Analyse NK indoor

Dafne Schippers loopt de spinnenwebben eraf en pakt de NK-titel op de 60 meter

Na 7,18 seconden is Dafne Schippers nationaal kampioen. Beeld Klaas Jan van der Weij

De 60 meter op de NK indoor in Apeldoorn is voor Dafne Schippers een ‘lekkere onderbreking’ op maandenlange noeste trainingsarbeid. Nu  nog haar looppatroon optimaliseren. ‘Die tweede versnelling miste ik een beetje. We proberen om die er nu weer in te krijgen.’

Bij het startblok in baan 6 wipt Dafne Schippers lichtjes van haar linker- op haar rechterbeen. Als het ‘op uw plaatsen’ klinkt, vouwt ze zich in het startblok, strijkt nog snel even de haren uit het gezicht. Na het ‘klaar’ van de starter komt ze omhoog en spant haar spieren. De aanloop duurt op het NK indoor in Apeldoorn veel langer dan de 60 meter zelf. 7,18 seconden na het startschot zit de wedstrijd er alweer op en is Schippers voor de negende keer nationaal kampioen.

Tot zo’n 20 meter voor de streep was het niet de 26-jarige Schippers die op kop liep. Ze kwam pas in de laatste meters Jamile Samuel (26) en de piepjonge N’Ketia Seedo (15) voorbij. De 60 meter is eigenlijk te kort voor Schippers. ‘Op het moment dat ik echt op topsnelheid ben, ben ik al bij de finishlijn.’

Als ze in topvorm steekt voor haar specialiteit, de 100 en 200 meter, kan Schippers ook op de kortere sprint tot de wereldtop behoren. In 2015 werd ze in Praag Europees kampioene en een jaar later liep ze in Portland naar het zilver op de wereldkampioenschappen. Er zijn maar negen vrouwen ooit sneller geweest dan de 7,00 die ze in 2016 in Berlijn liep. Dat Nederlands record deelt ze met Nelli Cooman.

Toch gebruikt ze de indoor sprint vooral met het oog op het buitenseizoen. ‘Hoe harder deze 60 gaat, hoe meer snelheid ik dan kan meenemen naar de 100 en 200 meter. Het ligt in elkaars verlengde.’ Haar woorden buitelen vlak na de race over elkaar heen, alsof ze met haar spreekstijl haar sprint probeert te evenaren.

Lekkere onderbreking

Met indoorwedstrijden kan ze de gedachten even verzetten. ‘De spinnenwebben en roest eraf lopen’, noemt haar coach Bart Bennema het. Daarom gaat Schippers ook naar de Europees kampioenschappen, die in het eerste weekend van maart in Glasgow worden gehouden. ‘Als je vanaf oktober alleen maar traint, is dat wel heel lang. Dan is dit een lekkere onderbreking.’

Het verschil tussen haar 7,18 in Apeldoorn en haar nationale record? Dat zit hem in de start, denkt ze. ’We weten allemaal dat ik niet de beste starter ben.’ Schippers doelt op de eerste meters na het startschot. Daarin moet ze vanuit haar compacte en gekromde starthouding omhoog komen. ‘Die overgang is lastig. Ik heb de neiging om iets te snel en te abrupt recht overeind te komen, dan ga je achterover leunen en verlies je tijd.’

Als ze op het EK om het goud mee wil doen, moet ze die eerste meters weer als vanouds lopen, want er waren dit seizoen al zes Europese loopsters sneller dan zij. Ewa Sloboda, de 21-jarige Poolse die Schippers in Karlsruhe op respectabele achterstand zette, liep dit seizoen al 7,08. Of dat gaat lukken, durft ze niet te zeggen. ‘Ik voel al dat de dingen werken, maar ik loop nog geen 7 rond.’

Schippers kwam in november na het plotselinge vertrek van de Amerikaanse coach Rana Reider weer onder hoede van haar oude coach Bennema, die ze na het zilver op de Spelen van Rio de Janeiro vaarwel had gezegd. Hoewel de twee jarenlang als trainer en pupil de wereld overtrokken en hij haar naar haar grootste successen loodste, was die terugkeer even wennen.

Looppatroon

Het belangrijkste waar Bennema aan werkt, is wat zij haar ‘looppatroon’ noemt. Ze kan in goede vorm met vloeiende passen halverwege de sprint nog een keer versnellen. Schippers: ’Die tweede versnelling miste ik een beetje. We proberen om die er nu weer in te krijgen.’

Hoewel ze in Apeldoorn tijd morste, wil trainer Bennema niet te veel nadruk op de startmeters leggen. Dat werkte in de afgelopen jaren contraproductief. ‘Het werd te groot.’ De eerste meters hoeven niet uitmuntend te worden, maar degelijk. ‘Consistentie, dat is het belangrijkste.’

De sleutel naar toptijden ligt volgens hem vooral in de frequentie van haar passen. Die was in Apeldoorn nog te traag. Als dat omhoog gaat, zal ze ook haar befaamde versnelling eerder kunnen plaatsen, zowel op de 60 als de 100 meter. ’Toen ze 7,0 liep, versnelde ze na 40 meter, nu deed ze dat pas 5 meter voor de finish.’

Reider was een coach die de zweep erover legde, Bennema is wat minder van de zware arbeid. ‘Ik trainde bij Rana harder dan bij Bart’, gaf Schippers toe. Het strenge regime van haar oud-coach had zijn weerslag op haar humeur. Omdat ze nu minder vaak vermoeid is, is ze sinds de terugkeer bij Bennema vrolijker. Ze geniet er bovendien van om weer met een groepje sprintvrouwen te trainen. ‘Ik heb veel plezier met de meiden en we trainen echt goed samen.’

Schippers krijgt in Glasgow vooralsnog geen gezelschap van haar trainingsgenoten, want Samuel bleef met de tweede tijd op het NK, 7,26, een honderdste boven de limiet voor het EK. Seedo, die nog bij haar Utrechtse club traint, bleef daar met 7,27 en de derde plaats ook net van verwijderd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden