De almachtige spelleiders

Kroonprins Willem Alexander treedt in 1999 toe tot het Internationaal Olympisch Comité. Een benoeming voor het leven, maar hij heeft voorbehoud moeten maken dat hij terugtreedt zodra hij geroepen wordt tot het koningschap....

'DE SPELEN worden gecontroleerd door een zichzelf aanvullende groep senioren die als vorsten de wereld rondvliegen en zich uitgebreid laten fêteren door steden die wanhopig proberen de moderne, uiterst profijtelijke Spelen binnen hun grenzen te halen.'

Dat is de kern van het betoog waarvoor de Britten Viv Simsons en Andrew Jennings inmiddels twee boeken nodig hadden. Het duo stelt, overigens niet voor de eerste maal, vast dat het IOC al jarenlang wordt geleid door een voormalig falangist en aanhanger van de Spaanse dictator Franco, Juan Antonio Samaranch.

Een eeuw bestaat het IOC en het had slechts zeven voorzitters nodig. Dat is op z'n minst een curieus feit. Geen organisatie met zo veel inkomsten en invloed kan, als er 'controle op de macht' bestaat, zo lang en zo ongestoord onder dezelfde leiding staan. Maar het IOC en zijn voorzitter hebben vrijheid van handelen, hoeven zich alleen ten opzichte van de eigen, zelfbenoemde achterban te verantwoorden en maken zich daardoor onschendbaar.

Zo konden de Olympische Spelen van 1936 door het Duitsland van Hitler worden binnengehaald, zo kon de Amerikaan Avery Brundage in 1972 na een Palestijnse aanslag van de Paarse September op de Israelische ploeg op de tribune in München plaatsnemen en onverstoorbaar roepen: 'The Games must go on'

Dat adagium blijkt in Nagano nog steeds aangehangen te worden. De doorgaans toch zo frivole staatssecretaris Terpstra (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) wist, hoe lijkbleek ook, niet hoe snel ze de woorden van Brundage uit 1972 moest herhalen.

Nederland heeft zijn les in het boycotten van grote sportgebeurtenissen geleerd: daar kun je maar beter niet aan mee doen. Het Nederlands Olympisch Comité besloot in 1956 de Spelen van Melbourne uit de weg te gaan, omdat kort daarvoor de Sovjet-Unie Hongarije was binnengevallen. Het gewelddadige drama werd door het NOC adequaat beantwoord, maar zelfs de toenmalige secretaris-generaal van dat NOC, Wim van Zijll, die later schaduwminister van sport zou worden in het beoogde eerste kabinet van Den Uyl, zei achteraf dat Nederland door de boycot van Melbourne zichzelf volledig had geïsoleerd. Dat had nooit mogen gebeuren.

Maar het gebeurde opnieuw, en het gebeurde niet alleen opnieuw op Olympisch niveau. Freek de Jonge en Bram Vermeulen riepen op tot een boycot van het wereldkampioenschap voetbal in Argentinië in 1978. Hun motto - 'Bloed aan de paal' - was zo vreemd nog niet, want de toenmalige president van Argentinië had, zoals is gebleken, minstens twintigduizend doden op zijn geweten. Desapericidos heten ze, 'verdwenenen'. Las Locas, de gekke vrouwen van Buenos Aires, tekenden dagelijks gedurende een stille omgang in het centrum van de hoofdstad van Argentinië, een indrukwekkend protest aan. Het waren moeders die hun dochters en zonen verloren hadden, kwijt waren; sommigen bleken achteraf uit laadruimtes van vliegtuigen in zee te zijn gedumpt.

Freek de Jonge en Bram Vermeulen lieten hun woede horen, er kwam een nationale discussie, maar hoe spraakmakend ook, het duo verloor die discussie natuurlijk. De Nederlandse sport had van 1956 geleerd dat je met een boycot niets opschiet. Heel voorzichig en terughoudend werd ook gereageerd op vragen in de Tweede Kamer. De Nederlandse ambassadeur in Argentinië, Jonkheer Van den Brandeler, had in een interview met De Volkskrant verklaard dat president Videla zo'n geweldig aimabele man was 'met wie je geweldig leuk de watersport kon bedrijven'.

Deze pijnlijke uitlatingen, op de eerste plaats pijnlijk voor de slachtoffers die het bewind van Videla destijds maakte, werden in en door Nederland nooit behoorlijk onderzocht. In laatste instantie nam de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Chris van der Klaauw zijn ambassadeur in bescherming: de man was even in de fout gegaan, maar dat kon je hem niet aanrekenen.

Toch ontstond er opnieuw verwarring. In december 1979 viel Rusland Afghanistan binnen, met militair vertoon van macht. De wereld reageerde geschokt en president Carter legde het 'westblok' een Olympische boycot op. De Spelen van dat jaar zouden worden gehouden in Moskou.

Nederland wist zich geen raad, het IOC ook niet trouwens. Het Internationaal Olympisch Comité had twee standpunten, en hetzelfde gold voor Nederland: 1) als we het dictaat van de politiek voorop stellen, dan kunnen we beter ophouden, 2) maar het past na de aristocraat De Coubertin, de Amerikaanse zakenman Avery Brundage en de brave Ierse baron Killanin ook niet om keihard het verleden te verloochen.

Het is een wat cryptische formulering. Geheel in stijl van het NOC overigens. Het NOCNSF had in de beginjaren negentig een ietwat ander 'imago' nodig. Er deden zich vergaderingen voor in een traditioneel afgehuurd Schevenings hotel waarvan de honden geen brood lustten. Mensen als Vonhoff, Frese en Geesink maakten elkaar daar voor rotte vis uit.

Dat was toentertijd een ophefmakende affaire, maar de sport stond niet in hoog aanzien en dus verdween de kwestie weer even snel onder het tapijt als ze er bovenuit was gekomen. Het troeblerende van de zaak was, gaf de latere voorzitter Huibregtsen ook toen al toe, was niemands serieuze bekommernis. Niet voor niets beschuldigde Huibregtsen in het gewraakte artikel van de Volkskrant, afgelopen dindag, de verslaggever van het schenden van een vertrouwensband. Dat was natuurlijk de vraag. Het ging erom hoe Huibregtsen zijn enorme woede over de benoeming van outsider Willem Alexander op de best mogelijke manier kwijt kon.

Dat werd vervloeken, en vervloeken moet zacht worden gedaan, zeker in de traditie van het IOC. Toen Simson en Jennings hun boek schreven over het IOC en Samaranch, spande de IOC-voorzitter terstond een rechtszaak aan. Hij bleek geen been te hebben om op te staan. De beschuldigingen van Simson en Jennings konden op geen enkele wijze ontkracht worden.

Het probleem bij die beschuldigingen is de geldkwestie. De 'onschuld' is weg uit de Olympische 'beweging'. Het gaat de laatste jaren uitsluitend om het binnenhalen van geld. Wie daarin slaagt, zoals Samaranch - vroeger Spaans ambassadeur in de Sovjet-Unie en beschermheer van de Amerikaanse belangen - krijgt alle krediet en hij weet het zelfs voor elkaar te krijgen de benoemingstermijn dusdanig te verlengen dat ook hoogbejaarden het NOC kunnen voorzitten.

NATIONAAL ligt het anders. Huibregtsen is even in de fout gesprongen. Het lijkwitte gezicht van staatssecretaris Terpstra was alleszeggend. Zij moet hebben beseft wat eerdere conflicten over de rol van Nederland internationaal voor betekenis kregen.

Een vrijwel vergeten incident deed zich voor in 1984. Er is destijds veel te weinig over geschreven. De complete Afrikaanse top, favoriet voor een groot aantal atletiektitels, werd gesommeerd thuis te blijven. Het was de derde boycot op rij. Het nietige Nieuw-Zeeland rugbyde tegen Zuid-Afrika en die schijnbaar onbelangrijke gebeurtenis was aanleiding voor de zoveelste Olympische affaire. Alle Afrikaanse equipes waren al gearriveerd in Los Angeles, ze werden een dag voor het begin werkloos en politiek ongewenst verklaard. Wie weet wat een Afrikaans atleet met een paar dollar kan doen, weet ook hoe zwaar een politiek boycot-bevel aankomt.

Nog niet lang lang geleden was Sam Ramsamy nog banneling in Londen. Hij was democratisch benoemd tot voorzitter van het Zuid-Afrikaans Olympisch Comité, maar Mandela moest er uiteindelijk zijn positie ondersteunen om Ramsamy volledig geaccepteerd te krijgen.

Dit soort rare, altijd weer verrassende voorvallen kenmerken de Olympische geschiedenis. Elk land gaat in deze geschiedenis in de fout en Nederland is geen uitzondering. Aan de Hitler-Spelen werd wel deelgenomen, aan de Melbourne-Spelen van 1956 niet.

Enige ironie kan geen kwaad, want het is in de grond ook tamelijk lachwekkend hoe de kroonprins zich laat paaien, maar uit historisch oogpunt is er niets veranderd. Dat klinkt ironischer dan het is bedoeld. Waar het om gaat, is de vraag of het goed is dat Willem Alexander lid wordt van het IOC. Meer dan een eeuw Olympische geschiedenis leert dat absolute terughoudendheid misschien maar beter is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden