Dan maar geen interview

OP VERZOEK van deze krant keek Louis van Gaal in juli op een persconferentie in Hoenderloo terug op een telefoongesprek dat hij een jaar eerder voerde met Arie van Eijden, algemeen directeur van de KNVB....

Paul Onkenhout

Het was een kort gesprek, herinnerde Van Gaal zich. 'Net zo'n kort gesprek als wij zouden hebben als jij me zou benaderen voor een interview. Dan zeg ik ook meteen nee.'

Ach ja, die Louis. In 1993 schreef ik een stuk waarin Ajax op niet al te genuanceerde wijze werd vergeleken met een sekte en Van Gaal tot sekteleider werd benoemd. Het leverde me een plaats op de zwarte lijst op, het klassement van journalisten die in de ogen van Van Gaal niet deugen - of te kritisch zijn.

Het is niet iets om trots op te zijn, zo'n klassering. Lezers van de Volkskrant willen ook wel eens een interview met Van Gaal lezen. Anderzijds komt het de onafhankelijkheid ten goede. Als je toch al in de ban bent gedaan, hoef je nergens meer voor te vrezen. Je kunt dan schrijven wat je wilt.

Dat laatste gebeurt in de sportjournalistiek steeds minder, volgens sommigen. In september zwengelde de Belgische (televisie-)journalist Ivan Sonck een korte discussie aan in het Algemeen Dagblad.

Boven het provocerende interview stond de kop 'De sportverslaggeving verkleutert.' Sonck zei zich ernstig zorgen te maken over wat hij 'de debilisering' van de sportjournalistiek noemde.

Ontegenzeglijk is in de stadions een nieuwe generatie journalisten aangeschoven. Ze zijn volgzaam van aard en betrachten nauwelijks nog distantie met voetballers, trainers en bestuurders, uit commerciële motieven vooral, of gewoon omdat ze geen zin hebben in gezeik.

Sonck verzuimde echter indertijd een onderscheid te maken tussen de diverse media. Vooral televisiejournalisten torsen de mantel der liefde voortdurend met zich mee. Ze laten anderen, zogeheten deskundigen (Cruijff, Mulder, Spelbos, Kieft, Van Hanegem) of de schrijvende pers, de harde noten kraken. Televisie wordt steeds meer Jack van Gelder - en steeds minder Theo Reitsma.

Dezelfde conclusie wordt getrokken in een onlangs verschenen boek waarin artikelen van de winnaars van het gouden pennetje zijn gebundeld.

Het gouden pennetje is een journalistieke prijs die overigens nog nooit aan een sportjournalist ten deel is gevallen, volkomen ten onrechte overigens.

René van der Lee schreef een stukje onder de titel Het gsm-nummer van Edgar Davids. Hij formuleert twee stellingen:

1. 'Meer dan elke andere tak van de journalistiek is sportverslaggeving geworden tot een mijnenveld waarin een verkeerde vraag, een verkeerd geplaatste komma kan leiden tot het einde van een contact.'

2. 'Onafhankelijke sportjournalistiek is anno 1999 even zeldzaam geworden als een roos in de woestijn.'

Maar zó erg is het nou ook allemaal weer niet, geeft Van der Lee zelf toe. Aan het slot van zijn artikel schrijft hij dat de liefhebbers van de kritische sportjournalistiek aan hun gerief moeten zien te komen in de veelheid van dag-, week- en maandbladen.

Nog altijd is de schrijvende pers de ruggengraat van de sportjournalistiek. Wie zijn oordeel alleen op televisie-uitzendingen zou baseren, heeft bijvoorbeeld geen flauw benul van de machtsstrijd die momenteel bij Ajax wordt gevoerd of de geïsoleerde positie waarin trainer Wouters zich bevindt.

Daarvoor moeten de kranten worden gelezen. Evenals het spel van Ajax mist de televisie over het algemeen diepgang. Deels wordt dat veroorzaakt door de werkomstandigheden. Krantenjournalisten beschikken over meer mogelijkheden omdat ze geen beelden nodig hebben, maar slechts pen en papier.

Maar zelfs dan is het zo makkelijk niet om altijd maar kritisch te blijven en voortdurend te streven naar onafhankelijkheid, tenzij je je verschanst in een ivoren toren.

In de nacht van donderdag op vrijdag koos een handjevol verslaggevers positie in een gang van stadion Son Moix in Palma de Mallorca, samen met Jan Wouters.

We spraken lang over de wedstrijd en geduldig en vriendelijk en met zachte stem verwoordde Jan Wouters de oorzaken van de vormcrisis van Ajax. Hij deed daartoe althans een poging.

De ene helft journalisten had de crisis bij Ajax op dat moment al breed uitgemeten (en in verband gebracht met het optreden van Wouters als trainer), de andere helft zou dat 's nachts gaan doen.

In de ivoren torens van de sportjournalistiek was het licht op dat moment waarschijnlijk al lang uit. De bewoners zullen vandaag of morgen in de krant of op televisie Wouters wel villen, alvorens ze op zoek gaan naar een volgend slachtoffer.

Maar ik voelde me wat ongemakkelijk en geenszins trots, daar in die gang in dat verlaten stadion, een uur na het schrijven van een stuk waarin ik het functioneren van Wouters bij Ajax ter discussie had gesteld.

De trainer van Ajax rookte met bedachtzame gebaren een sigaret. Toen hij de sigaret wilde doven, trapte hij er niet op, zoals het meest voor de hand lag, maar maakte hij zich los uit de kring en ging hij op zoek naar een asbak. (Hij vond een leeg plastic bekertje).

Plotseling voelde ik een grote sympathie voor Wouters. Maar dat doet er allemaal dus niets toe.

Oh ja Louis, één ding nog: dan maar geen interview.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden