De bond blijft geloven in het commerciële schaatsmodel, maar doen de sponsors dat ook?

De KNSB zet een ‘vangnet’ op voor schaatsers die zonder team zitten. De bond blijft geloven in het commerciële schaatsmodel, maar doen de sponsors dat ook?

Esmee Visser tijdens de Spelen van 2018.Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

Zestien jaar geleden doekte de Nederlandse schaatsbond (KNSB) zijn twee kernploegen op. Met de overstap van bondscoach Gerard Kemkers en toppers Renate Groenewold, Jochem Uytdehaage en Carl Verheijen naar het commerciële team van miljoenensponsor TVM viel het doek over een groot instituut dat zijn tijd had gehad.

In zeven jaar tijd was de door de rebelse topper Rintje Ritsma begonnen zakelijke revolutie volkomen. Zelfs de KNSB en de hondstrouwe sponsor Aegon, 25 jaar te vinden op de schaatspakken van de vedetten, waren daar in 2002 van overtuigd. Een centrale aanpak van topschaatsen, onder de vlag van de bond, zou nooit meer terugkeren.

Tot afgelopen dinsdag door de KNSB een persbericht werd uitgebracht over het opzetten van een ‘topsport trainingsgroep’, de zogeheten TTG, onder de vlag van de bond. Het woord kernploeg werd zorgvuldig vermeden. Technisch directeur Arie Koops bezwoer dat het ‘om een tijdelijke voorziening’ gaat.

‘Met deze Topsport Trainingsgroep bieden wij een vangnet voor schaatsers die nog geen team hebben gevonden’, was de bijgeleverde tekst van Koops, die deze zomer de bond gaat verlaten. Tussen de acht en twaalf schaatsers, in mei door de bond te selecteren, krijgen faciliteiten. Het plan van opvang mag maximaal een jaar duren.

Sportkoepel NOCNSF, het nationaal olympisch comité, is betrokken in de plannen om schaatsers zonder sponsorploeg onderdak te bieden. Het zal te maken hebben met de mogelijkheid om die toppers een inkomen te bieden via de stipendiumregeling, een topsportsalaris uit middelen van het ministerie van Sport (VWS). Wie tot de beste acht van de wereld behoort in zijn discipline, kan die financiële ondersteuning ontvangen.

Dat NOCNSF bijdraagt, in diensten en geld, zou op zijn plaats zijn. Veel van de faam van Nederland Topsportland rust op de prestaties van de nationale langebaanschaatsers op de Olympische Spelen van 2014 (23 medailles) en 2018 (16 medailles). Op jaarbasis draagt het Nederlands olympisch comité een half miljoen euro bij voor de voorbereiding van de toprijders. Hoofdsponsor KPN en sponsors als Lotto (gestopt), Jumbo, JustLease (gestopt) en Clafis dragen daar een veelvoud van bij.

Sven Kramer is nog altijd de enige grootverdiener onder de schaatsers.Beeld anp

De topschaatsers en hun in 2002 heilig verklaarde ploegen zijn momenteel niet meer in trek. Van de olympische kampioenen van Pyeongchang heeft slechts Sven Kramer, een maand voor de Spelen, een contractverlenging bedongen. Hij is, nog altijd, de enige grootverdiener in het Nederlandse schaatsen.

Ireen Wüst, Jorien ter Mors, Esmee Visser, Carlijn Achtereekte en Kjeld Nuis, samen goed voor zes gouden medailles in Korea, hebben nog geen voortgezet dan wel nieuw getekend contract. De oorzaken van de afwachtende houding van sponsors zijn diffuus, voor de schaatswereld in elk geval onbegrijpelijk. De tv-aandacht, lees NOS, is nog altijd fors. De successen rijgen zich aaneen. Mogelijk is de overheersende rol van KPN, dat als hoofdsponsor de meeste reclameruimte mag innemen, een oorzaak.

Wat de KNSB, samen met NOCNSF, deze week heeft gedaan, is begrijpelijk. Maar het kan zeker contraproductief werken. Als de bond en de olympische organisatie het nodig vinden om de zomer waarin geen wedstrijden worden geschaatst de faciliteiten (zomerijs) en de salariëring van een twaalftal toppers voor de rekening te nemen, dan zullen slimme rekenaars onder de kandidaat-sponsors pas in oktober wensen in te stappen. Dan zijn er de ploegpresentaties, dan wachten de grote toernooien die week na week de camera’s op zich gericht weten.

De KNSB wil er alles aan doen om het huidige commerciële model overeind te houden. Directeur Koops bleef het dinsdag tegenover het radioprogramma Langs de lijn en omstreken volhouden: ‘Wij blijven bij dit concept. Wij geloven in het commerciële schaatsmodel. Wij zien het nog steeds zitten. Anders stapten we wel over op een ander model.’

In die zinnen zit een mooie overtuiging, maar ook een kleine noodklep. De bond zal de TTG voorlopig willen zien als de andere voorzieningen die enkele jaren geleden nog werden opgetuigd: het Regiotop-team, waarin de latere Canadese olympiër Ted-Jan Bloemen werd opgeleid, of het opleidingsteam van coach Peter Kolder, met latere kampioen Jan Blokhuijsen.

Hoe dan ook: de naolympische zomer zal uitwijzen of schaatsen nog de commerciële aantrekkingskracht bezit die Rintje Ritsma in 1995 wist te ontdekken. En of dat voldoende is om 32 tot 36 schaatsers een profbestaan te bieden. De KNSB wil het, maar ziet de commercie dat ook zitten?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden