Nieuws10 kilometer Kazachstan

De 10 km schaatsen saai? Niet in Kazachstan

Patrick Roest won de 10 kilometer bij de wereldbekerwedstrijden in Kazachstan. Het was een van de weinige keren dat de schaatser zijn kunnen op die afstand mocht laten zien. De discipline zit in het verdomhoekje.

Patrick Roest in actie tijdens de 10 kilometer race in Kazachstan. Beeld EPA

Hij is elf minuten onderweg op de 10 kilometer in Kazachstan als Patrick Roest toegeeft aan de pijn in zijn bovenbenen. Hij legt zijn handen op zijn dijen en geeft ze een extra duwtje mee. Vlak achter hem duikt Jorrit Bergsma op, die zijn kans ruikt om Roest te verslaan. Dat vier ronden later Roest toch de winnaar is, en Bergsma slechts vijfde wordt, lijkt op dat moment onmogelijk.

De 10 kilometer zit al jaren in het verdomhoekje van het langebaanschaatsen. Daar is het door de internationale schaatsunie ISU ingedrukt, omdat er geklaagd werd dat de afstand te saai zou zijn. Groeiend gras zou nog enerverender zijn om naar te kijken, zo luidt het cliché, en altijd wint een Nederlander. Dat laatste gebeurt zaterdag ook, maar saai is het zeker niet.

Schokschouderend en grimassend gaat de 24-jarige Roest over het ijs in Noersoeltan, zoals de hoofdstad van Kazachstan sinds het aftreden van president Noersoeltan Nazarbajev dit jaar heet, in plaats van Astana. Een klassiek geval van zelfoverschatting, zo lijkt het. De pupil van Jac Orie was te snel vertrokken en Bergsma leek ervan te kunnen profiteren.

Even plotseling als de inzinking is gekomen, volgt de opleving bij Roest. Hij duikt van rondjes 32 naar 30,2, gevolgd door een slotronde van 29,8, zijn snelste ronde van de hele race.

Bergsma ziet vanuit de verte hoe Roest in 12.59,44 finisht. Terwijl zijn tegenstander een tweede adem vindt, raakt de 33-jarige Fries juist het spoor bijster. Hij besluit met rondjes 34,5 en 36,3 en komt zo tot 13.11,02. Bijna elf seconden verliest hij in de laatste 800 meter.

Wonderlijk duel

Na het wonderlijke duel van Roest en Bergsma komt Marcel Bosker in de laatste rit op het ijs. Vorig jaar won hij de enige tien kilometer van het wereldbekerseizoen, op het zware ijs van het Poolse Tomaszow Mazowiecki. De tijd van Roest lijkt voor de 22-jarige, in Zwitserland geboren Bosker te hoog gegrepen, maar hij mikt op een podiumplaats.

Aanvankelijk is Bosker goed op weg, tot hij na zo’n 7 kilometer ook in de problemen lijkt te komen. Anders dan Roest kan hij dat niet meer ombuigen. Integendeel, met nog negen ronden voor de boeg trekt Bosker het mutsje van zijn schaatspak af. Met wapperende haren vervolgt hij zijn weg, maar hij komt niet lang daarna overeind, maakt een wegwerpgebaar en wil uit de wedstrijd stappen. Coach Peter Kolder brult vanaf de zijkant dat hij door moet rijden.

De jonge Bosker weet zich met de situatie geen raad. Hij trekt zichzelf weer in gang, herneemt zijn schaatshouding, maar komt een paar ronden later opnieuw overeind. Denis Joeskov, de Rus die na een aantal seizoenen als 1.000- en 1.500-meterspecialist nu weer als allrounder actief is, gaat Bosker voorbij.

Weer vervolgt de Nederlander zijn weg met rondetijden uit de oertijd van het schaatsen. De 23ste ronde in 40,1 was het dieptepunt. Uiteindelijk wordt hij met 13.49,96 laatste. Achter winnaar Roest mogen de Rus Danila Semerikov (13.02,43) en de pas 22-jarige Canadees Graeme Fish (13.04,25) een medaille in ontvangst nemen.

Warmte

Met een bijna verontschuldigende glimlach verschijnt Bosker een klein uur na zijn finish voor de camera van de NOS. Hij is nog een beetje rillerig, vertelt hij, maar de ‘duizeligheid en het zwart voor de ogen’ zijn weggetrokken. Een goede verklaring voor zijn inzinking heeft hij niet, stamelt hij, nog altijd wat beduusd, maar de warmte in het Sportpaleis Alau moet een een rol hebben gespeeld. ‘Ik had het zo heet. Ik raakte oververhit.’

Ook Roest klaagt over de warmte. Hij voelt er zich ruim na de wedstrijd nog duizelig door. ‘Het was een heel zware 10 kilometer’, zegt hij. ‘Niet door het ijs, maar wel door de warmte in de hal.’

Roest en Bosker hebben een punt. Het is tijdens hun 10 kilometer ruim 17 graden, een temperatuur waarbij de gemiddelde wielertoerist in korte broek en korte mouwen de weg opgaat. De schaatsers zitten echter van top tot teen in hun nauwsluitende kleding verpakt en kunnen hun warmte niet zo goed kwijt. Op een korte afstand is dat te verhapstukken, maar voor een lange afstand, stelt Bosker, was het ‘zo’n zes à zeven graden te warm’.

De verliezer van de dag overdrijft enigszins.  Normaal gesproken is de luchttemperatuur van een ijshal bij internationale wedstrijden rond de 15 graden Celsius. Dit seizoen waren de wereldbekerwedstrijden wat kouder. In Minsk was het tijdens de 5.000 meter 12 graden en in Tomaszow Mazowiecki 13,7.

In Noersoeltan is het bijna altijd bovengemiddeld warm. De enige uitzondering was de wereldbekerwedstrijd in 2012, toen Jorrit Bergsma bij een veel aangenamere 15,4 graden het baanrecord (12.50,40) reed.

Toch is het zeer de vraag of de warmte van afgelopen weekend de inzinkingen kunnen verklaren. In december 2013 won Sven Kramer tijdens een wereldbekerwedstrijd in 13.02,38. De thermometer wees toen een bijna zomerse 18 graden aan. De onervarenheid op de afstand die nog maar twee keer per seizoen als losse discipline op wereldniveau wordt betwist (één keer wereldbeker en WK afstanden), speelt waarschijnlijk ook mee. Het is een paradox: de gedachte van de ISU dat de 10 kilometer saai is, heeft de afstand aantrekkelijker gemaakt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden