. Er zijn generaties geweest die de school helemaal niet hebben afgemaakt, dat kwam helemaal niet ter sprake. Ze voetbalden dag en nacht op straat. Tegenwoordig kun je makkelijk mavo of havo voltooien. Ik heb daarna nog een HBO-opleiding gevolgd, waarmee ik afstand kon nemen van het voetbal.

Iedereen bij Feyenoord was benieuwd hoe het vorige week was in Belfast. We wisten van de Oranjemarsen en van de opnieuw gespannen situatie tussen protestanten en katholieken. Je ziet dat alles goed beveiligd is, dat huizen zijn dichtgespijkerd en muren zijn beschilderd. Iedereen is daar op zijn manier toch mee bezig. Voetballers weten goed hoe de wereld in elkaar steekt en dat is kenmerkend voor deze generatie.

DANKZIJ bestuurslid technische zaken Rob Baan zit er weer lijn in de organisatie. Feyenoord kijkt vooruit en doet geen rare aankopen meer. Omdat het kampioenschap vorig seizoen een wedstrijd of tien voor het einde beslist was, waren sommige spelers al bezig met volgend seizoen. Zullen we dat eens proberen, zullen we daar eens aan gaan werken? De trainer zei: rustig maar, we hebben de tijd. Toen hadden wij al die drive dat het sneller moest: eerder druk zetten, middenveld beter aansluiten, meer gevaar voor het doel proberen te krijgen, verrassender aanvallen. Misschien willen wij stapjes te snel zetten.

Ik ben het met van Van Gastel en Van Wonderen eens dat ik meer versterkingen had verwacht; eentje voor de voorhoede, een voor achterin. We hebben twee jongens gehaald voor de selectie, De Visser en Rzasa, maar ik vind dat we net te weinig hebben gedaan. Je ziet dat Van Hooijdonk niet doorgaat, dat Ricksen niet doorgaat. Je weet dat de club het financieel niet gemakkelijk heeft, maar je hoopt op andere dingen die gaan komen. Dat is niet gebeurd en dat is toch een beetje teleurstellend.

Ik denk dat Feyenoord één stapje vooruit heeft gezet, terwijl wij er vier hadden gewild. Aan de andere kant wilde de leiding ons per se houden, waaruit vertrouwen en visie spreekt. Ik denk dat de meesten dit jaar kijken hoe het zich verder ontwikkelt. Het is ook nog te vroeg voor conclusies. Ik moet nog eens zien hoe Ajax al die nieuwe spelers inpast.

Vriendenploegen bestaan niet, nergens op de wereld. Ik ben voorzichtig met het woord vriend, dat zijn er in mijn geval twee of drie. Bij Feyenoord heb ik goede collega's. Het sleutelwoord is respect, respect voor elkaar in goede én moeilijke tijden. Zonder negatief te doen, denk ik dat we dit seizoen moeilijke situaties gaan beleven, want het wordt een intensief jaar waarin we veel op elkaars lip zitten.

Voor mezelf geldt dat ik de finesses van het topvoetbal nog iets beter onder de knie wil krijgen. Dat kan door meer op topniveau te acteren, in de Champions League en in het Nederlands elftal. In de absolute top zijn voetballers net iets geraffineerder, net iets slimmer, net iets sneller, net iets technischer, en de teams zijn net beter op elkaar afgestemd. Op dat allerhoogste niveau wil ik laten zien dat ik meekan. Maar ik ben een gelukkige voetballer, die hoopt alleen nog een paar prijzen te winnen.

Mijn gevoel voor Feyenoord is in dat ene jaar versterkt. Supporters nemen vakantie van hun werk om bij ons te zijn in plaats van in Torremolinos of op Kreta. Eén meisje was op de fiets naar Belfast gekomen. Ze waren ook in Kroatië vorig jaar. Toen keek ik mijn ogen uit. Dat supporters meegaan voor vriendschappelijke wedstrijden in een uithoek van Europa, had ik nog nooit meegemaakt. Dat is typisch Feyenoord.

Het heeft me verbaasd dat er mensen trouwen in de Kuip, of vlak voor hun sterven nog een rondje door het stadion willen maken. Ik ben op Koninginnedag bij een kindje geweest dat was verongelukt. Hij lag in Feyenoord-tenue opgebaard, dan weet je wat voor impact de club heeft.

De club krijgt zoveel van dergelijke verzoeken. Mensen op de persafdeling gaan wel eens door de knieën. Je hebt het recht om nee te zeggen tegen een verzoek. Die verongelukte jongen kwam bij mij uit de buurt. Ik ben met hem op de foto geweest. Het was de eerste keer dat ik zoiets deed. Ik hoopte dat de ouders niet in tranen zouden uitbarsten, maar het viel mee. Ze hadden hun emoties in bedwang, ze waren blij dat ik kwam. Ze waren even iets opgeruimder en ze lieten boeken zien, bloemstukken.

Zo zijn er meer spelers die een shirtje brengen. Het klinkt raar, maar die patiënten gaan met een beetje minder verdriet dood. Ze weten dat ze doodgaan. Hun leven is compleet nu een Feyenoord-speler dat shirt en die handtekening persoonlijk heeft gebracht. Ze laten het zien in het ziekenhuis, ze zijn trots en blij, ze zijn klaar om te sterven.

Je weet gewoon niet wat je meemaakt. Je moet wel het evenwicht weten te vinden. Ik ben blij dat senior-manager Fred Blankemeijer tussenpersoon is. Hij weet precies wat wel en niet serieus is. Als iets echt diep door zijn ziel snijdt, legt hij het bij ons neer.

IK BEN oprecht verbaasd dat mensen zo uitzinnig zijn op de Coolsingel, dat je vlak voor het kampioenschap brieven krijgt van mensen die tot tranen toe geroerd zijn dat het eindelijk weer zover is, maar dat ze ook verdriet hebben omdat we niet van Ajax kunnen winnen. En je denkt: hóe is het mogelijk dat mensen Feyenoord-tattoo's laten zetten? Ik ben daar veel te nuchter voor, ik kan er met mijn hoofd niet bij.

Er zijn mensen die de club op één hebben staan, de kinderen op twee en de vrouw op drie. Zó zit ik niet in elkaar. Het is een heel andere manier van redeneren. Ik had ook nooit echte idolen, want dat waren onbereikbare mensen en daar hechtte ik geen waarde aan. Het is vreemd dat mensen zich zo blind kunnen staren op een club of op een speler.

In Brazilië, met het Nederlands elftal, was een meisje van een jaar of veertien dat een heel plakboek had met foto's van Frank de Boer. Ik dacht: die stort ter aarde. Ze stond te janken, helemaal in de stress. Mensen smeekten: kom alsjeblieft even, Frank. Dat meisje was echt een type dat zelfmoord zou plegen als ze Frank niet even had gesproken.

En dan die Fowler van Liverpool: als je die in het veld ziet stelt hij weinig voor. Hij is een onaanzienlijk kereltje, maar hij wordt de hele dag gevolgd en er komen verhalen in de krant over zijn cocaïnegebruik. Je kunt je niet voorstellen dat die mensen de hele dag zo worden nagejaagd. Maar je hebt het ook in eigen hand. Kijk naar Jaap Stam, die zit lekker thuis bij moeder de vrouw en de kleine. Als je zo leeft, haal je jezelf niets op de hals. Ik ben een type dat rust steeds meer waardeert.

Wij zijn opgevoed met de idee dat er een God is die voor ons zorgt, dat we voor Hem moeten leven en dat in dat geval in principe alles goedkomt. Als je je zonden belijdt, kan er weinig verkeerd gaan. Dan ben je niet zo druk bezig met andere idolen. Afgoden mogen wij niet vereren.

Bij Willem II werd weinig aandacht aan mijn geloof besteed, bij Feyenoord moest ik gelijk interviews geven voor alle kerstnummers. Kerkboekjes worden opgestuurd naar de club en ze vragen of ik een dienst wil meemaken, eventueel in de openlucht. De NCRV wil iets opnemen. Je bent een beetje bekend, je komt uit voor je geloof en iedereen duikt erop.

Ik heb een voorbeeldfunctie om voor mijn geloof uit te komen, al was het alleen maar om mensen eens aan het denken te zetten. Anderzijds wil ik niet dat iedereen aan me gaat sleuren, want ik kan niet overal aan voldoen.

Met het kampioenschap van Feyenoord ben ik helemaal niet meer bezig. Het gevoel bij Willem II, toen we in de laatste wedstrijd voor het eerst in 35 jaar Europees voetbal haalden, was intenser. Toen had ik tranen in de ogen. Ik was helemaal leeg. Bij Feyenoord was het aftellen geblazen. En toen het zover was; leuk. De ontlading was minder door de voorspelbaarheid. De echte voetbalsfeer in het stadion bij het kampioenschap, dat was het mooiste.

Na het kampioenschap waren we een feestje aan het bouwen in een kroeg buiten Rotterdam. Ik belde een taxi om naar huis te gaan. Maar er reden geen taxi's, want het was wildwest in het centrum van Rotterdam. Ik schrok me kapot. Dan hoor je dat er geschoten is, je ziet die beelden en de koppen in de kranten. Terwijl de koppen op de voorpagina hadden moeten zijn: Feyenoord kampioen van Nederland, stond er: Feyenoord-publiek vergalt feest.

Ik ben een stadsmens tussen aanhalingstekens, iemand die altijd vlucht naar het platteland, want daar vind ik de rust. Ik houd van natuur, van vlaktes, van openheid en groen. De mensen zijn gezelliger, ons kent ons. Als ik thuis ben, vragen ze me wel eens of ik wil helpen met hooien. Ik mest af en toe stallen uit of maak een omheining. Toen ik dertien, veertien was, heb ik altijd in de zomer bij mijn opa op de boerderij gewerkt. Melken, paarden borstelen, alles. Als hobby blijft dat fantastisch. Met mijn vriendin ga ik graag mee naar dressuurconcoursen. Ze mag aan het Gelders kampioenschap meedoen. Ze is goed bezig.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.