De fase van vergelijkingen voorbij

De tweede man is een World League-zomer lang eerste man geweest, maar Misha Latuhihin maakt de komende week bij vriendschappelijke wedstrijden tegen Brazilië weer even gemakkelijk plaats voor Peter Blangé, de nummer één onder de Nederlandse spelverdelers....

JOHN VOLKERS

VOORHEEN werd Misha Latuhihin als spelverdeler altijd gespiegeld aan de tweede keus. 'Eerst werd ik vergeleken met Avital Selinger. Zou ik, als de nood aan de man kwam, Blangé wel werkelijk kunnen vervangen? Ik heb vervolgens vaak genoeg laten zien dat ik dat kan. In de World League-finale van '94 moest het. Tijdens de Olympische Spelen van vorig jaar kreeg ik menige invalbeurt.

'In die eerste jaren bij het Nederlands team werden mijn kwaliteiten telkens vergeleken met die van Jeroen Bijl en Arnold van Ree, mijn concurrenten voor de positie achter Blangé. En nu word ik, voor het eerst, vergeleken met Blangé zelf. Dat is drie jaar lang niet gebeurd. Dat beschouw ik als een compliment. Ik ben de fase van de vergelijkingen met de tweede spelverdeler voorbij.'

Misha Latuhihin, kind van een Molukse, volleybalgekke vader en een Nederlandse moeder, richt zich in veel van zijn sportieve leven op de nu al legendarische Blangé. Daarbij is hij, vindt hij, wel eens doorgeschoten. 'Ik heb wel gezegd: als ik na '96 niet in de basis sta, dan kap ik er mee. Ik heb een beetje spijt van die uitspraak.

'Als Blangé nou had gezegd: ik speel die World League toch maar, had ik dan moeten stoppen? In principe laat ik mijn carrière dan te veel afhangen van het wel en wee van Peter Blangé. Dat moet ik dus nooit doen. Peter gaat door, snik, het hoofd in de schoot. Ik heb het meer uit berekening en planning gezegd. Ik verwachtte dat bepaalde jongens zouden stoppen.'

Blangé bouwde dit voorjaar een huis in Oegstgeest en maakt sinds vorige week weer deel uit van de nationale selectie. De 32-jarige Voorburger kan het kunstje nog niet laten. Hij voelt zich nog zo thuis in de top dat hij zelfs weer een contract in Italië heeft getekend, bij kampioenskandidaat Sisley Treviso.

De zeven jaar jongere Latuhihin, de laatste maanden samenwerkend met de youngsters Denkers en Ronnes, lijkt een man die de inbreng van deze routinier, voor het collectieve doel, slechts toejuicht. Zelfs nu die ervaren rot door coach Gerbrands op voorhand van de eerste plaats op de lijst van setters is verzekerd.

'Ik heb altijd goed kunnen samenwerken met Peter. Maar ik geloof niet in het systeem van twee spelverdelers die elkaar op het veld aflossen, zoals de Italianen wel deden. Uitwisselen moet Gerbrands zeker niet doen. Het team moet de spelverdeler kiezen. Alleen als iemand staat te flunken, slecht speelt, dan moet hij er uit.

'Dat Blangé vorig jaar heeft gezegd dat hij eventueel wel achter mij zou willen relieven, is een compliment. Ik heb hem er niet over gesproken. In '95 was hij goed, vorig jaar was hij zelfs grandioos. Maar nu moeten we even afwachten wat zijn niveau is.

'Peter heeft een tijd niet gespeeld, en kwam daarvoor uit in een mindere competitie, de Duitse. Het is maar de vraag of hij het niveau van het Olympisch jaar weer gaat halen. Maar voor hem, het team en de staf is het een geruststelling dat er iemand achter staat die het kan overnemen als Blangé slecht speelt of geblesseerd is. Ik had dat wel eens een setje laten zien, en later een wedstrijd. Maar nu heb ik getoond dat een heel toernooi te kunnen.'

Zonder enige moeite schaalt de bescheiden Latuhihin zich nog steeds lager in dan Blangé. 'Als hij een acht is, dan ben ik een zeven. Maar hij schommelt niet in zijn beoordelingen, Peter zit altijd tussen de acht en de achtenhalf in en daar blijft hij ook. Ik zit te klooien tussen de zes en de acht. Dat stoort me enorm.

'Het is net als met ons team in Rusland. Dan was het tien minuten briljant, dan leek het weer tien minuten een vier. Daar ben ik dan kritisch over. Ik ben altijd kritisch op mezelf, soms gaat dat zelfs ten koste van mijn eigen spel. Ik leg mijn eigen meetlat hoog. Ik voel gewoon dat ik me elke wedstrijd nog moet bewijzen. Maar het respect is groter geworden.

'Dat Blangé nog een betere spelverdeler is, heeft niet zozeer met nauwkeurigheid of keuzes te maken. Het gaat meer om houding, uitstraling en natuurlijk het tempo van de bal. Peter heeft het voordeel dat hij een trapje hoger staat. Hij is zestien centimeter langer dan ik. Hij pakt de bal gewoon eerder.

'Ik vind ook dat de ballen sneller uit zijn handen vertrekken en eerder aan de buitenkant zijn. Dat heeft misschien niet zoveel met techniek te maken als wel met lef, met zijn zekerheid. Ik heb op training geprobeerd zo'n snelle bal te geven. Met de adviezen van Peter kan ik dat dan ook makkelijk, maar in de wedstrijd krijg ik dat niet voor mekaar.

In de World League vond Latuhihin lang zijn beste maatje, Richard Schuil, naast zich. Tot die op de training in Cuba door zijn enkel klapte en hij zich achtereenvolgens in Havana en Moskou moest behelpen met de nerveuze Broere, de niet herstelde Van der Meulen, Mike van de Goor en zelfs Cristina.

'De topteams in de wereld, Italië, Cuba, Nederland vorig jaar, hebben altijd een sterke as, de diagonaal tussen de spelverdeler en zijn libero-aanvaller. Zoals Blangé en Van der Meulen samen hebben. Peter voelt Olof goed aan. Die wil een langzame bal, daar kan hij mee goochelen.

'Ik speel met Schuil een veel snellere bal. Richard en ik kennen elkaar goed uit de World League van '95, toen dit team feitelijk heeft proefgedraaid. Op Cuba heb ik in de gewonnen vijfsetter misschien wel de beste wedstrijd van mijn leven gespeeld. Dat was met een matige Broere. De wedstrijd ervoor was Mark veel beter, maar wonnen we niet.'

Misha Latuhihin is Olympisch kampioen. 'Dat is niet alleen maar mooi. Wel voor spelers als Zwerver en Blangé voor wie het goud van Atlanta een grote bevrijding is geweest. Er viel een last van hen af. Altijd waren ze tweede geweest en toen hadden ze eindelijk bewezen grote kampioenen te zijn. Ik heb die medaille wel verdiend. Ik heb mijn nuttige invalbeurten gehad, maar ik voel mij geen bijzondere speler of een groot kampioen.'

0 AMPIOEN zijn of kampioen voelen maakt op de internationale markt niet uit. Wat telt is de status van Olympische held. Vorig seizoen kon de Swalmenaar de aantrekkelijke stap naar het Belgische Zonhoven maken. En ook nu hebben zich weer buitenlandse gegadigden gemeld voor een nieuwe wending in de carrière van Latuhihin.

'Ik kan van club veranderen, ik heb een clausule in mijn doorlopende contract om te vertrekken. Ik kan naar Italië en Japan. Als ik voor Japan kies, kies ik voor het geld. Daar ben ik nog niet aan toe. Mijn voorkeur is om in een betere competitie te spelen, Italië het liefst.

'Ik heb drie aanbiedingen, twee uit de A-1. Het zijn middelmatige ploegen en er zijn geen garanties voor het geld. Ik ken de verhalen van Blangé en Grabert uit hun Catania-tijd. Zij hebben er uiteindelijk veel verdiend. Nu is dat veel minder, daarom heb ik geen zin in zulke toestanden.'

Latuhihin weet bovendien hoe moeilijk het is een passende club te vinden. Bij het vertrouwde Geldrop, waar hij mentaal werd gevormd door Jan Meertens, voelde hij zich veilig en vrij. De clubs daarna, ZVH en Brevok, bevielen hem minder. 'Dynamo vond ik aantrekkelijk, maar dat was de club van Bijl. Hij hoorde daar thuis, ik niet.

'Ik heb er jaren over gedaan om een goede club te vinden. Bij Geldrop durfde ik makkelijk te zeggen wat ik vond. Ik was daar dé man. Bij een andere club of het nationale team moet je je waarmaken. Als dat niet direct lukt, denk je: ben ik nou zo slecht? Maar het gaat erom mensen voor je te winnen. Zelfs Blangé is volgens zijn zeggen ooit bij het Nederlands team begonnen als de man achter de ballenkar. En bij Catania en Parma werd hij aanvankelijk afgerekend. Dan leer je jezelf kennen.'

In zulke dagen moeten er mensen onvoorwaardelijk achter je blijven staan. Bondscoach Joop Alberda was er een. 'Ik heb geen bijzondere vriendschappelijke band met hem, eerder een professionele. Ik zag ook zijn vervelende kanten, maar ik heb vooral heel veel aan hem te danken.

'Voor hetzelfde geld had hij gekozen voor Boudrie en Avital Selinger in plaats van Schuil en mij. Dat heeft echter bijgedragen aan de zelfstandigheid van de groep van vorig jaar. Het was precies de goede mixture, een betere groep is er niet geweest, zeiden ook Van der Meulen en Blangé. Oudere spelers als Selinger nemen veel verantwoordelijkheid en knabbelen daarmee aan de zelfstandigheid van jonge spelers.

'Alberda heeft daar sterk op aangestuurd. Steeds gezegd: jullie moeten het helemaal zelf doen. We werden heel zelfstandig, konden het in de laatste weken van de Spelen ook zelf. Het team was klaar. Joop heeft ons in die fase begeleid, maar iets er aan toevoegen kon hij niet meer. Ook ik heb me afgevraagd hoe groot de invloed van de coach op het laatste moment is geweest. Of dat de groep zulks overkomt door haar eigen ervaring. Het gevoel was van: we doen het helemaal zelf.

'Uiteindelijk heeft Alberda die goede groep wel zelf samengesteld. Ik heb, moet ik nu vaststellen, hetzelfde gevoel voor hem als Zwerver en Held voor Arie Selinger hebben. Alberda is de man die mij gebracht heeft. Hij zei: jij krijgt de kans, Avital komt er niet meer in. Laat maar zien wat je kunt, ik vind jou de betere.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden