Reconstructie Amstel Gold Race

De Amstel Gold Race van 2019 was een nog nooit vertoonde ontknoping in de Limburgse heuvels

De Amstel Gold Race van dit jaar kende zijn gelijke niet. Het was een koers met een bloedstollende afloop. Winnaar Mathieu van der Poel en koersdirecteur Leo van Vliet blikken terug op de laatste kilometers. ‘Waar komt die nou ineens vandaan?’

Mathieu van der Poel wint de Amstel Gold Race. Beeld BELGA

Mathieu van der Poel (24) is van plan die ochtend van 21 april 2019, Eerste Paasdag, een blauwe broek te dragen, totdat hij hoort dat hij op een rode fiets zal koersen. Van die kleurencombinatie houdt hij niet. Het wordt dus weer een witte, ook mooi onder het rood-wit-blauwe shirt van de Nederlandse kampioen.

Leo van Vliet proeft die morgen een koortsige verwachting onder de toeschouwers als Van der Poel de teambus verlaat en van de Markt naar het Vrijthof fietst om zich in te schrijven. Natuurlijk wilde de koersdirecteur van de Amstel Gold Race hem erbij hebben. De zoon van Adrie had Dwars door Vlaanderen en de Brabantse Pijl gewonnen en was vierde geworden in Gent-Wevelgem en de Ronde van Vlaanderen. Die vliegt er altijd in. Na 18 jaar aanhoudende droogte is er zicht op een Nederlandse winnaar. ‘Mathieu! Kom op Mathieu!’

Het zal een race worden met een bloedstollende ontknoping. Nog nooit vertoond, is het unanieme oordeel na afloop. Op verzoek kijken de winnaar en de directeur de beelden van de laatste vijf kilometer terug op de laptop. Eerstgenoemde in zijn ouderlijke woning in Kapellen, België, de tweede op zijn woonboot in Amsterdam.

Van der Poel: ‘Het is de enige koers waarbij ik bij het terugzien nog kippenvel krijg.’ Van Vliet: ‘Ik word er nog vrijwel elke dag aan herinnerd.’

5 kilometer tot de eindstreep. Julian Alaphillipe en Jakob Fugslang rijden voorop. Eerste achtervolgers op 45 seconden. Tweede groep op 1.10.

De wedstrijd lijkt beslist. De Fransman Alaphilippe en de Deen Fuglsang hebben zo’n 30 kilometer eerder afstand genomen. Na de passage van de Bemelerberg rijden achter hen nog twee duo’s: de Pool Michal Kwiatkowski en de Italiaan Matteo Trentin, gevolgd door de Australiër Simon Clarke en de Nederlander Bauke Mollema. Ertussen zwemt de Duitser Maximilian Schachmann.

Van Vliet rijdt pal achter de koplopers in een witte Mini met open dak. Hij komt even langszij om ze de marge toe te roepen. Intussen denkt hij: dit zijn de besten in koers. Dat stemt tevreden. Dit zullen mooie namen worden op de erelijst. Hij zat nog vlak voor Van der Poel , toen die demarreerde op de Gulpenerberg, op 43 kilometer van de finish. Maar beneden, op de Rijksweg, vlak voor Wahlwiller, was de debutant in de klassieker achterhaald en uit zijn blikveld verdwenen.

In zijn gedachten komt de renner nog één keer voorbij. Van Vliet besluit onderweg hem de prijs voor de strijdlust toe te kennen. Het was toch een mooie actie geweest op de Gulpenerberg, zij het wat ongedurig en ook wel een beetje onverstandig. Maar zo’n jongen gun je wat.

Van der Poel rijdt na de Bemelerberg in het gezelschap van vier renners: de Fransen Romain Bardet en Valentin Madouas, de later betreurde jonge Belg Bjorg Lambrecht en de Italiaan Alessandro De Marchi. Ook hij denkt dat de koers voorbij is. Hij hoopt op een plek in de top-10. Dat hij nog behoorlijk tempo maakt, is vooral om te voorkomen dat achteropkomende renners hun groepje inlopen. Wie er buiten de koplopers nog voor hem rijden, weet hij niet eens. De benen voelen weer goed, nadat hij is hersteld van de aanval op de Gulpenerberg en een vergeefse poging het vertrek van Alaphilippe en Fuglsang te pareren. Hij heeft even wat rustig aangedaan.

Nog 4 kilometer. Eerste achtervolgers op 41 seconden. Tweede groep op 1.10.

Fuglsang heeft net vergeefs geprobeerd Alaphilippe af te schudden. Hij wil niet met hem naar de streep. De Fransman is de veel betere sprinter. Die klopte hem al in de Strade Bianche en de Waalse Pijl.

Van Vliet, in zijn auto getuige op de eerste rij: ‘Toen kon ik eigenlijk al zien dat Alaphilippe niet goed meer was. Hij reed met het hol open om weer aan te sluiten. Hij was voortdurend zijn rug aan het rechten. Maar ze bleven behoorlijk doorrijden.’

Onopgemerkt door de tijdwaarneming, is Van der Poel aan zijn opmars begonnen. Hij vraagt zijn ploegleiding naar het aantal renners voor hem en wil tijdverschillen weten. In de volgauto blijven zijn begeleiders het antwoord schuldig. ‘We hebben geen info. We kunnen je niet helpen.’

Mathieu van der Poel tijdens de Amstel Gold Race. Beeld Getty Images

Van der Poel: ‘We hebben na de Bemelerberg in ons groepje een tijdje formidabel rondgedraaid. Daar hebben we veel tijd goedgemaakt.’

In de auto van Van Vliet komen de beelden met een vertraging van zeker tien seconden door en gaat het tv-scherm geregeld op zwart. Hij gaat maar staan in het open dak om een beter en actueel overzicht te houden op de gebeurtenissen op de kronkelweggetjes.

3 kilometer. Eerste achtervolgers op 39 seconden. Tweede groep op 1.00.

Nog steeds lijken de verschillen tussen de duo’s tamelijk stabiel. Maar als Van Vliet in Amsterdam op zijn laptop de beelden terugzet naar een moment eerder, wordt duidelijk dat Van der Poel wel met rasse schreden nadert. Hij bevriest de beelden bij een bochtje naar rechts, waar het parcours de Lindenstraat verlaat naar de Oeveregrubbe. Daar zit hij al op 1.05. Kort daarop smelt zijn groep samen met Clarke en Mollema. De laatste spartelt meteen achteraan en heeft moeite om het wiel te houden. ‘Het was alsof ik achter een brommer reed’, zegt hij na de finish.

Van der Poel: ‘Zij vormden een mooi mikpunt. Dat is ook wel mijn geluk geweest. Ik kon altijd ergens naar toe rijden. Als je niks voor je ziet, ben je alleen maar bezig met de eerste te zijn van je groepje.’ Hij neemt lange beurten voor zijn rekening. Zodra een ander niet overneemt van de leider, stuurt hij niet mee uit, maar pikt meteen een plek in de trein in om het tempo hoog te houden. Maar hij is niet bezig met het podium, hij weet nog altijd niet wie er nog meer voor hem zitten. ‘Ik dacht: iedere renner die ik nog terugpak, is een plekje omhoog in de uitslag.’

Van Vliet: ‘Nog steeds had ik het idee dat de koplopers het zouden halen. Bijna een minuut voorsprong, dat is te doen.’

2 kilometer. 33 seconden op de eerste achtervolgers, 48 op de tweede groep, nu met Van der Poel.

Van Vliet, nog altijd rijdend achter de Deen en de Fransman, weet nog steeds niet dat Van der Poel eraan komt. Hij ziet wel dat de marges slinken. Op de Rijnsbergerweg gaat het vals plat omhoog. Schachmann, daar is hij ineens, sluit aan bij Trentin op het moment dat Kwiatkowski vertrekt, op weg naar de leiders in de wedstrijd.

Van der Poel: ‘Je ziet hier dat de vaart bij Alaphilippe en Fuglsang er wat uit is. Het is een beetje peddelen wat ze doen. Als ze gewoon waren blijven rijden, win ik die koers nooit. Later hoorde ik dat Alaphilippe al tegen de kramp aanzat. Maar het gat is nog best groot.’

1,5 kilometer. 23 seconden op eerste achtervolgers, 28 op de tweede groep.

Van der Poel c.s. sluiten aan bij Trentin en Schachmann. Achter Van Vliet rijdt een auto van fietsonderdelenfabrikant Shimano. Die seint: er komen renners aan, het is beter even de berm op te zoeken. De koersdirecteur komt op 1,3 kilometer nog één keer naast de koplopers. ‘Ze komen dichterbij!’, roept hij. Dan stopt hij aan de zijkant van de Sibberweg.

Even later ziet hij eerst Kwiatkowski passeren en dan raast Van der Poel met zijn metgezellen voorbij, op de weg naar de Rijksweg, de rechte streep van een kilometer naar de finish. Van Vliet is stomverbaasd. Waar komt die nou ineens vandaan?

1 kilometer: Kwiatkowski op 5 seconden, Van der Poel op 9 seconden.

De koplopers vallen stil. Van Vliet: ‘Alaphilippe heeft de benen niet en Fuglsang heeft weinig zin om met hem naar de finish te rijden.’ De ploeg van de Deen, Astana, heeft ook al moeite om de gebeurtenissen bij te houden. Hij had even eerder naar het verschil met de jagers gevraagd en hoorde ‘26 seconden’. Hij draait zich om en kijkt in het gezicht van Kwiatkowski. Die rijdt 10 meter achter hem.

Vanaf het moment dat hij de Rijksweg opdraait, beseft Van der Poel dat een ereplaats binnen bereik is en wie weet nog wel meer. Hij besluit van ver af aan te gaan.

Van der Poel: ‘Ik wist ik dat ik de kans had om er dichtbij te komen. Onze snelheid lag een stuk hoger. Iemand opvangen die van achteruit komt, is heel moeilijk. Ik heb nog een paar keer gevraagd of iemand nog wilde overnemen, maar dat gebeurde niet. Ik heb geluk gehad dat het één rechte weg was en wind af. Met wind op win je zoiets nooit.’

Opvallend: hij is meer beducht voor de renners in zijn wiel dan de twee die vooraan rijden. ‘Ik wist niet wie er nog zaten en wie er nog fris was. We hadden allemaal een behoorlijke inspanning gedaan, maar af en toe draaide iemand niet mee. Je weet het nooit.’ Hij kijkt herhaaldelijk achterom en zwiept van rechts naar links over de volle breedte van de weg. ‘Ik wilde zien of er echt niemand kwam. Als je even wat uitstuurt, neemt er vaak wel iemand over. Maar het tempo lag blijkbaar al te hoog.’

Mathieu van der Poel viert zijn overwinning tijdens de Amstel Gold Race. Beeld ANP

Als Alaphilippe het met de moed der wanhoop probeert, versnelt Van der Poel nog maar eens. De grimassende Fransman heeft nog wel de tijd om opzij te kijken. De wedstrijd was 200 meter te lang, oordeelt hij na afloop.

Van Vliet ziet van enige afstand toe hoe zijn droomscenario toch bewaarheid wordt. ‘Ik had er eigenlijk niet echt goed zicht op. Ik hoorde vooral het publiek tekeer gaan en de speaker. Van der Poel! Van der Poel!’

Eindstreep: 0 kilometer.

De winnaar grijpt hoofdschuddend en vol ongeloof naar zijn helm, de directeur balt in het open dak van de Mini in extase zijn vuisten. Hij probeert een vreugdedansje in de krappe ruimte. ‘Ik kwam ook juichend over de finish.’

Zo’n 150 meter verderop zegt vader Adrie: ‘Wat een mafkees.’ Lance Armstrong, ooit zevenvoudig Tourwinnaar, heeft het later in zijn podcast over ‘a fucking animal.’

Van der Poel ligt kermend op de grond naast zijn fiets. ‘Dit was echt wel vreugde, hoor, maar ik was natuurlijk ook wel diep gegaan. Ik heb nog geprobeerd de ploegleiding te laten weten dat het gelukt was, maar ik geloof niet dat ze dat ooit hebben gehoord.’ In de kolkende zee van begeleiders, cameraploegen en fotografen vinden ze elkaar, de winnaar en de directeur. Een omhelzing volgt.

De statistiek komt later; de cijfers komen van zijn ploeg. Van der Poel legt de laatste 5 kilometer af met een gemiddelde van 48,3 km per uur, de laatste 3 zakt dat naar 45,8 – het gaat er even omhoog. De laatste kilometer raffelt hij af met een gemiddelde van 57,5. Ter vergelijking: de moegestreden Alaphilippe haalt daar naar schatting ruim 46 km per uur.

Van der Poels dataleverancier Wahoo geeft de cijfers in de eindsprint vrij. Zijn hartslag piekt in de laatste meters op 197 slagen per minuut. De laatste 800 meter trapt hij een gemiddeld vermogen van 800 watt met als eenmalige uitschieter 1400 watt. Hoogste snelheid (wind af): 67,4 km.

Op het podium slaat Van der Poel na de huldiging in enkele teugen een reusachtig glas bier achterover. Het is warm en hij heeft dorst. Hij moet nog even blijven staan, want daar is Leo van Vliet nog, met de trofee voor de strijdlustigste renner.

Sinds die gedenkwaardige Eerste Paasdag hebben ze elkaar nooit meer gesproken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden