InterviewJan Janssen

De dag dat Jan Janssen Parijs-Roubaix won

Geen kerk en geen Parijs-Roubaix op Paaszondag: voor oud-winnaar Jan Janssen (79) is de sjeu er wel af. Hij behoort tot de risicogroep in de coronacrisis. Angst kent hij niet. ‘He-le-maal niet. Je wordt geboren en je sterft.’

Jan Janssen, bijna 80 jaar, 53 jaar ( 1967 ) nadat hij Parijs-Roubaix heeft gewonnen.Beeld Klaas Jan van der Weij

Een tijdje geleden was Jan Janssen op bezoek bij de Luxemburger Andy Schleck, oud-renner en zoon van zijn voormalige ploegmaat Johny.  Overal waar hij keek, zag hij foto’s van de voormalige Tourwinnaar (2010) aan de muur hangen. ‘Was ik op het schijthuis, zat ik nog naar Andy te kijken. Ik ben niet zo van dat eerbetoon.’

Het enige dat bij Janssen (79) thuis in het Noord-Brabantse Putte aan zijn wielercarrière herinnert is een kassei op de schoorsteenmantel. Het is de trofee die hoort bij zijn overwinning in Parijs-Roubaix, de klassieker die hij in 1967 won en die dit weekend voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog niet doorging. Janssen beschouwt het na zijn Touroverwinning in 1968 als de mooiste zege uit zijn wielerloopbaan.

Van alle voorjaarsklassiekers is er niet één die zo chaotisch en oneerlijk kan zijn als Parijs-Roubaix. In de woorden van Janssen: ‘Je vindt het geweldig of helemaal kak’. Hijzelf behoort tot de eerste groep. Van de acht keer dat hij ‘de Hel van het Noorden’ reed, eindigde hij zeven keer in de top-10.

Op 9 april 1967 maakte hij deel uit van een kopgroep van tien renners. Hij was die dag niet de beste. Dat was een Duitser. ‘Rudi Altig. Maar soms is het niet handig om dat al te nadrukkelijk te laten blijken. In wielrennen wint vaak niet de beste, maar de slimste.’

Nog meer dan nu gold Parijs-Roubaix destijds als een heroïsche wedstrijd. Is er tegenwoordig 55 kilometer aan kasseien opgenomen in de wedstrijd, in zijn editie was dat 110 kilometer. En dan zat er destijds ook nog een pittige beklimming in de wedstrijd: de côte du Doullens. ‘Een soort Keutenberg, maar dan twee keer zo lang.’

In 1967 probeerde Altig een paar kilometer voor het velodroom in Roubaix weg te komen. Hij sloeg een gat van 100 meter. Janssen: ‘Iedereen zat elkaar aan te kijken. ik moest het zelf doen. Ik zeg je: als je een Altig in vorm kunt terughalen, dan zit het met je vorm wel goed.’

In zijn jeugd in Nootdorp had Janssen vaak op een wielerbaan gereden. Die piste-ervaring gaf hem in de finale een voordeel. Als een slechtvalk liet hij zich in de laatste ronde naar beneden vallen. Op de zwart-witfoto’s van de finish is te zien hoe hij met een jump zijn wiel als eerste over de finishlijn drukt, voor drievoudig winnaar Rik van Looy (België) en Rudi Altig. ‘En zie je ook mijn achterband? Die is al bijna lek. Parijs-Roubaix had die dag geen honderd meter langer moeten duren.’

Op de foto is Eddy Merckx, ook behorend tot de kopgroep, nergens meer te ontwaren. Hij werd achtste (maar won later wel drie edities van de klassieker). ‘Daar maakte ik later een keer een grapje over tegen Eddy. Vond hij niet leuk.’

Het shirt van die wedstrijd, van zijn Franse werkgever Pelforth, bewaart Janssen op zolder in een koffer. Het is op drie minuscule gaatjes na nog intact. Voor speciale gelegenheden komt het nog tevoorschijn.

Jan Janssen, met de originele trui waarin hij won en de overwinningskei van Paris-Roubaix op de kasseien in het Noorden van België. Beeld Klaas Jan van der Weij

De kassei die hoort bij zijn zege kreeg Janssen pas jaren later. ‘In 2009 belde iemand van de organisatie. Een heel lulverhaal. Ik zeg: wat is er nou eigenlijk aan de hand? Toen bleek dat ik die kei zou krijgen. Die bestond in mijn tijd nog niet, maar ze vonden dat ik er wel recht op had. Ik ben meteen in de auto gestapt.’

Op Paaszondag zou Janssen normaal gesproken eerst naar de kerk zijn gegaan. Christus die is opgestaan, het begin van een nieuw leven – het is voor hem misschien wel de mooiste kerkdienst van het jaar. Daarna zou hij zich op zijn luie stoel voor de tv hebben genesteld voor een ander hoogtepunt van de dag: Parijs-Roubaix.

Geen kerk, geen koers. ‘De sjeu is er wel een beetje vanaf’, zegt Janssen, al vindt hij het missen van de kerkdienst erger dan het niet doorgaan van de Franse kasseienklassieker. ‘We kunnen wel een jaartje zonder, toch?’

Volgende maand wordt hij 80 jaar. Vijf jaar terug overleefde hij leverkanker. Janssen behoort in deze coronacrisis tot de risicogroep, hij weet het. Maar bang voor de dood? ‘Nee, he-le-maal niet. Je wordt geboren en je sterft. Dat is de natuur. Ik ben al dankbaar dat ik zo oud heb mogen worden. Ik kan terugkijken op een prachtig leven. Drie prachtige kinderen gekregen, kleinkinderen die aan ons hangen, al zie ik ze de laatste tijd alleen nog maar via een scherm. Ik mis ze verschrikkelijk.’

Nu het lekkerder weer wordt stapt hij minstens één keer per week op de fiets. Het liefst vroeg in de ochtend; dan kan hij de eekhorentjes in de bomen zien klimmen. Afgelopen week ging het vanuit Putte naar Bergen op Zoom, Nispen en Essen om via de Kalmthoutse heide weer naar huis te gaan, al met al ‘een dikke 50 kilometer’.

Het coronavirus dwingt hem tot nederigheid en bezinning. Misschien, bedacht hij zich van de week, terwijl hij naar de ontluikende natuur keek, wil die natuur ons iets vertellen. ‘We hebben er een potje van gemaakt. We hoorden de vogeltjes niet meer fluiten, zagen de bloemen niet meer in bloei staan. Kennelijk moeten we terug, met de voetjes op de grond. Terug naar de natuur, leren genieten van de kleine dingen. Als we dat nou weer een beetje meer gaan doen, misschien is dat hele corona dan nog ergens goed voor geweest.’

Er zijn zes Nederlandse renners die Parijs-Roubaix op hun erelijst hebben staan. De laatste is Niki Terpstra, hij won in 2014. Zijn voorganger, Servais Knaven, was de beste in 2001, Hennie Kuiper zegevierde in 1983, Jan Raas een jaar eerder, Jan Janssen in 1967 en drie jaar eerder was wijlen Peter Post de sterkste. Lange tijd was hij de snelste winnaar (gemiddelde snelheid 45,129 kilometer per uur), tot de Belg Greg Van Avermaet in 2017 toesloeg. Hij reed de klassieker met een gemiddelde snelheid van 45,204 kilometer per uur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden