Analyse Ajax Champions League

De droomreis van Ajax eindigt in Amsterdam

Ajacieden liggen verslagen op het gras. Na een 2-0-voorsprong ging het in de 96ste minuut toch mis: 2-3. Beeld Olaf Kraak / ANP

Het sprookje eindigde dan toch voor Ajax in het zicht van de finale. 2-0 stond de Amsterdamse club voor bij rust in de halve finale tegen Tottenham Hotspur. Tickets naar finalestad Madrid werden al geboekt door fans. Maar de Engelse topclub ontwikkelde na rust een tsunami aan aanvalsgolven die de thuisclub uiteindelijk fataal werd. 2-3 was genoeg na de 0-1 een week eerder. Grote kwelgeest was nota bene de Braziliaanse vleugelspeler Lucas Moura, niet vaak betrapt op een grote mate van effectiviteit, maar deze wedstrijd dodelijk met drie treffers, de laatste in de allerlaatste seconde.

Het was een waar spektakelstuk in de Arena, zoals al zo vaak dit seizoen. Met een bij vlagen imponerend Ajax, dat vervolgens weer achter de Londenaren aan moest. Het was zingen, daarna billenknijpen tot het allerlaatste moment, doffe berusting en uiteindelijk toch een betraand, maar opgeheven hoofd.

Ajax kan terugkijken op een geweldige Europese campagne, een van de meest ontzagwekkende in de geschiedenis van de club.

Naast de kolossale achterstand in financiële onmogelijkheden was er het onmogelijke startpunt van de hele onderneming. Niets deugde er van Ajax, een jaar geleden nog maar. Supporters hadden tabak van de falende directie, spelers en trainers. Hakim Ziyech werd letterlijk opzij geduwd. Spelers wilden weg, de trainer smeekte om ervaring, de directie kwam besluiteloos over. Aangeschoten wild was een milde typering van ‘handelshuis Ajax’.

Tijdens de wedstrijd straalde de voetbalclub Ajax weer, ondanks het dramatische verloop. Bijna doorgedrongen tot de allerbelangrijkste clubwedstrijd van het seizoen met puike, vaak in winst omgezette partijen op de Duitse, Spaanse en Italiaanse top. Ziyech werd het vaakst toegezongen, al vóór zijn 2-0.

Het is een kunststuk waarvan het fundament eigenlijk al anderhalf jaar geleden gestort werd. Toen werden de eerste lijntjes naar Engeland uitgerold. Naar Dusan Tadic en Daley Blind, geen internationale toppers op dat moment, overigens, maar achteraf perfect passend in het veelkleurige mozaïek.

De grootste talenten moesten een klein jaar terug bij de directie komen. Er werd een video getoond waarbij ze elk met een iconische speler uit het verleden werden vergeleken. ‘Eerst wat winnen, dan weggaan’, sprak algemeen directeur Van der Sar.

Op de laatste dag van de transfermarkt stopte directeur voetbalzaken Overmars zijn telefoon symbolisch al vroeg in zijn bureaula. De boodschap: ditmaal zou Ajax zich niet laten gijzelen door zakken met geld voor de beste spelers op het laatste moment.

De lange campagne van Ajax naar de top was toen allang begonnen, op 25 juli tegen Sturm Graz, de eerste voorronde van drie, inmiddels achttien wedstrijden geleden. Overtuigend waren die eerste wedstrijden lang niet allemaal, de puzzel klopte nog niet, de weinig mediagenieke coach Ten Hag stond direct onder druk.

Pas in München op 2 oktober groeide het geloof dat er echt iets mogelijk was. Eerst werd Ajax bijna dertig minuten weggeblazen door het almachtige Bayern, maar daarna ineens: overtuiging, snelheid, techniek, loopvermogen en de gave om elkaar in de meest penibele situaties te durven aanspelen en dan toch als winnaar uit de strijd komen, vaak via Frenkie de Jong, de jonge dynamo. Nestor Klaas-Jan Huntelaar: ‘Toen kregen we het gevoel: hé, maar als we deze gasten kunnen wegtikken, wie dan eigenlijk niet?’

Ajax was onvoorstelbaar effectief, wist altijd en overal te scoren, als enige club deze Champions League. Doelpunten kwamen van backs Tagliafico en Mazroui tot valse spits Tadic, van de schietgrage Ziyech en goudhaantje Van de Beek tot kopkanjer De Ligt, maker van de 1-0.

In de knock-outfase tegen Real Madrid en Juventus werden thuis stormlopen ontwikkeld, vergelijkbaar met die tegen Schalke en Olympique Lyon twee jaar eerder in de laatste fase van het Europa League-toernooi. Tja, dit was de top van de top, die even wankelde, maar zich met wat ferme klappen toch de beste uitgangspositie verschafte.

Maar zie: een kwartet superdoelpunten tegen Real, een droom van een tweede helft contra Juventus. Van voet naar voet ging het in Turijn razendsnel, en ook tegen Spurs in sommige fases. Volgens de oude Cruijff-wet dat de bal altijd sneller is dan de man. Ja, soms was het ook alle hens aan dek, Real, Juve, Spurs, ze kregen kansen, ze maakten goals. Maar dit Ajax bewees ook te kunnen verdedigen met hand en tand met de rijzige De Ligt, ijzervreter Tagliafico en de opgeleefde Blind als voorgangers.

Huntelaar: ‘Het zijn allemaal winnaars, iedereen is overtuigd van zijn kwaliteiten, vastberaden, niet bang.’

Het was net niet genoeg. Nadat Spurs al vele malen op de deur bij doelman Onana had gebeukt, sloeg Moura toe in de 96ste minuut. Onder overweldigend applaus nam Ajax afscheid van een ongelooflijk Europees avontuur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.