De eerste overwinning

Bram Tankink had er lang geen behoefte aan op de voorgrond te treden. De renner leerde thuis vooral zich in dienst te stellen van anderen. Langzaam ondergaat hij een gedaantewisseling, die morgen bij de NK of bij zijn debuut in de Tour de France, definitief gestalte moet krijgen.

Hij had zijn handen niet in de lucht gestoken.

Er was geen champagne aan te pas gekomen en ook de bloemen bleven achterwege. Het was een stille triomf geweest voor de renner van het Belgische Quick Step. In de ogen van anderen misschien een onbeduidende zege, eentje die hij niet eens op zijn palmares kon bijschrijven.

Hoe kon Bram Tankink dan beweren dat het voelde alsof hij de grootste overwinning uit zijn carrière had geboekt?

Hij heeft er vrede mee dat anderen dat niet begrijpen. Hem zal het moment dat hij als renner voor het eerst voor zichzelf op durfde te komen, altijd bijblijven.

Je kunt jezelf niet dwingen op de voorgrond plaats te nemen. Als het niet je natuurlijke biotoop is en niemand het je ooit heeft geleerd, dan valt het nog niet mee om je er staande te houden.

Misschien zou het hem makkelijker af zijn gegaan als hij twee straten verderop was geboren. Dan zou hij misschien die nietsontziende wielrenner zijn geweest die van jongs af aan de overwinningen aan elkaar reeg. Nu heeft hij moeite met de rol van topsporter.

Aan de andere kant zegt hij ook: 'Misschien was ik daar wel helemaal geen wielrenner geworden. Ik denk wel eens dat ik het gebrek aan aandacht van mijn ouders probeer te compenseren in het wielrennen. Misschien zoek ik wel naar een beetje erkenning.'

Na een aarzeling: 'Ik denk dat ik wel kan zeggen dat ik naar die erkenning zoek, dat ik ernaar verlang .'

Hij groeide op in een gezin waarin zijn spastische zusje alle aandacht opeiste. Lange tijd had hij dokter willen worden. Dan zou hij iets bedenken waardoor ze weer kon praten. Want dat ze niet kon lopen, dat kon hij verwerken. Hij en zijn broer vochten er altijd om wie de rolstoel mocht duwen. Maar dat ze niet kon praten, dat heeft hem lange tijd boos gemaakt.

'Ik heb me afgevraagd wat voor een gezin we zouden zijn als ze niet spastisch was geweest. Maar ik kom er niet echt uit. Ik weet niet beter, ik ben zo opgegroeid. Ik stond nooit in het middelpunt van de belangstelling. Van mij werd verwacht dat ik me dienstbaar opstelde. En dat heb ik altijd gedaan, zonder daar ooit opstandig van te worden. Zo ben ik geworden wie ik nu ben. Ik draaide gewoon mee in de huishouding.'

Als vierjarig jochie ging hij op zijn driewieler, het geld diep weggestoken in zijn broekzak, al alleen boodschappen doen. In hun gezin was dat normaal.

Tankink (26) weet niet goed hoe hij het uit moet leggen. Als hij zegt dat hij een gebrek aan aandacht tracht te compenseren, klinkt het alsof hij zijn ouders iets verwijt. Het tegendeel is waar. Hij heeft de beste jeugd gehad die hij zich kon bedenken. Hij kreeg alle mogelijkheden zich te ontplooien, het werd gestimuleerd de wereld te ontdekken.

Vijftien was hij toen hij samen met zijn twee jaar oudere broer zonder begeleiding uit Frankrijk terug kwam fietsen. In twaalf dagen legden ze 1500 kilometer af. Wat kon er nou fout gaan?

Nog altijd trekt hij het liefst de wijde wereld in. Hij is de avonturier die het liefst met zijn rugzak rond zou zwerven. Tankink droomde er niet van wielrenner te worden, daar is hij in 2001 als voormalig mountainbiker toevallig ingerold. Hij droomde van het avontuur.

'Ik heb me in mijn beginjaren als prof best ongelukkig gevoeld. Ik was ineens niet meer die vrijbuiter, dat ging niet, want het wielrennen is aartsconservatief. Ik had het gevoel dat ik mezelf niet kon zijn.'

In 1999 verbleef hij drie maanden in Nieuw-Zeeland en Australië. Hij had zijn carrière als mountainbiker op een laag pitje gezet, was gestopt met zijn studie en probeerde aan de andere kant van de wereld te achterhalen wat hij eigenlijk wilde met zijn leven.

'Ik had het idee dat ik er iets moest zoeken en vinden, dat ik mezelf moest leren kennen. Maar als je met dat idee rondloopt, raak je volledig de kluts kwijt.'

Onbewust wist hij ook wel wie hij was. Misschien wilde hij het tegenover zichzelf niet erkennen. 'Ik lijk op mijn vader. Ik heb de nonchalance van hem geërfd. Ik ben slordig. Door het wielrennen ben ik wat netter geworden, maar mijn moeder moet me nog altijd een dag voor haar verjaardag bellen.

'Mijn vader was ook heel ondernemend en sociaal. Hij wilde door iedereen aardig gevonden worden. Ik heb dat ook. Marc Wauters is boos op me omdat ik hem in Parijs-Roubaix heb meegesleurd in mijn val. Een ander zou erom lachen, ik vind dat vervelend.

'Ik probeer het een beetje van me af te zetten, want ik heb gezien wat het met mijn vader deed. Als leraar maak je het jezelf heel moeilijk als je het voor iedereen goed wilt doen, want pubers hebben sowieso iets tegen je.

'Ik denk dat het uiteindelijk zijn dood is geworden. Vlak voordat ik prof werd, overleed hij aan een hartstilstand. Hij ging een stukje hardlopen en ineens was hij dood. Het heeft eigenlijk tot vorig jaar geduurd voordat ik dat echt heb kunnen verwerken.'

Het zou zijn vader hebben ontroerd dat zijn zoon volgende week debuteert in de Tour de France. Dat weet Tankink zeker. Hij heeft het uiteindelijk verder geschopt dan hij zelf ooit had gedacht. Lang voelde hij zich dat brave jongetje dat anderen voor liet gaan.

'Bij een Tankink is het alles of niets. Maar dat 'alles' geldt voor 99 procent, er is altijd één procent reserve. Ik ben snel tevreden met wat ik heb, waarom zou ik meer vragen? Ik wil wel de beste zijn, maar ik hoef niet de allerbeste te zijn. Als je gewoon goed bent, is het ook leuk .'

Hij kan zich niet voorstellen dat roem voor hem ooit zo belangrijk wordt dat hij bereid is om meer risico's te nemen dan hij nu al doet. Eigenlijk is hij de klap van Marc Lotz, die heeft bekend Epo te gebruiken, nog altijd niet te boven. 'Het is zo'n moeilijk verhaal en ik kom er maar niet uit. Marc was een goede vriend, hoewel de gesprekken oppervlakkig bleven. Hij was een vrij gesloten persoonlijkheid.

'Het enige waar ik me nu aan vasthoud is dat er een generatiekloof is tussen hem en mij. Hij is opgegroeid in het Epo-tijdperk, toen gebruikte iedereen het. De renners die nu doorbreken, zijn op een andere manier grootgebracht. Wij houden ons erbuiten. De drempel is hoger geworden.'

Hij zegt dat hij zelf op natuurlijke wijze nog veel progressie kan boeken. 'Ik was vroeger altijd met de helft tevreden. In mijn eerste profjaar zat ik gerust drie dagen niet op de fiets en ging ik de vierde dag twee uurtjes trainen. Als ik daarna het peloton weer kon volgen, vond ik het prima. Ik denk dat ik er niet altijd het maximale uit heb gehaald. Daar baal ik nu wel een beetje van.'

Het zichzelf kwalijk nemen, doet hij niet. Niet iedere topsporter wordt als een winnaar geboren. 'Binnen de ploeg zeggen ze dat ik een heel prettig persoon ben om mee te werken. Sommige renners eisen hun plek op, ik niet. Ik heb mezelf altijd weggecijferd.'

Begrijp je nu waarom het als een belangrijke overwinning voelde toen hij vorige week eindelijk de moed had gehad de ploegleiding van Quick Step tegen te spreken? Deze keer had hij voet bij stuk gehouden.

Ze hadden gezegd dat hij de ploegentijdrit in Eindhoven moest rijden, maar hij wilde niet. Hij verpakte zijn eis in een vraag: Was het niet beter dat hij voor de Tour nog een weekeinde rust had? Natuurlijk had hij moeten zeggen: Ik wil een weekeinde rust, zoek het maar uit.

Vleiend hadden ze uitgelegd dat ze sterke renners nodig hadden en dat ze daardoor automatisch bij hem uitkwamen. Dit keer was Tankink er niet ingetrapt. Zo hadden ze ook zijn voorjaar om zeep geholpen. Het was prachtig geweest om in Vlaanderen en Roubaix te delen in het succes van ploegmaat Tom Boonen. Maar eind april, toen het zijn beurt was in de Amstel Gold Race en in Luik-Bastenaken-Luik, was hij opgebrand.

Zo moet het niet meer. Hij heeft als renner niet alleen plichten. Tankink: 'Ik besef nu wel dat ik meer op mijn strepen moet staan. Ik ben meer overtuigd geraakt van mijn kwaliteiten. Het gaat langzaam, maar het begint te komen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden