De film van een enerverend voetbalverleden

Jarenlang waakte Ger Blok over het Nederlandse voetbaltalent. Hij stond aan de basis van generaties die later furore maakten. ‘Marco van Basten was en is eigenlijk wel een heel aparte.’..

Soms neemt het donker van de nacht zijn lichamelijke beperkingen weg. Dan droomt hij van voetbal, altijd weer voetbal. ‘En het gekke is, dat ik dan droom dat ik aan de absolute top speel. Verschrikkelijk toch..’

Ger Blok wijst op de stoel die hem na een fatale val van de trap, nu zeven jaar geleden, in staat stelt zich te verplaatsen. Binnenshuis en daarbuiten.

‘Het is zelfs zo erg dat ik droom dat ik een lezing moet geven en dan in mijn stoel plaatsneem voor een volle zaal. Als ik op zeker ogenblik iets voor wil doen, stap ik uit mijn stoel en sta ik weer op het veld.’

Een diepe zucht, de zoveelste sigaret eindigt als peuk in de overladen asbak. Bedachtzaam: ‘Geen sentimenteel gedoe, geen gejank. Dit is het enige dat ik erover zeg.’ Lacht: ‘En dan is de droom voorbij en in die half-wakkere toestand denk je dat je zo je bed uit kunt stappen. Dat probeer je zelfs nog even, maar op hetzelfde moment ben je weer klaar wakker en lach je jezelf uit, bij al je verdriet.’

Blijmoedigheid straalt hij uit, sombere gedachten heeft hij uitgebannen. Woorden, veel woorden gebruikt hij om het geluk van voetbal in klinkende volzinnen te beschrijven. Blok leidde in de jaren zeventig en tachtig elf jaar lang nationale jeugdteams. Hij stond aan de basis van Jeugdplan Nederland en was erbij toen het Nederlandse voetbal internationaal furore maakte.

Vervolgens trok hij de wijde wereld in om te ontdekken dat het fascinerende spel vaak vanwege z’n specifieke Nederlandse karakter alom onvoorstelbare krachten kan losmaken.

Hij was de man die de rond Marco van Basten, John van ’t Schip en Gerald Vanenburg samengestelde selectie onder 20 jaar naar de eindronde van het jeugd-WK in 1983 (Mexico) gidste. Op het beslissende moment eiste bondscoach Kees Rijvers echter zijn plaats op.

Het was voor Blok moeilijk te verteren. Hij weigerde assistent van Rijvers te zijn. Maar toen enkele spelers bij hem aanbelden met de mededeling dat ze ook niet wilden gaan, schoot hij uit zijn slof. ‘Als jullie niet gaan, breek ik jullie benen.’

Blok: ‘Het elftal en de spelers mochten niet de dupe worden. Jaren heb ik geen woord met Rijvers gewisseld, maar enkele jaren geleden stond hij opeens voor mijn neus in Heliomare waar ik aan het revalideren was.’

65 Jaar is hij nu en nog steeds gaat hij met voetbal naar bed en staat ermee op. ‘Dat is op mijn achtste begonnen en nooit meer overgegaan. Eigenlijk zou ik mezelf moeten beschermen tegen voetbal-monomanie door vaker naar musea te gaan, en vaker een goed boek te lezen.

‘Ik heb altijd gezegd: als ik stop met trainen dan wil ik nooit meer iets met voetbal te maken hebben. Dan ga ik ook nooit meer kijken. Maar het omgekeerde is het geval, het is alsof het steeds heftiger wordt. Belachelijk eigenlijk.’

De film van zijn enerverend voetbalverleden zit ijzervast in zijn geheugen. Van ballenjongen in het Olympisch Stadion tot geestdriftige fan van de volledig in het wit gestoken sterren van het Braziliaanse Santos. Van trainer van de zaterdagvoetballers van Maarsseveen tot de dirigentenrol bij talenten die later zouden uitgroeien tot wereldsterren.

‘Bij de jeugd staat of valt alles met aanleg, een brede basis en een goede scholing. Ik heb het geluk gehad met unieke talenten te mogen werken. Jongens die het voetbal in hun genen hadden. Ik werd tijdens een toernooi in Oost-Duitsland in het hotel opgewacht door twee officials. Hoe vaak trainen deze jongens eigenlijk, vroegen ze. Ik zei: hooguit tien uur in de week. Dat konden ze zich niet voorstellen. Hun jongens trainden net als de atleten in de DDR twintig uur.

‘Ik droeg het geheim van de Hollandse School met me mee, voetbal gebaseerd op techniek, spirit en spelvreugde. Of ik daar niet een half jaar wilde komen werken? Graag natuurlijk, maar ik kreeg geen toestemming. De West-Duitsers vertelden me dat ze mensen de specifieke opdracht hadden gegeven om het Nederlandse jeugdvoetbal te volgen. In onze spelopvatting liepen we voorop, we schoten alleen fysiek vaak te kort.’

Melancholie heeft zich vermengd met alledaagse werkelijkheid. Zijn bewegingsruimte is als gevolg van de dwarslaesie beperkt, zijn blik is erdoor verruimd. ‘Laat ik het zo zeggen: voor mezelf ben ik tot op de dag van vandaag coach gebleven, alleen vind ik mezelf nu een betere coach dan vroeger.’

Doordat je meer afstand hebt moeten nemen?

‘Ik put uit mijn verleden, maar ik laat ook nu nog niets aan mij voorbij gaan. Ik zie alles, zelfs het voetbal op de Arabische zenders. En ik kijk zoals ik als jongetje van twaalf al deed. Terwijl mijn vriendjes bij Blauw Wit voor een dubbeltje een kaartje op de jongenstribune achter het doel kochten, besteedde ik mijn zakgeld, een gulden per week, volledig aan een plaats op de Marathon-tribune in het Olympisch Stadion. Ter hoogte van de middellijn zag je immers het beste hoe het spel zich ontwikkelde.’

Geschoold in het onderwijs stapte Ger Blok al op jonge leeftijd over naar het trainersvak. 29 jaar oud, en werkzaam als onderwijzer in Bilthoven, vroegen ze hem de zaterdagamateurs van SVM in Maarsseveen te komen trainen. ‘Het laagste van het laagste. Verkleden in een varkenskot.

‘Ik was, denk ik, een autoritair trainertje, want al na de eerste training kwamen er een paar grote jongens naar me toe: ‘Opsodemieteren jij, je bent hier niet in militaire dienst’. Ik kwam thuis en zei tegen mijn vrouw dat ik daar voor die 25 gulden niet meer naartoe ging. Jij bent toch een Amsterdammer, zei ze tegen me. Jij laat je toch niet wegsturen.’

Hij lacht bij de herinnering. ‘Daarna twee keer achtereen kampioen. Twee keer op de platte kar door het dorp. Kreeg ik een heel autoritair briefje van de KNVB, waarin me werd gevraagd waar ik het recht vandaan haalde om trainingen te geven. Want ik bezat geen diploma. Eerlijk, ik wist niet eens dat het moest.’

Bij diezelfde KNVB kreeg je toekomstige internationals onder je hoede van wie Marco van Basten het later tot bondscoach schopte.

‘Marco was altijd een heel aparte moet ik zeggen. Een heerlijke voetballer, oprecht, eerlijk. Hij stond voor wat hij zei. En hij had ook een fantastische vader. Joop van Basten was er altijd bij, maar hemelde zijn zoon nooit op.

‘Als ik met hem over zijn zoon wilde praten, zei hij altijd: Mijnheer Blok, zoek dat zelf even lekker uit. Ik zou bijna willen zeggen dat de vader van Marco van Basten door alle clubs zou moeten worden uitgenodigd om in lezingen duidelijk te maken hoe ouders hun kinderen moeten begeleiden. Daardoor kunnen achterlijke excessen, bemoeizucht en scheldkanonnades bij jeugdwedstrijdjes achterwege blijven.’

En Van Basten als bondscoach?

‘Toen hij werd aangesteld, zei Van Basten zelf: de naam die er aan mijn functie wordt gegeven vind ik niet belangrijk. Maar toen hij zijn keuzebeleid ontvouwde, veerde ik drie meter hoog uit mijn stoel, want hoe arrogant dat ook uit mijn mond mag klinken, hij deed het zoals ik het zelf altijd heb voorgestaan.

‘Toen hij drie wedstrijden achter de rug had, overleed de Belgische veteraan Raymond Goethals, die in België altijd keuzeheer was genoemd. Een prachtige naam voor Van Basten: keuzeheer van het Nederlands elftal. Hij heeft nu al wat alleen heel ervaren en geslaagde trainers uitdragen. Vakmanschap, durf en vooral natuurlijk gedrag.’

‘Een paradoxaal mens’, noemt Blok zichzelf. ‘Ik ken mezelf nog steeds niet. Ik kan goed alleen zijn. Als kind vluchtte ik al in de eenzaamheid van het leven, maar in mijn trainerschap heb ik het daar wel moeilijk mee gehad. De drank wilde wel eens helpen, in het drooggelegde Saoedi Arabië heb ik geleerd mijn eigen wijn te maken.’

Blok was op zijn 31ste de eerste part-time trainer in het betaald voetbal, nadat hij in dienst was getreden bij De Volewijckers. ‘Ik was een hele goede amateurclub – DCG – gewend, en kwam terecht bij een eerste divisieclub waar het woord betaald voetbal geen waarde had. Ik gaf overdag gymles op een mavo en trainde vier keer in de week de selectie om half zeven ’s avonds. Nu denk ik dat ik veel te veel van ze heb gevraagd.

‘Ik tref ze nog wel eens. Enkelen zijn het me eens, anderen zeggen dat ik mijn tijd ver vooruit was. Maar als je je tijd vooruit bent, doe je het ook niet goed.’

Elf jaar werkte hij bij de KNVB, daarna zwichtte hij voor het perspectief van buitenlandse avonturen. Glimmende ogen vertellen over zijn belevenissen in Saoedi Arabië, Turkije, Honduras en Birma. Fronsende wenkbrauwen maken duidelijk dat er een schaduwzijde is aan dit leven in den vreemde. ‘Was er geen conflict om geld dan had je wel te maken met autoritaire bazen, die geen tegenspraak duldden.’

Vooral in Honduras...

‘Ik was bondscoach van Honduras en we hadden een elftal dat het WK had kunnen halen. Ik verdiende er goed, maar stuitte op enorme corruptie. Ik had een assistent, die snapte niets van voetbal. Maar hij was wel een geweldige gozer, die mij uit de wind hield. De eerste drie maanden sprak ik zo vaak over corruptie, dat hij op een gegeven moment tegen me zei: u heeft het maar over corruptie, maar in ons land is dat geen scheldwoord hoor. Dit is hier heel normaal.’

Het was vooral frustrerend?

‘Het meest frustrerende was dat ik met Honduras het WK niet heb gehaald en dat ik in al die landen voor mijn poen heb moeten vechten. Het leven heeft me rijk gemaakt, niet mijn werk. Ik zou met het beste jeugdelftal dat Nederland ooit heeft gehad, naar het WK in Australië. Marco van Basten was erbij, Frank Rijkaard, Ruud Gullit en Erwin Koeman.

‘Op het laatste moment zag Nederland van deelname af en mocht het veel zwakkere West-Duitsland onze plaats innemen. De Duitsers werden wereldkampioen en hun trainer heeft later tonnen verdiend in het Midden-Oosten.’

Maar altijd talent aan je zijde.

‘Zeker, talent was er, maar we hebben wel een fysieke inhaalslag moeten maken tegen landen als Spanje, Italië en de Oostblok-landen. De weerstand moest verhoogd worden. Dat is ook gebeurd door spelers steeds voor te houden dat er altijd een volgende stap is.

‘Ik was erg gecharmeerd van Wim Kieft. Hij was niet snel, maar kon wel alles met de bal. Ik zag in hem een soort Platini in de spits. Belt hij me op om te zeggen dat hij bij Ajax van Leo Beenhakker diep in de spits moest spelen en daar geen zin in had. Ik zeg: Ben jij gek! Jij gaat spelen zoals Beenhakker dat wil.

‘Danny Blind vond ik meteen een kanjer vanwege zijn tactisch inzicht, Ruud Gullit was altijd zo relaxed en tegen Frank Rijkaard kon je zeggen: ‘Los jij dit even voor me op’, dan gebeurde dat direct.

‘Ik heb lang meegehuild met de mensen die vonden dat de Nederlandse competitie niets voorstelt. Daar ben ik van teruggekomen. Op basis van techniek en wedstrijdmentaliteit wordt hier gewoon weer heel goed gespeeld.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.