De beste prikkel om te versnellen

Morgen, tijdens de 14e Zevenheuvelenloop rond Nijmegen, zullen ze zeker weer van voren lopen: de Medelanders, de hardlopende asielzoekers uit Ethiopië....

ROLF BOS

'ALS Nederlandse atleten moeite hebben met zo'n zwart podium, dan moeten ze maar harder gaan lopen', zei technisch directeur Bert Paauw van de KNAU twee jaar geleden na afloop van het NK veldloop. Op het podium stonden drie hardlopende Ethiopische asielzoekers, met fraaie namen als Tessema, Woldemarin en Woldemeskel.

De Nederlandse atleten stonden erbij en keken er naar. 'Het is krom', mopperde Tonnie Dirks, in de jaren daarvoor de veldheer op de vaderlandse cross. 'Het is een beetje raar, zo'n zwart podium', oordeelde ook John Vermeule. 'Ja, het is even wennen', antwoordde Bert Paauw.

Een jaar later, weer een NK, nu in het Leijpark in Tilburg. Weer is het podium na afloop donkergekleurd. En al valt er een Ethiopiër af omdat hij een verkeerde broek aan heeft, de namen van de medaille-winnaars klinken opnieuw on-Nederlands: Woldemeskel, Tessema, Woldemariam.

Weer klagen de Nederlanders. Greg van Hest, met een vijfde plaats de beste 'echte' Nederlander: 'Ik loop alleen in de kopgroep met al die Afrikanen. En ze lopen allemaal tégen mij. Dat samenwerken, dat is hun instinct, toch?'

Daarop volgt een dialoog tussen de gefrustreerde René Godlieb en Van Hest: 'Potverdomme, Greg, eigenlijk ben jíj Nederlands kampioen.' Van Hest, brommend: 'Een Nederlands kampioenschap? Die gasten hebben niet eens een Nederlands paspoort.'

Weer een jaar later, begin maart 1997. De locatie is een nat, druipend Apeldoorns bos. Het podium is na afloop van de zware cross voor de verandering meer lichtgekleurd. Kamiel Maase staat bovenop, de dolblije Godlieb mag het rostrum ook betreden, slechts één plaats (de tweede) is weggelegd voor een Ethiopische Nederlander: Woldemarin.

Winnaar Kamiel Maase, die later dat jaar ook op de baan en de weg doorbreekt, over de Medelanders: 'Ik vind het goed dat ze er zijn. Ze prikkelen ons om harder te gaan lopen.'

Ze verschenen vrij plotseling in het land. Ethiopische atleten die na een wedstrijd in Europa achterbleven in Nederland en asiel aanvroegen. Tadesse Woldemeskel en Tekeye Gebreselassie (een oudere broer van wereldkampioen Haile) bleven hangen na de marathon van Amsterdam in 1992, omstreeks diezelfde tijd voegden zich Getanneh Tessema, Aiduna Aitnafa, Fransua Woldemariam en Woldeselasse Milkessa bij hen.

Ze behoren allen tot de Amharen, de bevolkingsgroep waarvan ook dictator Mengistu deel uitmaakte. Ze dienden tijdens zijn bewind in leger en marine, maar na Mengistu's val waren ze hun leven niet meer zeker, ook al hadden ze daarvoor vaak niet meer gedaan dan hardlopen.

In Nederland volgden de gebruikelijke processen, die resulteerden in verblijfsvergunningen. De Ethiopische asielzoekers kregen tijdens de rechtsgang steun van de Koninklijke Nederlandse Atletiek Unie (KNAU), die de Ethiopiërs in een aanbevelingsbrief 'een verrijking voor de Nederlandse sport' en een stimulerende factor voor de hardlopers van eigen bodem noemde.

Al tijdens het verblijf in de diverse asielzoekerscentra hadden de Ethiopiërs de hardloopschoenen weer aangetrokken. Niet alleen bij de veldloop, maar ook bij wegwedstrijden op Nederlandse bodem vraten de lichtvoetige Oost-Afrikaanse leeuwen de lokale atleten met huid en haar op.

Overal liepen ze, en bijna overal wonnen ze van de 'echte' Nederlanders. Erger nog: Omdat buitenlandse sporters die langer dan twee jaar in Nederland verblijven dezelfde rechten hebben als autochtone atleten, maakten de Ethiopiërs ook de dienst uit bij nationale kampioenschappen.

Getaneh Tessema werd in 1995 Nederlands kampioen op de 10.000 meter (baan), de halve marathon én de veldloop. Aiduna Aitnafa werd marathonkampioen. Van Hest mocht mopperen wat hij wilde, ook zonder paspoort werden 'de leeuwen' kampioen.

Twee jaar later lijkt een omslag te hebben plaatsgevonden. De Nederlanders zijn niet langer kansloos tegen de asielzoekende Ethiopiërs, die samen met de Palestijnse asielzoeker Mohamed Baket als Medelanders door het leven gaan. Zijn de Nederlanders beter geworden of zijn de nieuwe landgenoten minder sterk?

De kenners zijn het erover eens: De Nederlandse (weg-) atletiek is over het dieptepunt heen, al gloort er vooralsnog geen verblindend licht aan het einde van de tunnel. 'We hebben een kleine stap in de goede richting gezet', zegt Gerard Nijboer, sinds een halfjaar coördinator wegatletiek bij de KNAU. 'Let wel: een kleine stap. Onze gemiddelde marathon-tijd, in de 2.17, stelt internationaal nog helemaal niks voor.'

DAT DE Medelanders minder sterk en de Nederlanders beter zijn geworden is bovendien wat al te zwart-wit gesteld, vindt de voormalige toploper. 'Kamiel Maase was de afgelopen jaren vooral actief in Amerika. Hij kwam er pas dit seizoen echt bij. Daarnaast raakte Getaneh Tessema zwaar gewond bij een verkeersongeluk. Hij was toch het grootste talent van de Medelanders.'

Tessema, die tegenwoordig werkt voor het bedrijf van Jos Hermens, kan al weer aardig joggen en begin januari moet hij weer onder het mes. Nijboer: 'Terugkomen aan de echte top lijkt mij een utopie, daarvoor is hij te zwaar gewond geweest. Maar zijn rol moet je niet onderschatten. Zijn vrolijke uitstraling en zijn positieve levensinstelling hebben er toe bijgedragen, dat de andere Ethiopiërs hun verblijfsvergunning hebben gekregen. Die jongen heeft een heleboel goodwill opgebouwd.'

Het beeld is dus enigszins vertekend: Maase kwam erbij, Tessema viel jammerlijk weg, net op het moment dat hij ook internationaal (getuige de goede klassering bij de IAAF-cross in Brussel) doorbrak. Toch lijken de andere Ethiopiërs minder sterk, dit jaar. Aiduna Aitnafa, na Tessema het grootste talent van de groep, komt op de marathon niet meer in de buurt van de 2.11, de tijd die hij in 1994 in Eindhoven liep.

Mattie de Vugt, trainer van Aitnafa, somt daarvoor enkele oorzaken op. 'De strenge winter heeft sporen nagelaten. Bovendien moeten de Ethiopiërs met de sport in hun levensonderhoud voorzien. Daardoor zijn ze constant op zoek naar lucratieve wedstrijdjes en doen ze concessies aan hun sportieve ambities. Je kunt je niet op twee grote marathons per jaar richten, als je daarnaast ook heel hard moet lopen bij kleinere wegwedstrijden.'

Maar het is voor elke beroepsatleet een risico om zich alleen op de marathon te richten, zegt De Vugt. 'Aiduna liep in Amsterdam en was op weg naar 2.10.30, maar hij moest na 35 kilometer uitstappen omdat zijn eindtijd naar de 2.15 ging. Dan sta je daar, met lege handen. Dan is het dus veel aantrekkelijker om geld te verdienen bij kortere wedstrijden.'

Het feit dat de Ethiopiërs ontworteld zijn, heeft mentale maar ook sportieve gevolgen. 'Ze weten nog steeds niet waaraan ze toe zijn. Krijgen ze volgend jaar dat paspoort, of niet? Andere zaken gaan gewoon door, hoor. Aiduna heeft van de belasting nog aanslagen van 1995 liggen. Na zijn overwinning in Eindhoven, in 1994, werd zijn uitkering meteen stopgezet. Net als bij Ellen van Langen in 1992; ja, daar zijn ze in Nederland heel precies in...'

Ook het isolement mag niet worden onderschat, zegt de Vugt. 'Vorig jaar overleed een zus van Aiduna in Ethiopië, dit jaar stierf een andere zus. Vorig jaar was hij in voorbereiding op de marathon van Amsterdam; Tessema die van het overlijden had gehoord, heeft Aiduna pas later geïnformeerd. ''Hij kan er toch niet heen'', oordeelde Getaneh. Terecht misschien, maar wel hard.'

René Godlieb heeft 'wat afgekankerd op die Ethiopische gasten'. 'Heb je je hele leven hard getraind, komt Tonnie Dirks eindelijk in zijn nadagen en dan denk je: ''Dit is mijn kans''. Maar dan staan daar opeens die Afrikanen. Natuurlijk baal je daarvan. Ik werd achtste bij het NK veldloop in Deventer. Achtste! Dat was zowat de genadeklap. Er was natuurlijk maar één sportief antwoord: Wij moesten harder trainen, om harder te lopen.'

Godlieb is een sportieve tegenstander van de Ethiopiërs, benadrukt hij, verder kan hij het goed met ze vinden. 'Het was frustrerend dat ze zo hard liepen en lopen, maar het zijn geen etters, Aiduna is zelfs een hardloopvriend. Ze zijn zo ver van huis, zo alleen, dat kan ik allemaal niet bevatten. Zo'n Baket, die zijn vrouw en kinderen moest achterlaten, verschrikkelijk toch! Zeg ik wel 'ns dat ík zorgen heb, ja hallo, die stellen vergeleken bij die van hen natuurlijk helemaal niks voor.'

Marco Gielen zegt dat ook hij 'geprikkeld' is geweest door de aanwezigheid van de Ethiopische atleten. 'Het was soms frustrerend, maar op zich was het goed dat ze er waren. Je moest constant alert blijven. En automatisch word je daar beter van. We hadden met elkaar echt het gevoel van ''We laten ons niet pakken''. De Ethiopiërs zijn nu wat minder, maar nu is Mohamed Baket in topvorm. Da's ook weer een lekkere prikkel.'

Volgend jaar kan de groep Medelanders het Nederlandse paspoort hoogstwaarschijnlijk tegemoet zien - net als wellicht sprinter Troy Douglas en de Russische marathonloopster Nadesjda Iljina, die een tijd van 2.30 in de benen heeft. De laatste zou door haar huwelijk voor het Nederlanderschap kunnen kiezen; al met al zou dit een kleine revolutie in de nationale atletiek teweeg kunnen brengen.

Is het mogelijk dat Nijboer straks met een volledige donker getinte ploeg Nederlandse wegatleten naar de komende grote evenementen afreist? 'Ik denk het niet. Een aantal zal er bij zijn, maar ook jongens als Luc Krotwaar geef ik een goede kans.'

Pas in 1998 wil de zilveren medaillist van Moskou zijn marathonploeg echt op poten zetten. 'Ik hoop dat de hele groep gek wordt van de Olympische marathon van 2000. Want daar gaat het uiteindelijk allemaal om. Als in Sydney een Nederlander, donker of licht, in de Top-15 loopt, dan is mijn missie geslaagd.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden