Column Peter Winnen

De duistere geschiedenis van de wielersport lijkt te zijn uitgemond in een verbale naaldenfobie

In een tijd dat inzichten uit de wetenschap de ­topsport meer en meer sturen verwacht je het niet: acupunctuur wordt nog altijd toegepast in het peloton. Ik las erover in NRC, en begreep dat het artikel niet zonder slag of stoot tot stand kwam. Men is huiverig over naalden te praten, ook al heeft een acupunctuurnaaldje in de verste verte iets te maken met injecties noch epo. De duistere geschiedenis van de wielersport lijkt te zijn uitgemond in een verbale naaldenfobie.

Toch is het duidelijk: er zijn renners die om acupunctuur smeken. Al is het maar om het overdag door stress en cafeïne opgefokte lichaam, inclusief de dolgedraaide spier in de schedelholte, in de avond tot rust te brengen. Die renners geloven erin: beter een naaldje of tien, twaalf in de meridianen, dan één slaappil in de handpalm.

Ik denk dat er iets voor te zeggen is. Een pillenslaap blijft een surrogaatslaap. Slapen is de kunst niet. Wakker wakker worden, daar gaat het om in de Tour.

Goed, acupunctuur heeft de verwetenschappelijking overleefd. Zelfs bij een van het geld bulkende reageerbuisploeg als Ineos is het een facultatieve overlevingsmethode. Alternatieve marginal gains kunnen zomaar concrete marginal gains worden.

Interessant gebied, hoor, de alernatieve marginal gains. Placebowerking is nooit ver weg. De placebo werkt altijd en overal. In het dagelijks leven noemen we het: hoop. Al dan niet tegen beter weten in.

Zijn er nog andere alternatieve methoden die de ­invasie van de zuivere wetenschap overleefd hebben? Het kan niet anders, maar je hoort er weinig over. Een anekdote uit de oude doos dan maar:

Mijn eerste Vlaamse profploeg had twee artsen in dienst, twee broers. De ene zou je grofweg kunnen omschrijven als allopaat, de andere zocht het meer in het alternatieve welzijn. Zo kreeg ik het beste van twee ­werelden. Dokter Jules en dokter Ferdinand Mertens ­waren unaniem: winnen was belangrijk, maar het was nog belangrijker niet als (potentieel) wrak te winnen.

Het was het begin van de jaren tachtig. Bepaalde h­ormoonpreparaten konden een coureur kortstondig doen opstijgen, maar het neerstorten was, een uitzondering daargelaten, ook een zekerheid.

Jules Mertens – de heer hebbe zijn ziel – was de alternatief georiënteerde en ook de meer existentieel ingestelde van de twee. Ik denk terug aan al zijn vondsten, en krijg een brok in mijn keel.

Hij gaf me eens een cassettebandje om te ontspannen voor na de etappe, de walkman bestond al. Het was mijn tweede Tour. Op dat bandje was niets anders te horen dan geruis en gemompel, onverstaanbaar en eindeloos. Boodschapjes aan mijn onderbewustzijn waren het volgens Jules, gewoon ophouden die koptelefoon!

Het duurde dik twee weken eer de boodschapjes in het onderbewustzijn arriveerden. Pas in de Alpen won ik een fijne rit.

De geluidsdragers verschillen, maar uit betrouwbare bron verneem ik dat in de meest profploegen groot belang wordt gehecht aan onverstaanbare boodschapjes.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden