ColumnFC Emmen

De competitie is als een gifbeker die zich telkens weer vult: we drinken, maar bereiken de bodem niet

Voor het seizoen hield ik er rekening mee dat we de eerste tien wedstrijden weleens achter elkaar zouden kunnen gaan verliezen, al was het uit onwennigheid. Dat we stijf onderaan zouden staan en door iedereen zouden worden uitgelachen. FC Eddie the Eagle. En wat dan? Wat zou er dan gebeuren? Dat werd dan even raar de centrale vraag.

Een andere scenario waarmee rekening moest worden gehouden, was dat we wel zouden kunnen meekomen, verrassend goed zelfs, maar dat we het op de langere termijn niet zouden kunnen volhouden. Sinds een tijdje, vanaf de twintigste wedstrijd ongeveer, lijkt dit scenario zich voor onze grote ogen te ontrollen.

In het interlandweekend was ik nog even naar het stadion gereden voor een perspraatje dat niet werd gehouden vanwege het interlandweekend. Tussen het trainingsveld en de kleedkamer vertelde trainer Dick Lukkien dat er vermoeidheid in het team was geslopen. Pijn speelde op, vormverlies. Ja maar, zei hij, alsof ik hem had tegengesproken, dat begrijp jij toch ook, we hangen al het hele seizoen aan het elastiek.

Ja, zei ik, dat is ook zo – verliezen is veel moeilijker en zwaarder dan winnen, dat is in het leven niet anders dan op het veld. Achter een tegenstander aanrennen kost meer energie dan voor een tegenstander uit, zoals een keeper de landing na een duik ook pas voelt als hij misgegrepen heeft.

We begonnen fel aan de belangrijke uitwedstrijd tegen PEC Zwolle, een directe concurrent. We grepen ze vanaf de allereerste seconde bij de strot en lieten niet meer los, een, twee, bijna drie minuten lang. Daarna pakten ze de bal af, schoten hem naar een spits, die de bal onder de keeper door in het doel schoof.

Twee weken voorbereiding, tweeënhalve minuut gespeeld, 1-0. Daarmee was alvast in het kort voorgespeeld hoe de wedstrijd er in zijn geheel uit zou gaan zien, maar dat wisten het nog niet. Vlak voor de rust: 2-0. Vlak voor het eindsignaal: 3-0.

Het verschil tussen ons en veel andere ploegen is volgens mij: al zijn we beter, we verliezen toch. Zij scoren wel en wij niet. Vaak hebben anderen er ook maar een paar aanvallen voor nodig, of een paar verdedigende fouten van ons. ‘Optisch overwicht’ – de term is ineens weer terug in mijn gedachten, met de bijbehorende gevoelens.

27 wedstrijden, 25 punten, voorlaatste plek, nog zeven wedstrijden te gaan. Als eerste komt Ajax woensdagavond bij ons de achterstand op PSV verkleinen, want de gifbeker is nog niet leeg. We drinken en drinken, na iedere nederlaag opnieuw, en toch blijkt er iedere keer nog wat in te zitten, alsof het een beker is die zichzelf vult, zoals vroeger bij de tandarts, telkens als je hem in het houdertje hebt terugzet.

Zijn we moe? Te moe? Moeten we ons zorgen maken? Ik weet het niet, ik denk aan een fitnesstrainer van een tijd terug, die weleens zei hoe wonderlijk hij het vond, als hij me soms ergens op de grond zag liggen, of op een bankje, op het oog volkomen buiten competitie gesteld, dat er dan toch nog een krachtsinspanning uitkwam, uit het niets, leek het wel. Vooralsnog ga ik ervan uit dat dit een typisch Drentse eigenschap is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden