De beantwoorde liefde van Niki Terpstra

Bijna voelen we de kussen van Ramona Terpstra

Zijn trage, vermoeide lach is het mooist. De lach op het gezicht dat vuil is van opspattend modder, van urenlang fietsen door Vlaams boerenland. Zijn ogen willen het liefst langer sluiten dan ze doen, terwijl ze tegelijkertijd alles wensen te ontwaren. Fietsen met de ogen dicht is alleen verantwoord in een droom. Wat zich hier voltrekt, is de ingeloste droom. Niki Terpstra ontwaakt in de roze werkelijkheid van Oudenaarde.

Hij hijst zijn armen omhoog. Dat lukt nog net. Hij draait ovalen met zijn rechterarm en blaast een sprankje lucht uit moeizaam gebolde wangen. Pffff. Zo oogt gelukkige, bijna erotisch geladen vermoeidheid. Wij kijkbuisvrienden mogen getuigen zijn van het grote genieten. Wij, uitgerust en op ons paasbest, leven mee met zijn ijselijke, heerlijke vermoeidheid.

Bijna voelen we de kussen van zijn vrouw Ramona. We zijn trots op de onmiddellijke herkenning van Terpstra’s verwijzing (‘Liefde voor de koers’) naar Raymond van het Groenewouds oude hit Liefde voor muziek, als Terpstra in het zogenoemde flashinterview rapt: ‘Ik bouwde op, ik bouwde op, ik bouwde op, ah het bloed steeg naar mijn kop.’ Het koude washandje door zijn gezicht veegt de inspanningen van de dag bijna in één keer weg. Bij elk gesprekje is hij een beetje schoner.

Niki Terpstra is een mooie kerel, zelfs na 265 kilometer. Hagelwitte tanden. Gulle lach, krullen die langzaam overeind kruipen als hij zijn helm afdoet. Het is alsof een fotomodel door het rauwe landschap fietst, hij is net een reclamespot. Maar hij is ook een renner met arbeidsethos. Elk jaar is hij iets beter geworden, altijd loert hij op kansen. Hij fietste een prachtig palmares bij elkaar op zijn 33ste.

Hij wint in superieure stijl, dankzij de vurige demarrage, door zijn zucht naar de aanval. Hij kan vooruit blijven, een kunst op zich in het hedendaagse wielrennen. Op goede dagen legt hij het jagende peloton het zwijgen op. Het gezicht van Tiesj Benoot, sleurend aan kop van de verslagenen, spreekt boekdelen. Zo was de tactiek: wegspringen, neerstrijken op vroege vluchters, tussen ze door laveren op de Oude Kwaremont, meteen afscheid nemen.

Het is een klassieke middag, op alle fronten. Eerst regen, later zon. Renners, kronkelend door schitterend, historisch boerenland, over Vlaamse weggetjes, omzoomd door beminde gelovigen. Renners stoempen in slierten door geultjes naast de keien. Op een moment rijdt een automobilist pardoes tussen het peloton. Er zijn valpartijen en prachtige luchten, gekopieerd van een schilderij.

Ook hangen in de stoel krijgt klassieke dimensies, met melancholische flashbacks naar de jeugd, naar vorige winnaars als Raas, Kuiper en Van der Poel. Dat je meteen naar buiten ging en Raas of Kuiper wilde zijn op je Motobécane, de eerste racefiets. Maar in een tijd dat je genoeg hebt aan jezelf, hoef je geen ander meer te zijn. Je hoopt en prevelt dat hij wint, de man met de mooie, trage lach. De man die moe is van het verliefd zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.