Reportage Dai Dai Ntab

Dai Dai Ntab is 500 meter zijn zenuwen de baas in kwalificatie voor wereldbeker

Dai Dai Ntab bombardeerde zichzelf drie seizoenen geleden tot hét 500-metertalent van Nederland, maar daarna ging het op belangrijke momenten steeds mis. Ook de kwalificatiewedstrijd voor de wereldbeker begon hij vrijdagavond met een valse start, maar deze keer kwam daar een winnende tijd achteraan.

Dai Dai Ntab maakt hier een valse start, maar zet zijn tweede kans om in winst. Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

Net nog wat meer dan bij de andere sprinters houdt het publiek vrijdagavond de adem in bij de 500-meterstart van Dai Dai Ntab. De 25-jarige schaatser ging de afgelopen anderhalf jaar vaak de fout in nog voor zijn race goed en wel begonnen was. ‘Klaar’, roept de starter. Dan klinkt het startschot. Twee keer. Ntab heeft bewogen. Het is een valse start. In tweede instantie is hij wel goed weg en rijdt met ferme klappen naar de snelste tijd, 34,79, maar vooral naar de bevrijding waar hij al anderhalf jaar naar smachtte.

‘Ik wil weer vrij schaatsen’, had Ntab een aantal dagen voor het wereldbekerkwalificatietoernooi in Thialf verteld. Hij repte niet over zeges of titels, maar alleen over het gevoel op het ijs. De ­afgelopen twee winters hadden niet gebracht waar hij op had gehoopt. Hij was stil blijven staan, vond hij.

In het seizoen 2016-2017, het pre-olympisch jaar, was hij met donderend geraas de internationale schaatstop binnen gespurt. Hij won, als betrekkelijke nieuweling, drie wereldbekerwedstrijden en positioneerde zich in één keer tot het 500-metertalent van Nederland. In het eerste deel van het olympisch seizoen voldeed hij nog aan die verwachting, maar op het olympisch kwalificatietoernooi ging het mis. Hij maakte twee valse starts en werd gediskwalificeerd. Weg was zijn olympische droom. De tranen liepen hem over de wangen.

Vorige winter kon hij zich voor dat debacle niet revancheren. Zijn start bleef haperen. Hij was vaak te traag weg, bibberde en twijfelde. Hij kwalificeerde zich niet rechtstreeks voor de wereldbekercyclus en tijdens de meeste wedstrijden waarin hij als ­reserve mocht starten mankeerde er bijna altijd wel iets.

‘Heel lang zei ik dat er niets aan de hand was, maar uiteindelijk werd het toch een probleem. Misschien ook omdat ik er, onder meer in de media, steeds mee geconfronteerd werd. Het was voor mijzelf wellicht minder groot dan voor andere mensen, maar ik werd er telkens weer in getrokken’, blikte hij terug op zijn wankele starts.

Bovendien was aan vorig jaar een ­zomer vol zorgen voorafgegaan. Lang zat zijn ploeg zonder geldschieter, hij kampte met een knieblessure en had de klap van de gemiste Spelen nog ­altijd niet verwerkt. ‘Vorig jaar was een seizoen waarin ik eigenlijk niets gepresteerd heb, al heb ik nog wel een keer het podium gehaald in de wereldbeker. Ik heb toen de ontwikkeling van de jaren ervoor niet kunnen doorzetten.

Plezier verloren

‘Ook al was het maar één seizoen, toch kreeg ik het gevoel dat ik vijf jaar had verloren’, vertelde hij. ‘Voor de Spelen was ik altijd met een bepaald ­gevoel naar bed gegaan: ik wil olympisch kampioen worden. Die droom was heel abrupt ten einde gekomen.’

Hij verloor het plezier in de sport en hervond dat maar mondjesmaat. ‘Dat was vorig jaar bij de wereldbekerkwalificatie wel een ding, maar aan het eind van het seizoen kwam het toch terug. Nu ben ik fit en zit ik lekker in mijn vel. Ik ga dit jaar met frisse moed beginnen’, was zijn voornemen.

Hij voegde vrijdagavond direct de daad bij het woord. ‘Ik was heel zelfverzekerd.’ De aanvankelijke valse start bracht daar geen verandering in. ‘Ik maakte een klein knikje, denk ik. De starter was heel streng. Dat moet hij ook zijn’, concludeerde hij droogjes hij na zijn race. ‘Ik probeerde daarna rustig te blijven en voorzichtig te zijn.’

Dat was een verstandige keuze, want de concurrentie op de 500 meter is ­hevig. Al jaren strijdt een groepje van zo’n zeven à acht topsprinters om slechts vijf tickets voor de wereldbeker. Een klein foutje kan het verschil maken tussen deelname aan de wereldbekers en thuisblijven. Zo greep oud-wereldkampioen Jan Smeekens (achtste in 35,23) naast de startbewijzen, evenals Michel Mulder (35,14) en Kjeld Nuis (35,13) die zevende en zesde werden.

Kai Verbij (34,95), Ronald Mulder (35,00), Lennart Velema (35,04) en Hein Otterspeer (35,05) reden zich er wel tussen.

Oude garde

Ntab dacht een aantal jaar geleden dat een flink deel van die sprintmannen, van de oude garde, inmiddels gestopt zou zijn. Dat hij het, samen met ploeg- en leeftijdsgenoot Verbij, eenvoudiger zou hebben. Maar de dertigers, de gebroeders Mulder (33), Jan Smeekens (32) en Hein Otterspeer (30), weten voorlopig van geen wijken. ‘Toch gaat er een moment komen dat wij ons makkelijker kunnen plaatsen’, voorspelde hij voor de wedstrijd.

In die hoop klonk door hoe onaangenaam Ntab een toernooi als de wereldbekerkwalificatiewedstrijden vindt. Er valt niets te winnen, verliezen des te meer. Het beïnvloedt zijn humeur, ook al in de dagen ervoor. ‘De weken dat je je ergens voor moet plaatsen zijn vervelend.’ Dat is bij de wereldbekerkwalificatie zo, maar het ergst is het olympisch kwalificatietoernooi. ‘Als dat elk jaar was, dan was ik al lang gestopt’, grapte hij.

De onaangename spanning van het kwalificatietoernooi is achter de rug nu hij zich gekwalificeerd heeft op de 500 meter. Er breekt een periode aan waar hij juist naar uit heeft gekeken. ‘Nu heb ik twee maanden adem om wat in te zoomen op trainingen en leuke wedstrijden te rijden.’

In die wereldbekerwedstrijden moet het nog beter. Ntab was ondanks zijn ruime zege nog niet helemaal tevreden met zijn rijden. Er valt nog wel wat te sleutelen aan zijn start. Daar laat hij te veel liggen om zijn oude reputatie als toptalent helemaal in te lossen. ‘Er is echt wel werk aan de winkel, wil ik internationaal ook weer meekomen.’

Jorien ter Mors wint 1.500 meter

Twee olympisch kampioenen stonden vrijdagavond aan de start van de 1.500 meter op het wereldbekerkwalificatietoernooi: Ireen Wüst (2010 en 2018) en Jorien ter Mors (2014). Die laatste toonde zich in Thialf de snelste.

Voor Ter Mors was het een rentree. Ze stond vorig seizoen niet op het ijs vanwege knieproblemen. Ze werd een klein jaar geleden geopereerd en ervaart daar nog altijd de gevolgen van. Het gewricht is ‘wisselvallig’, zei ze. ‘Maar de goede periodes worden langer en de slechte korter’, vertelde ze. Vrijdag viel onder de goede dagen. Ze reed met 1.54,22 sneller dan ze ooit in Heerenveen was.

Achter de Twentse pakten Antoinette de Jong (1.54,98), regerend wereldkampioen Wüst (1.55,09), Melissa Wijfje (1.55,81) en Reina Anema (1.56,54) een startbewijs voor de eerste vier wereldbekerwedstrijden van deze schaatswinter.

Roest komt tekort voor baanrecord 5.000 meter

Patrick Roest heeft de 5 kilometer bij de wereldbekerkwalificatiewedstrijden gewonnen. In een rechtstreeks duel met olympisch kampioen Sven Kramer opende Roest de aanval op het baanrecord dat de Rus Danila Semerikov hem vorig jaar ontfutselde, maar kwam net tekort: 6.09,83. De Zuid-Hollander was wel veruit de snelste van de avond.

Jorrit Bergsma noteerde de tweede tijd, 6.14,31, en was daarmee net sneller dan Kramer (6.15,71). De top drie kwalificeerde zich voor de eerste wedstrijden van de wereldbekercyclus, evenals Marcel Bosker (6.18,41) en Douwe de Vries (6.18,81).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden