Olympische Spelen

De BMX’ers Laura en Merel Smulders: zussen, huisgenoten, rivalen en tegenpolen

De olympisch ploeg voor Tokio telt zes paar zussen. Laura en Merel Smulders vormen een span in het gevaarlijke BMX. ‘Als de een in de put zit, praat de ander haar eruit.

Laura en Merel Smulders praten tijdens de training met hun coach Klavs Lisovskis. Beeld Marcel van den Bergh
Laura en Merel Smulders praten tijdens de training met hun coach Klavs Lisovskis.Beeld Marcel van den Bergh

Zittend op de bumper van een personenbusje slaakt Merel Smulders (23) een gilletje van afschuw als ze felblauwe klikschoenen aan de voeten schuift. ‘Ze zijn nog zeiknat. We hebben gisteren in de stromende regen op de racefiets gezeten. Ik heb toch al zo’n hekel aan wielrennen.’

Zus Laura (27) zit al op haar BMX-fiets, het zadeltje op kniehoogte. ‘Ik vind het net wat minder erg, geloof ik.’ Merel: ‘Het is saai. Je hebt te veel tijd om na te denken.’ Laura: ‘Dat is er bij ons niet bij, nee. Je bent alleen maar bezig het perfecte rondje te rijden, in ruim een halve minuut. Als je één seconde aan iets anders denkt, heb je een seconde verprutst.’

Het miezert nog, de dag na de natte kilometers op de weg. Nevel legt een grijze sluier over de bossen rondom het sportcentrum Papendal bij Arnhem. Beide zussen hebben zich bij de nationale selectie gevoegd voor een training; het fijnslijpen voor het vertrek naar de Olympische Spelen in Tokio, waar ze uitkomen op de supercross, is begonnen.

Waar de meesten op hun kleine fietsen aan komen rijden, arriveren zij in een bus van Team TVE Sport. Om zich met een volledig op het lijf geschreven programma te kunnen voorbereiden, richtten ze enkele jaren geleden een commercieel team op, met vader Frank als manager. Over een recente splitsing van de ploeg hebben ze het liever niet. ‘Laten we dit zeggen: de visies liepen uiteen. Dan kun je er beter gewoon een punt achter zetten.’ Hun eigen trainer Klavs Lisovskis (28), een gewezen BMX’er uit Letland, heeft postgevat naast de baan vol elkaar snel opvolgende bulten, de camera op zijn mobiele telefoon in de aanslag.

Krachtsexplosie van 35 seconden

Bovenop de acht meter hoge starttoren van de BMX-baan klinken de eerste piepjes, volgend op een bandopname. Riders ready? Watch the gate. Het hek voor de wielen valt plat. Donkere dreunen trekken door het metalen staketsel als de atleten de helling af daveren. Sommigen trekken onder de acceleratie het voorwiel decimeters de lucht in. Verderop zijn alleen de zuigende banden te registreren, als ze op hoge snelheid over het vochtige beton in de kombochten en het natte zand van de rechte stukken razen. Weer terug bij de toren, hijgen de BMX’ers uit na een krachtsexplosie van zo’n 35 seconden.

De starttoren van de BMX-baan op Papendal op.  Beeld Marcel van den Bergh
De starttoren van de BMX-baan op Papendal op.Beeld Marcel van den Bergh

Laura en Merel vormen in het wereldje een opmerkelijk span waarin de rolverdeling nogal eens wisselt. Ze zijn behalve zussen huisgenoten in Wijchen, trainingspartners en uiteindelijk rivalen. Tegenpolen ook, vult Lisovskis aan. ‘Als de een in de put zit, praat de ander haar eruit.’ Laura: ‘We kennen elkaar al zo lang. Ik kan van één kilometer afstand aan het gezicht van Merel zien of er iets aan de hand is. Andersom geldt dat ook.’ Merel: ‘We hebben aan een half woord genoeg. Een klopje op de schouder werkt ook.’

De oudste heeft al een klinkende erelijst. Ze won op 18-jarige leeftijd brons op de Spelen in Londen, is tweevoudig wereldkampioen (de tijdrit in 2014 en de supercross in 2018) en heeft vier Europese titels. Hoogtepunten bij de elite waren voor Merel het zilver in 2018 achter Laura en de kwalificatie afgelopen mei voor de Spelen, dankzij een tweede en vierde plek op een wereldbekerwedstrijd in Verona.

Gevoel van vrijheid

Laura begon met BMX’en toen ze 6 jaar was, in navolging van haar broer Koen. Ze waren samen met hun vader gaan kijken bij een wedstrijd in de Achterhoek. ‘Wat me toen zo aansprak weet ik niet precies meer. Maar als ik nu naar kinderen kijk, zie ik ze genieten van de bulten, de snelheid, het fietsen op het achterwiel. Het is ook wel stoer. Er zit altijd een uitdaging in. Harder, verder, hoger. Voor mij is het nu het gevoel van vrijheid. Jij en je fiets. That’s it. Dat is wat mij zo gelukkig maakt.’ Merel: ‘Ik mocht eerst niet meedoen, ik was te jong. Maar ik vond het meteen helemaal geweldig. Het ging mij meer om de wedstrijdjes, om dat gevecht voor de eerste plek.’

Voor de gevaren zijn ze niet blind. Merel somt haar blessures op. Voorste kruisband gescheurd, schouder uit de kom, elleboog gebroken, staartbeen kapot, een paar hersenschuddingen. Relativerend: ‘Vergeet niet: ik fiets al 17 jaar.’ Die van Laura: beide polsen gebroken, een knie verdraaid, kneuzingen, schaafwonden. ‘Dat valt erg mee.’

Het weerhoudt ze er niet van uitersten op te zoeken. Laura: ‘Wielrennen is ook gevaarlijk. Op straat gebeuren ook ongelukken. Thuis kun je van de trap vallen. Vallen hoort bij deze sport. Zeker is dat het een keer misgaat. Soms blijft het bij schaafwondjes, soms breek je iets. We zitten met z’n achten in de baan, dicht bij elkaar, op hoge snelheid. Maar dit doen we elke dag. Dit is ons ding.’ Merel: ‘Moet je dan in een glazen vitrine gaan zitten? Wij vinden dit prachtig. Het geeft een enorme kick.’

De val van Rio

Voor Laura worden het haar derde Spelen, Merel was er in 2012 en 2016 bij als toeschouwer. Het brons in Londen was niet voorzien, ook al was ze nationaal kampioen. ‘Ik ging erheen met de olympische gedachte: meedoen is belangrijker dan winnen. Rio de Janeiro, vier jaar later, was meer mijn doel. Ik was in Londen goed in vorm, ik was een van de snelsten in de baan. De finale was lastig: er zaten zes meiden bij die wereldkampioen bij de elite waren geweest. Toen ik over de finish kwam, had ik echt het idee dat ik droomde. Het voelde niet echt. Pas toen ik het bord zag, met mijn naam, dacht ik: verrek, ja.’ Merel zat op de tribune, met Koen en haar vader. ‘Ik schreeuwde mijn longen uit mijn lijf. Ik wist meteen: dit wil ik ook.’

Laura Smulders gaan voorop tijdens een training. Zus Merel volgt ook op het achterwiel. Beeld Marcel van den Bergh
Laura Smulders gaan voorop tijdens een training. Zus Merel volgt ook op het achterwiel.Beeld Marcel van den Bergh

Rio was de droom die niet uitkwam. In de finale viel Laura in de laatste bocht. Naar de oorzaak is het nog altijd gissen. ‘Ik maakte geen stuurfout. Hadden de banden wel de juiste spanning? Was het te hobbelig? Was het de groene kleur van de bochten? Zeg het maar. Geen idee. Maar het was mijn schuld, ik reed mezelf onderuit. Het was een enorme deceptie. Ik had op podium gerekend.’ Weer was Merel getuige. ‘Ik was enorm aan het schelden. Ik weet wat er dan door haar heen gaat, ik voelde haar emotie, ik voel me net zo slecht. Ik heb haar snel opgezocht voor een knuffel. Dan wil ik er voor haar zijn.’

In de aanloop naar Tokio nadert Merel het niveau van haar zus. ‘Zij is voor mij de maatstaf. Hoe soepel en precies zij zich over de baan beweegt, daar kan ik echt van genieten. Het ziet er bijna langzaam, relaxed uit, zelfverzekerd ook. Ze is één met fiets. Maar het gaat zó hard. Haar start was altijd een zwak punt, maar die is intussen ook veel beter geworden. Zelf mis ik nog wat ervaring en kracht.’ Laura: ‘En het constanter presteren. Merel kan heel snel starten. Ze doet het alleen niet elke keer. En ze mag wel eens wat meer in zichzelf geloven.’

Pieken in Tokio

Merel: ‘Ik heb wat blessures gehad, ik moest elke keer weer een stapje terugdoen in de opbouw. Ik ben nu wat langere tijd aan het groeien.’ Laura wordt er niet zenuwachtig van. ‘Het helpt mij juist. Ik moet in trainingen nog beter mijn best doen. Ik wil niet verliezen. Van niemand, dus ook niet van Merel.’

Hoe zal dat straks gaan, in de belangrijkste wedstrijd in hun sport? Zijn ze in staat hun zus uit de baan te beuken, nadat ze elkaar boven nog een boks of een bemoedigend klopje op de rug hebben gegeven? Laura: ‘Dat beuken zie je veel meer bij de mannen. Ik doe het niet. Als ik iemand een beuk verkoop, verlies ik ook snelheid. Er wordt wel eens afgesneden of gehinderd. Nee, ik zal niet voorzichtiger zijn als het om mijn zus gaat. Ik ben sowieso voorzichtig. Ik haal liever iemand op een recht stuk in dan dat ik risico’s neem in een bocht.’ Merel: ‘Beuken heeft geen zin.’

1-7-2021, Nederland, Papendal
BMX zusjes Laura (rechts) en Merel Smulders voor een training op de BMX-baan van Pependal. 
 Beeld Marcel van den Bergh
1-7-2021, Nederland, PapendalBMX zusjes Laura (rechts) en Merel Smulders voor een training op de BMX-baan van Pependal.Beeld Marcel van den Bergh

Ze staan er goed voor, is hun inschatting. In Verona was op een enkeling na de wereldtop aanwezig. Waar Merel de kwalificatie afdwong, viel Laura eerst, maar zegevierde ze de volgende dag. Volgens hen zijn ze sindsdien alleen nog maar beter geworden. ‘De piek moet nog komen.’

Waar Laura ervoor kiest haar leven volledig naar de sport in te richten, volgt Merel nog een HBO-studie rechten. ‘Het geeft me afleiding.’ Het huishouden in de drive-in woning in Wijchen komt wat meer op de oudste neer. Merel: ‘Ik noem haar wel eens mijn tweede moeder.’ Laura: ‘Dat accepteer ik ook. Ik hou van koken en Merel houdt niet van opruimen. Soms heeft ze een schop onder de kont nodig.’ Irritaties worden altijd opgelost. Laura: ‘Dan zeg ik gewoon een half uur niks.’ Merel: ‘Ik ga naar mijn kamer, een avondje chillen.’

Op de starttoren van Papendal bliept het weer. Naast de zusjes staat Judy Baauw, ook van de partij in Tokio. Als het hek zich plat vouwt, schieten er twee de helling af. Het is Laura die voor een slakkengangetje kiest. Toen ze wilde aanzetten, voelde ze haar achterwiel weg slippen. Met Tokio in het vooruitzicht, wil zelfs een BMX’er geen enkel risico meer lopen.

Veel zussen in Tokio

Naast Laura en Merel Smulders doen nog vijf zusterparen mee aan de Olympische Spelen. In alle gevallen doen ze familieleden mee aan dezelfde sport,. Drie van de paren komen uit in de atletiek. Het betreft Naomi en Zoë Sedney, die respectievelijk meedoen aan 4x100 meter estafette en de 100 meter horden. Emma Oosterwegel doet mee aan de zevenkamp, zus Hanneke aan de 4x400 meter. Laura en Lisanne de Witte komen ook uit op 4x400 meter, Lisanne loopt de 400 meter ook solo. De beroemdste zussen komen uit in het turnen: olympisch kampioen balk Sanne en zus Lieke Wevers. In het synchroonzwemmen debuteren Bregje en Noortje de Brouwer. In Tokio doen ook een broer en zus mee. Finn en Karolien Florijn komen uit in het roeien: hij in de skiff, zij in de vier zonder.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden