De Flevopolder creëert zijn eigen helden

Met een knipoog naar de Elfstedentocht werd in Biddinghuizen zaterdag de Elfurentocht geschaatst. Zelfs de 77-jarige legende Reinier Paping was onder de indruk....

De man van het startschot kwam een minuut te laat. Reinier Paping, de man die in de Elfstedentocht van 1963 door sneeuwduinen wist te waden op weg naar een nooit meer herhaalde solozege, was in de overgang van nacht naar dag de weg kwijt geraakt in de Flevopolder.

Een minuut te laat. Dat had hij in 1963 beter niet kunnen doen, werd er gesmaald. Alsof het iets zou hebben uitgemaakt voor een man die met 22 minuten voorsprong de ijzigste editie aller Elfstedentochten won.

Trouwens, zei de gevatte 77-jarige zelf om 06.01 uur, een minuut minder schaatsen dan de beoogde elf uren deed ook wel weer recht aan het roemruchte verleden. De Elfurentocht – met een knipoog naar de Elfstedentocht en de Elfmerentocht – in 10 uur en 59 minuten: dat was zijn winnende tijd in 1963.

Paping (‘alleen de Volkskrant zette mijn naam in de prognose’) kwam om half vijf op De Grote Wielen in Leeuwarden aan. Zijn drie broers, ook deelnemers, hadden na te zijn uitgestapt in het noorden nog net de rit naar de provinciehoofdstad kunnen maken. Ach, wat kon Paping er nog vermakelijk en smakelijk over vertellen, daar aan de rand van het Flevonice te Biddinghuizen en later achter de houtkachel.

Hij voelde zich er direct thuis, zei Paping. Zelf had hij, de Zwollenaar, vroeger getraind op de 400-meterbaan van Deventer. En natuurlijk was hij in de winter, als zo vele rijders met ambitie voor vele weken naar Noorwegen getrokken om daar zijn techniek, conditie en hardheid te verbeteren.

Maar dit, vijf strekkende kilometers kunstijs, op drie kwartier rijden van huis. Als hij dat toch eens had mogen meemaken. Hij zou er veel te vinden zijn geweest. Nu hoeft hij er niet meer te zijn. Vier heupoperaties hebben de schaatser in hem geveld.

Fietsen doet ie nog en ’s avonds, tussen elf en kwart voor twaalf, gaat hij altijd drie kwartier wandelen. De onrust uit het lijf jagen. ‘Ik kan echt niet stilzitten’, klaagt hij.

Paping, geen grammetje aangekomen sinds zijn pensionering, kwam dan ook graag naar de ‘geloofsgenoten’ van Flevonice en van de schaatsenmakers van Raps, de fabriek die de toertocht over elf uur adopteerde. De inspanning zo vroeg in het seizoen had een kleine tweehonderd rijders naar de nieuwste kunstijsattractie getrokken.

Er waren zelfs twee Canadezen: Willem Langenberg en Bryan Johnston. Een week eerder hadden ze nog gereden in eigen land. Zwart ijs, op een meer van 25 kilometer lengte. ‘Maar geen schaatser te bekennen’, sprak Langenberg. Een Nederlander zou er een moord voor doen, maar die heeft in eigen land het zeeklimaat nu eenmaal tegen.

‘In januari krijgen we ijs’, zegt Roel Ketelaar van Flevonice. Jan-Maarten Heideman, de marathoncrack van DSB, houdt zich deze ochtend op de vlakte. Hij heeft al eerder voorspellingen gedaan over strenge winters, nadat hij het leefgedrag van mollen in kaart had gebracht.

Heidemans voorspelling van zes jaar geleden, ‘we bouwen een ijsbaan als een lange sloot’, werd eerst ook niet serieus genomen. Nu ligt, als een fata morgana in de polder, een lang lint in het vlakke Flevoland te blinken en kan er deze winter naar hartelust getoerd worden. Er staan tot 1 maart vier tochten (tot en met 200 kilometer) op het programma.

Ook zijn er in december en januari vijf Super Prestige-marathons, waar de nationale top en de tv-camera’s verschijnen. Bij het bouwen van het finishtraject, tien meter breed, is daar al rekening mee gehouden. Als er gesprint gaat worden, is daar voldoende ijs voor. Ook de buizen die vorig jaar nog ‘bloot’ lagen en daarmee volgens de schaatsbond KNSB een te groot gevaar vormden, zijn nu bedekt.

Paping zet deze ochtend ook de eerste stempels. Er wordt ouderwets gestempeld op Flevonice. De traditie van de Elfstedentocht – in elf steden je stempel halen – telt ook nu nog. Komende maand vieren ze in Friesland het honderdjarig bestaan van de Alve Stedden. De eerste tocht is van 1909. Paping weet nu al dat hij met nog levende winnaars als Jan van der Hoorn, Jeen van den Berg, Evert van Benthem en Henk Angenent in Leeuwarden op het podium gehesen zal worden.

Roel Ketelaar had een ander, een actiever feest in gedachten. Hij wilde alle Friezen uitnodigen om de hele maand januari bij hem te komen schaatsen. Zeker de leden van de Elfstedenvereniging, dan wel de inwoners van de elf steden. En anders elke dag een letter uit het alfabet, van Auke Adema tot Ype Zwaga.

In Leeuwarden sloegen ze de commercieel getinte invitatie af. In Biddinghuizen, waar ze hun eigen oplossing voor het vorstprobleem der lage landen hebben bedacht, zijn ze niet aangeslagen. Zij creëren hun eigen helden. Alfred Knikker uit Elburg reed zaterdag in elf uur 261 kilometer. Hij heeft voorlopig ook zijn plaats in de schaatshistorie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden