De eerste ronde voor Thomas Dekker

Thomas Dekker wordt een grote toekomst als ronderenner voorspeld. Hij debuteert als 20-jarige in de Ronde van Italië die vandaag begint. Zonder druk, zonder verwachtingen. Want wat Joop Zoetemelk kon, kan niemand meer...

Niemand weet het zeker, het valt nauwelijks te voorspellen en het is nergens op gebaseerd, maar ze dienen zich na jaren van afwezigheid eindelijk weer aan: de zogenoemde toekomstige Nederlandse Tourwinnaars. Hun namen worden hardop uitgesproken. Er wordt over gepraat, gediscussieerd en gefantaseerd. Want ze kunnen tijdrijden en bergop fietsen en die twee-eenheid voorspelt een geweldige toekomst.

Voorbij zullen de jaren van armoede zijn, van zomerse lusteloosheid en onverschilligheid. Het was leuk te horen hoe een Amerikaan won, een Italiaan, of een Duitser zelfs, maar het vergt een heel andere aanpak als het een landgenoot betreft. Frankrijk zal in juli weer het favoriete vakantieland van de Nederlander worden. Van de Tour mag niets meer worden gemist.

Zij die het kunnen weten, zeggen dat het onzin is. Dat het etiket ‘toekomstig winnaar van de Tour de France’ helemaal niet bestaat. Dat het daarvoor veel te vroeg is. Dat er nog zoveel onzekere factoren zijn. Dat de weg nog lang is. Maar het verlangen de opvolger van Jan Janssen (1968) en Joop Zoetemelk (1980) te begroeten, is te groot voor enig relativeringsvermogen.

Men zoekt aanknopingspunten. Thomas Dekker zal ze geven, bij zijn debuut in de Ronde van Italië die vandaag van start gaat. Net zoals Pieter Weening dat vorig jaar al deed in de Ronde van Spanje. Vergelijkingen worden getrokken, palmaressen naast elkaar gelegd, op zoek naar die ene aanwijzing die iets zal verklappen over de zomer van 2007, 2008, of 2009. Het zal als onomstotelijk bewijs worden gepresenteerd.

Wat als Dekker in zijn eerste jaar als prof Milaan niet haalt? Stel dat hij zich drie weken roemloos laat meevoeren door het peloton? En wat als hij een etappe wint? Het antwoord is eenvoudig. De geschiedenis herhaalt zich graag in de wielersport en daaruit valt af te leiden dat alleen de eindklassering van een neoprof in een eerste grote ronde geen verhaal vertelt. Tenzij het debuut zo overweldigend is als dat van Joop Zoetemelk in 1970, die dat jaar begon aan zijn onuitputtelijke reeks tweede plaatsen in Frankrijk.

Maar wat Zoetemelk kon, kan niemand meer.

Pieter Weening werd vorig jaar, in zijn eerste profseizoen, 59ste in Spanje. ‘Die Vuelta werd als de lastigste ooit beschouwd. Ik heb hem, ondanks een voedselvergiftiging, redelijk gemakkelijk uitgereden. Ik heb het er prima naar mijn zin gehad’, stelt de Fries monter.

Zijn debuut was niet goed, niet slecht, niet opvallend en niet onopvallend. Hij had het zelf liever een klein beetje anders gezien. Welke 23-jarige neoprof wil niet laten zien dat hij in zijn eerste rittenkoers erbij hoort? Stiekem willen ze dat allemaal, zeker diegene met ronde-ambities.

Maar de belangrijkste opdracht was de Vuelta uit te rijden en daar had hij in elk geval aan voldaan. ‘Ik weet niet, wanneer ik klaar zal zijn om mee te doen in het klassement. Dat weet niemand. Ik moet sterker worden, je moet daar gewoon ingroeien. Maar het zal er best eens van komen. Is het niet dit jaar, dan volgend jaar, het jaar erop of daarna. Hoeveel goede renners halen de toptien van een grote ronde die jonger zijn dan 27 jaar?’

Ze klampen zich vast aan het verleden. Ze moeten wel. Teleurstellingen krijgen ze in hun jonge jaren genoeg te verwerken. Thomas Dekker had zich in Parijs-Nice en de Ronde van Romandië willen laten gelden, iets wat wel lukte in het Critérium International. ‘In Romandië lag ik na de afsluitende tijdrit op bed en zag ik dat ik 33ste was geworden in het eindklassement, op meer dan negen minuten van Botero. Daar word ik niet vrolijk van, daar ben ik geen prof voor geworden’, geeft hij ruiterlijk toe.

De wetenschap dat zelfs Eddy Merckx in zijn eerste ronde, hij was toen tweedejaars beroepsrenner, de hoge verwachtingen niet volledig kon inlossen, zal hem moed geven. Merckx won in de Giro van 1967 twee etappes, waaronder een in de bergen, maar moest die inspanningen negen dagen later bekopen bij de beklimming van de Tonale. Hij was ziek geworden en zakte in het eindklassement naar de negende positie.

Bruno Raschi, indertijd geliefd sportcommentator van de Gazzetta dello Sport, was sceptisch over de kwaliteiten van de Belg in het hooggebergte. In zijn beroemd geworden slotbetoog van de Giro van 1967 riep hij Merckx uit tot de nieuwe dictator van de wielersport, ‘maar hij zal niet heersen in de grote rittenkoersen’. Merckx zou nog vijf keer de Ronde van Frankrijk winnen, vijf keer die van Italië en een keer die van Spanje.

En wat zei de teneergeslagen 21-jarige Jan Ullrich na zijn debuut in de Vuelta van 1995, waar hij al na een week ziek afstapte? ‘Niets wijst erop dat ik ooit een goede prof word.’

Er is een groot verschil tussen denken dat je het kan, zeggen dat je het kan en het ook daadwerkelijk doen. Een renner die nooit een grote ronde reed, weet niet waarover hij het heeft, zeggen de kenners.

‘Je stapt er als een boerenlul in, weet niets en wordt door de mangel gehaald. Je doet in zo’n eerste ronde maar wat en bent onbevangen. Zoals die eerste keer wordt het nooit meer. De kunst in de volgende jaren is je kwaliteiten te kennen en daar niet aan voorbij te fietsen’, spiegelt Peter Winnen zijn navolgers voor.

Het is ongepast om vol bravoure aan een debuutronde te beginnen. Dus zegt Thomas Dekker dat hij altijd van rittenkoersen heeft gedroomd, naar de Giro gaat om ervaring op te doen en een antwoord zoekt op de vraag hoe hij drie weken fietsen zal doorstaan. Aan het klassement beweert hij niet te denken. De Giro is slechts een volgende stap in zijn loopbaan. Hij wil leren en vooral meer inhoud krijgen.

Zegt Dekker nu wat hij denkt, of vertelt hij wat iedereen van hem wil horen? Zelfs ploegleider Erik Breukink weet het niet zeker: ‘Als wij tegen hem zeggen dat hij nog jong is en daarom geduld moet hebben, zit hij je aan te kijken met een blik die zegt: ik heb geen geduld en het kan me niets schelen dat ik jong ben.’

Want Dekker weet donders goed dat Damiano Cunego in 2003 in Italië zijn eerste grote rittenkoers reed, 34ste werd en een jaar later al wist te winnen. Daar trekt hij zich graag aan op, omdat de nu 23-jarige Cunego bewijst dat leeftijd geen rol speelt.

Maar een ronderenner wordt, hoewel Dekker al met twintig jaar zijn debuut maakt, tegenwoordig voorzichtig gebracht, omdat ze schaars zijn en een enorm kapitaal vertegenwoordigen. Hij mag groeien, fouten maken. Wie onmiddellijk zijn top bereikt, doet het eigenlijk verkeerd, realiseerde zelfs Joop Zoetemelk zich al in 1970. ‘Ik was naar de Tour gekomen om veel te leren en ervaring op te doen. Op een tweede plaats had ik wel gehoopt, maar niet voor mogelijk gehouden. Volgend jaar liggen de zaken anders. Dan moet ik me waar maken.

‘Het is net als vroeger met schoolrapporten. Als je met Kerstmis een goed rapport had en met Pasen een minder goed, kreeg je op je kop. Je kon veel beter met ’n slecht beginnen en de keer daarop een iets beter hebben. Dan zat je goed. Als ik op de tweede plaats blijf staan in de Tour en ik zou mogelijk volgend jaar derde worden, zullen ze zeggen dat ik ben tegengevallen.’

Peter Winnen debuteerde in 1981 totaal onverwacht met de vijfde plaats in de Tour. Terwijl hij van ploegleider Walter Godefroot alleen zijn ogen maar de kost hoefde te geven. De neoprof wist wat hem de rest van zijn carrière te doen stond. ‘Als men mij zag, zeiden ze ‘daar komt de tweede Zoetemelk’. Het is heel vreemd eigenlijk dat een land een nieuwe Tourwinnaar eist.’

Hij werd het niet, net zomin als Erik Breukink. Die debuteerde in de Giro van 1985, met de 71ste plaats. ‘Kijk naar die uitslag en het zegt niets. Maar ik wist wel dat ik mezelf in het begin nog afvroeg waar ik aan was begonnen, terwijl ik, naarmate de ronde vorderde, me steeds beter ging voelen. Dan weet je dat dat jouw kwaliteit is, dat je een toekomst hebt in grote rittenkoersen.’

Regelmaat, het is de basis van iedere gerespecteerde ronderenner. Het is ook bij uitstek een eigenschap die je zelden bij jonge coureurs terugvindt. Die rijden nog niet met het hoofd, behalve Zoetemelk dan in 1970. Het kwam hem destijds op veel kritiek te staan, onder andere van Tourbaas Goddet, die de Nederlander een ‘gewiekste rekenaar’ noemt.

‘Het is natuurlijk leuk als je tiende wordt, maar het is nog veel leuker als je als tweede eindigt. Die kans ga je toch niet zomaar weggooien door meneer Eddy Merckx aan te vallen’, verdedigde de 23-jarige Zoetemelk zich in de Volkskrant. ‘Ik zou hartstikke gek zijn. Wat Merckx kan, kan ik ook. Alleen kan hij het een beetje beter. Volgend jaar, dan ga ik ook wel eens wat proberen. Want ik weet nu wat een Tour is: lang niet zo moeilijk als ik me had voorgesteld.’

Het onderscheidt de ronderenner van de eendagscoureur. Die verliest op een slechte dag het hoofd. Weening gaf Dekker daarom op de valreep nog een belangrijk advies mee. Zijn ploegmaat moet op een slechte dag zijn moraal niet verliezen, vindt de Fries. Op zo’n dag moet hij het rustig aan doen, dat had Weening zelf ook in de Vuelta gedaan.

Als Dekker niet meedoet om de prijzen, heeft aanklampen op die leeftijd nog geen zin, vertelt Weening. Vijftigste, zestigste of zeventigste in het eindklassement, het doet er niet toe. ‘Als je een slechte dag hebt en je rijdt volle bak, ben je drie dagen slecht erna. Pas als we ouder worden, zullen we daar beter mee om kunnen gaan. Dan hebben we de kracht om het verlies te beperken.’

Weening zegt benieuwd te zijn naar de prestaties van Dekker en die van Theo Eltink, de andere Giro-debutant. Zelf wil hij in juli debuteren in de Tour, als knecht van kopman Denis Mentsjov, ‘want voor een plaats in de topdertig van Pieter Weening koopt niemand wat’. ‘De Tour is de Tour, dat is een speciale wedstrijd. Ik wil daar ooit een keer goed zijn, dan kan ik hem beter zo snel mogelijk een keer rijden. Ik weet ook wel dat je eerste Tour niet de beste is, maar dan heb je dat alvast gehad.’

Wanneer de rollen omgedraaid zullen zijn, durft hij niet te voorspellen. Weening koestert slechts hoop. Het is zoals ploegmaat Thomas Dekker vorige week riposteerde toen hem werd gevraagd wanneer híj de Tour gaat winnen: ‘Hé, we hebben nog een aantal jaar.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden