reportage formule 1

De Ferrari’s winnen weer, hun benzine ruikt naar aardbeien. Toeval of opzet?

Brandstof in de Formule 1 komt voor 99 procent overeen met wat je tankt langs de snelweg. Met die laatste procent wordt druk geëxperimenteerd om het verschil te maken. ‘Je wilt zo dicht mogelijk bij de klopgrens zitten.’

De Ferrari van Charles Leclerc wordt vrijdag onder een hoes verstopt. ‘Wat er precies in zit, is het ­geheim van de smid.’ Beeld AP

Het moest wel iets te maken hebben met die opmerkelijke, grapefruit-achtige geur die al een aantal races bij de garage van Ferrari was te ruiken. Een andere verklaring kon Max Verstappens teambaas Christian Horner niet vinden voor de razendsnelle Ferrari’s dit seizoen, zei hij in april. Zijn collega-topman bij Red Bull Helmut Marko had een andere mening. Maar dan alleen als het ging om de geur. ‘Het is aardbei’, zei de Oostenrijker.

Vijf maanden later heeft Ferrari voor het eerst in ruim tien jaar drie races op rij gewonnen. Er is nog geen verklaring voor de extreem hoge snelheden van de rode bolides op met name de rechte stukken. Marko en Horner suggereerden met hun observaties dat Ferrari misschien iets in de brandstof had gevonden.

Is het niet een beetje spijkers op laag water zoeken, om naar een wondermengsel met een mysterieuze fruitgeur te wijzen? Nee, hoor, zegt hoogleraar verbandingsmotorentechnologie Bart Somers, verbonden aan de TU Eindhoven. ‘Wat je ruikt zijn weliswaar aromatische stoffen, maar in feite zijn het ringstructuren binnen de klasse van koolwaterstoffen. En die ringstructuren zijn heel stabiel. Zo kun je de brandstof afstellen’, legt hij uit.

Zo had een collega van hem eens het plan om benzine met rozengeur te ontwikkelen voor autobezitters uit het duurdere segment. Somers: ‘Het kan dus wel. In de Formule 1 lijkt het me alleen eerder een onbedoeld neveneffect van een bepaalde afstelling. Maar wat er dan precies in zit, is het geheim van de smid.’

Spelen met 1 procent

Brandstof in de Formule 1 moet volgens de regels in de sport voor 99 procent gelijk zijn aan de reguliere benzine die een automobilist in zijn auto gooit langs de snelweg. De ene overgebleven procent is speelgoed voor wetenschappers in laboratoria van de grootste brandstofbedrijven ter wereld.

Zondag start Max Verstappen de GP van Rusland bijvoorbeeld met een nieuwe versie van zijn Hondamotor. Voor Verstappens brandstofleverancier ExxonMobil is dat een teken om zo snel mogelijk met een nieuwe brandstofformule te komen, mogelijk al bij de volgende GP in Japan, om zo nog een aantal extra pk’s uit de verbeterde motor te persen.

De geheimzinnige en grotendeels onzichtbare brandstofwedloop in de Formule 1 sneeuwt vaak onder bij een nieuw aerodynamisch foefje, of een update aan een krachtbron. Onterecht, vindt Dario Izzo, die bij Red Bull op het circuit namens ExxonMobil verantwoordelijk is voor ‘alles wat vloeibaar is’ in Verstappens auto – dus naast de brandstof ook voor zaken als olie en smeermiddelen.

‘Het is een heel belangrijk onderdeel van het spelletje’, zegt hij. ‘Zeker nu de motorregels al een tijdje hetzelfde zijn (sinds 2014, red.). Je kunt zo net dat extra vermogen vinden en tegelijk zorg je er met de juiste smeermiddelen voor dat de motor langer heel blijft. Want de druk is enorm, zeker in deze motoren, die zo’n vierduizend bewegende onderdelen tellen met een temperatuur die kan oplopen tot 950 graden. Er wordt zo heel veel vermogen uit relatief weinig cilinderinhoud gehaald.’

Autodokter

Tijdens raceweekeinden fungeert Izzo als een soort autodokter. Hij controleert voortdurend of de vloeistoffen in de auto van Verstappen nog aan de hoogste kwaliteitsstandaarden voldoen. Voor een race is hij vaak op maandag al op het circuit om te kijken of de brandstofvaten goed zijn aangekomen en of de benzine van de juiste kwaliteit is.

Tijdens het weekend neemt hij meer dan vijftig monsters af van beide Red Bull-auto’s. Die test hij in zijn mini-laboratorium. Dat het team zijn rol waardeert, blijkt uit zijn positie in de garage. Hij zit met een hokje van zo’n twee vierkante meter in het hart van het team, tussen de auto-onderdelen en de sleutelende monteurs. Er is geen centimeter ongebruikt in de ruimte, met daarin onder meer een testcentrifuge, een flink computerscherm en tientallen reageerbuisjes. Hij let ook op de slijtage van de motor.

Izzo werkt nauw samen met de technici van Honda. Als er bijvoorbeeld opmerkelijk veel metaaldeeltjes zitten in de olie die zo’n negen keer per minuut door de motor wordt gepompt, trekt hij aan de bel. ‘Dan staat er misschien iets op het punt kapot te gaan. De olie maakt namelijk de motor schoon en vangt zo de slijtage op.’

Een nieuwe brandstofformule of een aangepast smeermiddel wordt eerst uitvoerig getest voordat het daadwerkelijk in Verstappens auto terechtkomt. Eerst door wetenschappers op het ExxonMobil-onderzoekskantoor in Clinton in de Amerikaanse staat New Jersey, en daarna in de motor op de testbanken van de Honda-fabriek in het Japanse Sakura.

Geheime formule

Een brandstofleverancier mag maximaal vijf nieuwe mengsels per Formule 1-seizoen introduceren. ‘Maar vaak komen we tot maximaal twee’, zegt Izzo. ‘Op een bepaald moment heb je wel de ideale formule gevonden voor een bepaalde motor.’

Die formule is een van de best bewaarde geheimen in de Formule 1, met als gevolg dus gespeculeer over bijvoorbeeld een aardbeigeur bij Ferrari. Wel controleert racefederatie FIA of alle ontwikkeling binnen de reglementen plaatsvindt. Izzo: ‘Aan het begin van het raceweekeinde geven we onze mengsels door en die moeten we het hele weekend gebruiken’. Op elk moment kan een controleur van de FIA bij hem aankloppen met een metalen briefkoffer om monsters op te vragen.

Izzo wil niet zeggen waar zijn bedrijf momenteel op inzet bij de ontwikkeling van de brandstof voor Verstappen. Volgens hoogleraar Bart Somers kunnen de wetenschappers veel kanten op. Zo is het brandstofmengsel aan te passen om de motor zuiniger te maken. Dat is belangrijk in de Formule 1, omdat bijtanken sinds 2010 niet meer mag; een auto moet het tijdens een race doen met 110 kilo aan brandstof.

Daarnaast kan de benzine gewijzigd worden, zodat de motor minder snel slijt. Daarmee kunnen straffen voor het te vaak vervangen van onderdelen worden voorkomen. Ook wordt er constant gezocht naar meer vermogen, denkt Somers. ‘Daarbij wil je er vooral voor zorgen dat de brandstof zo snel mogelijk verbrandt, zodat je direct zo veel mogelijk kracht uit de brandstof haalt.’

Klopgrens

Somers heeft wel een idee waar de Formule 1-teams naar zoeken. ‘Je wilt met je brandstof zo dicht mogelijk bij de zogenoemde klopgrens zitten’, zegt hij. ‘Oftewel dat de brandstof nog net niet automatisch ontploft. Want dan kun je op de grens van maximale kracht en effectiviteit gaan zitten, zonder kans op schade in de motor. En wat de klopgrens is, verschilt weer per motor.’

Een kleine aanpassing kan een flink verschil maken. Als voorbeeld refereert Somers aan een test uit 2011, waarbij Shell een F1-auto van Ferrari eerst een ronde op de beste brandstof uit de benzinepomp liet rijden en daarna op racebenzine. Somers: ‘De topsnelheid met de reguliere brandstof was opmerkelijk genoeg hoger, maar met de racebrandstof accelereerde de auto veel sneller, waardoor hij alsnog een seconde per ronde sneller was.’

Brandstofexpert Izzo vindt het lastig te zeggen hoeveel profijt Verstappen straks heeft van zijn nieuwe brandstofmengsel. ‘We kunnen het niet vergelijken met anderen. Maar toen we vorig jaar een update doorvoerden, wonnen we 0,1 tot 0,15 seconde per ronde. Zeker bij een nieuwe motor is er veel te winnen.’

Hij verwacht sowieso dat brandstof de komende jaren steeds belangrijker wordt in de Formule 1. Er zijn geen signalen dat de motorregels in de nabije toekomst op de schop gaan. ‘En de grootste stappen wat betreft ontwikkeling in de huidige generatie motoren zijn wel zo’n beetje gezet. Met de beste brandstof kun je er dan net dat beetje extra uit halen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden