InterviewBenito Maij

De Boedapest-bubbel van judoka's als testcase voor echte hervatting

Judocoach Benito Maij gaat met dertien judoka’s naar de Grand Slam in Boedapest: een testcase of ‘pak-sport’ judo in coronatijden wel beoefend kan worden. 

Assistent coach Benito Maij in aanloop naar de wereldkampioenschappen judo in Tokio.Beeld Piroschka van de Wouw / HH

Het is een eigentijds codewoord: de Boedapest-bubbel. Dertien judoka’s reizen deze week namens Nederland naar de hoofdstad van Hongarije. Ze nemen er deel aan de hoog genoteerde Grand Slam. De judoka’s vormen daar, in de Laszlo Papp Arena, en later na terugkeer op Nationaal Sportcentrum Papendal een bubbel, een kring waar niemand van buiten zomaar in kan doordringen.

Bondscoach Benito Maij, bij afwezigheid van hoofdcoach Maarten Arens de eerste man om aan te spreken, zal nadrukkelijk toezien op de naleving van de afgesproken regels. ‘Als wij volgende week terugkeren uit Hongarije, dan gaan we tien dagen in quarantaine. Dan zijn er op Papendal twee bubbels: die van Boedapest en die van de judoka’s die in Arnhem zijn achtergebleven. Die scheiden we van elkaar.

‘Pas als wij van de Boedapest-bubbel die quarantaine goed doorkomen, komen we weer in dezelfde ruimtes. We kunnen overigens onze dojo goed indelen. Een eigen dojo, geen scholen die dezelfde ruimte benutten. Echt onze eigen ruimte. De ene bubbel kan om 4 uur beginnen, de volgende om 6 uur. Het is helemaal aan ons.’

Als de judoploeg uit Hongarije is teruggekeerd, zal er al veel duidelijk zijn over hoe internationaal judo in de huidige tijden van coronabesmetting kan worden beoefend. Sinds de Grand Slam van Düsseldorf, van eind februari, is het mondiale judo in een ernstige lockdown beland. Nergens werden competities georganiseerd. Het risico werd lang te hoog geacht. ‘We zijn een pak-sport, hè’, is het begrip van Maij.

Judoka's Michael Korrel en Cho Guham.Beeld EPA

‘Contactsporten waren direct de gevaarlijkste groep in de topsport. Omdat je nu eenmaal heel dicht op elkaar staat en aan elkaar gaat plukken, hebben wij ook in training heel lang moeten wachten voor we voluit weer de mat op mochten. Het was 1 juli, als ik het goed heb.’

De Grand Slam van Boedapest is de eerste grote testcase. ‘Ik noem het een graadmeter. Of het lukt zoals wij van de judowereld het voor ogen hebben. Werkt dat? Of we die lijn kunnen voortzetten, als er geen vaccin is en we onze sport toch internationaal willen beoefenen. Daar gaat dit toernooi over. Werkt het zoals we het bedacht hebben. Daar zijn de vervolgtoernooien, zoals de Europese kampioenschappen van Praag van een maand later, afhankelijk van.’

Boedapest kondigde de deelname van 500 judoka’s aan. Woensdag kwam de zwaarste afzegging, die van de Tsjech Lukas Krpalek, de olympisch kampioen tot 100 kilogram en de de regerend wereldkampioen in de boven 100 kg-categorie. Hij testte positief bij vertrek uit Tsjechië en zei alles op alles te zetten om de Europese titelstrijd in eigen land te halen.

Maij: ‘Ja, er komen 500 judoka’s, zo meldden de berichten. Maar er vallen er per dag heel veel af. Voorzorg? Ik kan het niet invullen voor andere landen. Hoe de covidsituatie daar is, wat de politiek zegt dat in die landen moet gebeuren.

‘Wij zijn voorbereid. We zijn afgelopen vrijdag getest in Nederland, we zijn zondag getest in Nederland en bij onze aankomst in Boedapest woensdag zijn we weer getest. We komen via een corridor in hotel en hal.

Judoka's Michael Korrel en Cho Guham.Beeld REUTERS

‘We kennen zo’n bubbel van onze stage in Duitsland. We zijn eerder dit najaar in Keulen geweest, om te sparren met de Duitse topjudoka’s. Het was hotel, trainen, hotel, trainen, eten, slapen. Je formulieren invullen en getest worden. Je doet het, want iedereen wenst competitie. Zo heb ik, als coach, ook veel zin in Boedapest.’

Er waren mannen en vrouwen die minder zin hadden. Kim Polling, de Nederlandse sterjudoka bij de vrouwen, kwam er voor uit door publicitair af te zeggen. Anderen bleven stiller. Henk Grol en Roy Meyer, de azen die duelleren om het ene olympische ticket in de 100-plus, zijn niet mee naar Hongarije.

Maij, zonder een naam te noemen: ‘Zij zeggen: dit komt ons nog niet uit. We focussen op de EK van Praag. Elke atleet heeft het recht te zeggen: ik wil het niet, gegeven de omstandigheden. We hebben met elke trainer en het managementteam overlegd. Willen we dit of willen we dit niet? Daar is deze dertienkoppige ploeg uitgekomen.’

Die wordt aangevoerd door de regerend wereldkampioen onder 90 kilogram, Noël van ‘t End. Zijn bijzondere titel, in de legendarische Budokan van Tokio, heeft de nationale

judoploeg een grote mate van zelfvertrouwen gegeven. Maij: ‘Als iemand een wereldtitel verovert, dan geeft dat geloof aan een team, aan een programma. Het biedt geloof in de staf, de coaches, hun aanpak. Dat is, in mijn ogen, het grootste gewin van zo’n wereldtitel. Van zie je wel: wij kunnen dat. En Roy Meyer werd bij datzelfde WK in Tokio derde, net als Michael Korrel. Wij hebben een ploeg waarmee je naar de Olympische Spelen kunt en die daar echt om de prijzen kan meedoen. Daar geloof ik heilig in.’

Maar eerst Boedapest.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden