De Champions League: we horen er niet bij

Een klap in ons gezicht, de nieuwe opzet van de Champions League. Inderdaad, vindt Julien Althuisius, maar een welkome klap.

Jetro Willems, links, in actie voor PSV in de Champions League.Beeld anp

Woedend zijn ze, de clubs uit de eredivisie. Ze voelen zich genaaid door de UEFA, die de opzet van de Champions League gaat veranderen. De vier grote voetballanden krijgen nog meer privileges. 'Een geweldige klap in het gezicht', volgens Jacco Swart, directeur van de Eredivisie CV. De KNVB moest meteen protest aantekenen.

De nieuwe opzet van de Champions League is inderdaad een dreun voor het Nederlandse voetbal.

Elk jaar kregen we een uitnodiging in de bus voor het feestje van de elite, waar alleen de mooisten en de succesvolsten welkom zijn. Maar vanaf 2018 mogen we op de parkeerplaats met de rest van de schooiers uitvechten wie er naar binnen mag. En laten we nou niet de beste vechtjassen zijn.

De toekomst laat zich makkelijk uittekenen: op financieel en sportief gebied wordt de kloof met de Europese top alleen maar groter. Wij zullen straks buiten in de kou staan en met onze neus gedrukt tegen het beslagen raam zien hoe binnen Barcelona, Madrid, Manchester en München met elkaar dansen, hoe ze met elkaar dronken worden van dure champagne, hoe de dwarrelende eurobiljetten als confetti neerdalen op de dansvloer, waar ze vertrapt worden door de vergulde voetbalschoenen van de Europese top. Het is duidelijk: we horen er niet meer bij. Een klap in het gezicht.

Maar wel een welkome klap. Het besluit van de UEFA is een vorm van therapie. De therapie van in je gezicht geslagen worden met een stoel omdat je maar niet wilde luisteren.

'Rijkeluisbal, dat zou een betere benaming zijn voor de Champions League'

De Champions League is verworden tot een voorspelbaar rijkeluisbal waarin de kleintjes slechts dienen als kansloze programmavulling. Willem Vissers roept op tot revolutie: laat kleine voetballanden hun eigen liga beginnen.

Succesjes

Het beste wat Nederlandse teams de afgelopen tien jaar hebben gepresteerd, zijn een kwartfinale-plaats in 2006/07 en een achtstefinale-plaats in 2015/16, beide op het conto van PSV. Ajax werd dit jaar al uitgeschakeld in de voorrondes, net als vorig jaar. Het seizoen daarvoor sneuvelde Ajax in de groepsfase en haalde Feyenoord het hoofdtoernooi niet. Zo gaat het nog wel even door.

De Nederlandse deelname aan de Champions League is een puur symbolische. We spelen wedstrijden, maar doen eigenlijk helemaal niet mee. Terwijl we schuilen voor de doelpuntenregen, klampen we ons angstvallig vast aan spaarzame succesjes.

Ajax won in 2013 toch van Barcelona? PSV haalde vorig jaar toch bijna de kwartfinale en speelde deze week toch bijna gelijk tegen Atletico? Kijk, we hadden gewoon pech, maar kunnen het niveau heus wel aan hoor!

Maar we kunnen het niveau helemaal niet aan. Het is niet voor niets dat Nederland de afgelopen jaren is afgezakt tot een beschamende vijftiende plaats in de Europese ranglijst. Griekenland, Kroatië, Zwitserland, Tsjechië: ze staan allemaal boven ons. Godbetert België staat op de negende plaats.

De gloriejaren zijn allang voorbij. Anno 2016 zijn Nederlandse clubs de speelbal van de reuzen uit de Europese top.

Thulani Serero schiet op 26 november 2013 in het shirt van Ajax de 1-0 langs keeper José Manuel Pinto van FC Barcelona.Beeld anp

De Champions League draait om geld. En het grote geld komt uit Spanje, Engeland, Duitsland en Italië. Zij bepalen hoe het spelletje gespeeld wordt. Dat komt niet door die nieuwe regels, die bevestigen alleen maar de verhoudingen.

We kunnen nog een tijdje blijven huilen, roepen dat het oneerlijk is, met een trillend vingertje wijzen naar onze stoffige prijzenkasten en vergeefse protesten indienen. Of onder ogen zien dat we inderdaad niet zoveel te zoeken hebben in de Champions League, dat er misschien ook wel weinig eer te behalen valt als kanonnenvoer voor Real Madrid of Bayern München, het kleine beetje eigenwaarde dat we nog hebben van de grond schrapen en genoegen nemen met het bijrolletje dat we tegenwoordig spelen in Europa.

(Tekst gaat verder onder foto).

Beeld Illustratie: Bier en Brood

Masterplan

Als we dat niet willen, moeten we maar laten zien dat we er wel bij horen.

Bijvoorbeeld door het Nederlandse voetbal gestaag terug te brengen naar de Europese subtop. De Nederlandse competitie is zeker niet zwakker dan de Belgische, maar toch staan de buren zes plaatsen hoger op de Europese ranglijst (waardoor ze zich de komende jaren geen enkele zorgen hoeven te maken over Champions League-deelname). Nederland zal in de UEFA-ranking nooit hoger komen te staan dan Turkije, Rusland, Frankrijk en Portugal. Maar een negende of tiende plaats, boven Griekenland, Tsjechië, Kroatië en Zwitserland moet haalbaar zijn.

Hoe? Op de KNVB hoeven we niet te rekenen. Het laatste idee uit Zeist dat zoden aan de dijk zette, dateert uit de tijd dat Hans van Breukelen nog wel eens een penalty stopte. De bond presenteerde in mei 'Winnaars van morgen', het masterplan dat het Nederlands voetbal er weer bovenop moet helpen. Het staat vol met speerpunten als 'diversiteit van de trainersstaf', 'kwaliteit van de jeugdtrainers moet omhoog', 'structureel meer weerstand creëren' en 'hogere eisen stellen aan verdedigen'.

Dat is allemaal prachtig maar voorlopig is de chaos in het bureaucratische moeras niet te overzien, het is niet voor niets dat de eredivisieclubs woensdag hun vertrouwen in de Raad van Commissarissen van de bond opzegden.

Nee, de eredivisie en de clubs moeten het heft in eigen handen nemen. Zo kan de scouting veel beter. De eredivisie moet zich in Scandinavië, Zuid-Amerika (en wellicht ook Noord-Amerika) nog meer gaan profileren als de ultieme opstap naar de grote competities. Met exponenten als Ronaldo, Ibrahimovic en Suarez kan je je haast geen betere ambassadeurs wensen. Maak daar gebruik van.

Daarnaast nog meer investeren in jeugdopleidingen natuurlijk, dat is iets wat je vaak hoort. En dat zal best, maar het gebeurt nog te vaak dat ruwe, maar lastige diamanten weggestuurd worden of Nederland vrijwillig verruilen voor het buitenland. We hebben ons er bij neergelegd dat die op veel te vroege leeftijd verkassen. Het ene na het andere talent zit, getroost door een flinke bankrekening, te verpieteren in Russiche, Engelse of Spaanse provincieplaatsen. Is daar echt niets tegen te doen? Je moet de jeugd niet alleen opleiden; je moet ze vooral ook veel beter begeleiden.

Verkassen

En we mogen we ook best naar de spelers zelf kijken. Talenten zouden met hun clubs kunnen afspreken dat ze niet zomaar voor hun 21ste naar het buitenland verkassen, al was het maar omdat dat ook in hun belang is. Zaakwaarnemers zouden iets meer aan de lange termijn kunnen denken en spelers niet bij de eerste de beste tegenslag onderbrengen in een buitenlandse competitie.

Ajax-spelers Riechedly Bazoer (19) en Anwar El Ghazi (21) gaven het goede voorbeeld. Beide spelers verkeren al een tijdje niet in de beste vorm. Ze worden niet opgesteld, krijgen de nodige kritiek te verduren en zijn door concurrentie niet meer zeker van speeltijd. El Ghazi kon vertrekken naar AC Milan; Napoli en Wolfsburg trokken aan Bazoer. Niet de minste clubs, ook niet de armste. Beiden besloten de verleiding te weerstaan en te blijven knokken voor hun plek bij Ajax. Hun nieuwe ploeggenoot Hakim Ziyech was al net zo verstandig door na Twente niet meteen naar het buitenland te gaan.

Kampioenenbal meer plaats voor sterken.

Vanaf 2018 krijgen de sterkste vier Europese voetbalcompetities - Italië, Spanje, Duitsland en Engeland - elk gegarandeerd vier plaatsen in het kampioenenbal. Tot nu toe kregen Spanje, Duitsland en Engeland ieder drie plekken en Italië twee. Met de nieuwe opzet zijn bij voorbaat al 16 van de 32 Champions League-plaatsen vergeven. Hoe de overige 16 plaatsen verdeeld gaan worden, is nog niet duidelijk. Zeker is dat de kampioen van de eredivisie vanaf 2018 zijn plaats moet bemachtigen via de voorrondes.

Ervaren spelers die groot werden in de eredivisie, naar het buitenland verkasten, daar veel geld verdienden, zouden eens wat vaker moeten kiezen voor een terugkeer naar Nederland.

Dirk Kuijt (36) laat bij Feyenoord zien hoe belangrijk een ervaren speler kan zijn. Is het echt zo raar om van Arjen Robben (32), Wesley Sneijder (32) of Klaas-Jan Huntelaar (33) te verlangen dat ze de paar voetballende jaren die hen rest, investeren in de clubs en competitie waar ze zijn begonnen? De prijzenkast is gevuld, de bankrekening loopt over en de benen zijn toch niet meer zo fris als voorheen. Niet elke terugkeer naar Nederland hoeft zo succesvol te zijn als die van Frank Rijkaard in 1993 en Pierre van Hooijdonk in 2001; het gaat om de bijdrage aan een groter geheel.

Ondertussen moeten de Nederlandse topclubs de Champions League een tijdje vergeten. Ajax, PSV en Feyenoord zullen, als de ontwikkelingen zich voort blijven zetten, nooit zoveel geld en talent beschikbaar hebben als Chelsea, Dortmund of Paris Saint Germain. En dus zullen ze ook nooit meer een reële kans maken om ver in het toernooi te komen. Je kunt niet met een Volkswagen Lupo de Grand Prix van Silverstone winnen. Laat ze het lekker uitzoeken met elkaar, daar in die Champions League.

Jaloezie

Wat Nederland rest, is de Europa League, waar we onterecht op neerkijken. Vorig seizoen zat er geen enkele Nederlandse club bij de laatste 32 teams. Het seizoen ervoor (2014/'15) strandde Ajax al in de achtste finales. Het beste wat Nederland de afgelopen vijf jaar gepresteerd heeft, zijn twee kwartfinales van AZ. Hiep-hiep-hoera. Haal eerst maar eens een paar jaar achter elkaar de halve finale van de Europa League, daarna hebben we het nog wel eens over de Champions League.

Wend de jaloerse blik af van de gouden bergen van Juventus, Paris Saint Germain of Manchester City en kijk eens naar FC Sevilla, een club met nagenoeg dezelfde begroting als Ajax en PSV. De afgelopen tien jaar won Sevilla vijf keer de Europa League. Elk jaar worden de Sevillanen weer leeggekocht door kooplui uit Barcelona en Madrid, en toch behoren ze bijna elk jaar weer tot de grote uitdagers van de topclubs.

The best of the rest, zo wordt Sevilla weleens genoemd. Het lijkt een ondankbare titel, maar ze juichen er geen decibel zachter om.

Sevilla- verdediger Adil Rami vecht een duel uit met Juventus- speler Giorgio Chiellini.Beeld anp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden